Hollands Dagboek

Els Borst (1932) deed in 1958 haar artsexamen. In 1976 werd ze medisch directeur van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. Voordat ze de ministerspost Volksgezondheid, Welzijn en Sport in dit kabinet aanvaardde, was ze bijzonder hoogleraar Evaluatie van het Klinisch Handelen aan de Universiteit van Amsterdam. Mevrouw Borst is weduwe, heeft drie kinderen en drie kleinkinderen. Deze week trad ze voor het eerst in de openbaarheid in haar hoedanigheid van lijsttrekker voor D66.

Woensdag 18 juni

Van de wekker direct naar de radio: is de Top van Amsterdam vannacht goed afgelopen? Inderdaad: er ìs een Verdrag van Amsterdam. Niet helemaal het beoogde doel gehaald (het klaarmaken van de Unie voor de toetreding van nieuwe leden), maar wèl eruit gehaald wat er op dit moment in zat. Dat hebben Wim Kok, Hans van Mierlo en Michiel Patijn knap gedaan, voorgegaan door Gerrit Zalm met zijn stabiliteitspact.

Ook op het gebied van de volksgezondheid gaat de Unie door dit verdrag wat méér in de melk brokkelen: we kunnen nu afspraken maken om de kwaliteit en veiligheid te garanderen van transfusiebloed en van veterinaire en plantaardige producten. Zo levert de gekkekoeienziekte ook nog iets goeds op.

Voor ik in de dienstauto stap ren ik nog even naar boven om mijn jongste zoon - die met zijn vriendin en hun twee poezen de bovenste verdieping van mijn huis bewoont - met zijn verjaardag te feliciteren.

In de Tweede Kamer behandel ik met Jo Ritzen twee samenhangende wetsvoorstellen: nieuwe studenten zijn straks niet meer gratis meeverzekerd in het ziekenfonds, maar de toegang tot de aanvullende beurs wordt verruimd en de aanvullende-beursstudenten krijgen hun ziektekostenpremie vergoed. Morgen wordt er al gestemd, opdat ook de Eerste Kamer het voorstel nog voor de zomer kan behandelen.

Na dit politieke handwerk houd ik een toespraak in het Kurhaus voor de opleidingsinstellingen voor verpleging en verzorging.

Het laatste karweitje vandaag is tevens het leukste: de opening van het gezondheidscentrum in de multiculturele Haagse Spoorwijk. Het is een modern centrum waar huisartsen, apotheker, maatschappelijk werkers en fysiotherapeut onder één dak samenwerken. De bewoners willen er graag nog een diabetesverpleegkundige bij en die zal er zeker komen, want het bewonerscomité bestaat uit strijdlustige dames en heren. De stemming is feestelijk en alle kinderen krijgen een gratis ijsje.

Gezondheidscentra zijn dé toekomst van de eerstelijnsgezondheidszorg; ik hoop er nog vele te mogen openen.

Voor het eerst in twee weken ben ik weer eens een hele avond thuis, uiteraard in het gezelschap van twee loodgieterstassen met stukken. Voor het naar bed gaan drink ik nog een glas bij de jarige zoon.

Donderdag

De ochtendkranten vermelden de inhaalslag van dertienduizend operaties, waarvoor ik dit jaar vijftig miljoen gulden extra beschikbaar heb kunnen stellen. De wachtlijsten voor hart-, heup- en oogoperaties moeten met deze inhaalslag tot aanvaardbare proporties teruggebracht. Daarnaast moeten ziekenhuizen energie steken in logistieke planning, samenwerking en uniforme indicatiestelling en registratie van wachtlijsten. Pas dan kan ik beoordelen of en hoeveel extra geld er structureel bij moet.

Dat twee- van de twintigduizend Melkertbanen voor de zorg definitief naar de gemeenten overgaan heeft ook de kranten gehaald. De reden is dat in de zorgsector het tempo van aanstellen van deze mensen achterblijft. Gelukkig heb ik met Ad Melkert afspraken kunnen maken om dat tempo te gaan versnellen: de zorginstellingen mogen zelf rechtstreeks gaan werven. Tevens zullen we duidelijk maken dat het subsidiegeld voor deze banen structureel is: men hoeft ze in de volgende kabinetsperiode niet opeens zelf te betalen. Ik hoop dat de resterende banen nu vlot vervuld worden, want de zorgsector heeft werk genoeg voor laaggeschoolde, goedwillende mensen die in staat zijn om zorg en aandacht te bieden.

Vandaag hebben Erica en ik een plenair Kamerdebat over de thuiszorg. Wij hebben de Kamer een nota gestuurd met onze aanpak voor de korte termijn en onze visie op de langere termijn: zorg zal steeds meer aan huis plaatsvinden en daarvoor moet nog heel wat veranderen. De Kamer kan zich vinden in onze aanpak van de huidige problemen. De invoering van het eigenbijdragensysteem is nog niet uit de kinderschoenen, maar de thuiszorginstellingen worden daarbij zoveel mogelijk ondersteund. In veel instellingen loopt het al goed. Er gaat dit jaar extra geld naar de thuiszorg en volgend jaar zal het budget opnieuw flink worden verhoogd: met ruim drie procent.

In een Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissie over apothekers kan ik de Kamerleden meedelen dat de apothekers bereid zijn om inkomen in te leveren: volgend jaar 100 miljoen, en met ingang van 1999 150 miljoen. Op die manier worden korting en bonussen, die ondanks de Wet op de Geneesmiddelprijzen nog niet geheel lijken te zijn verdwenen, gebruikt om een prijsverlaging voor de patiënt te bereiken. En dàt schept ruimte om nieuwe geneesmiddelen in het ziekenfondspakket op te nemen.

Om zes uur stemt de Kamer over de 'studentenwetsvoorstellen'. Ze zijn erdoor!

Na het wekelijks donderdagavondoverleg van de D66-bewindslieden met onze fractievoorzitters van de Tweede en Eerste Kamer bereid ik nog kort de partijbijeenkomst van a.s. zaterdag voor met campagneleider Ewout Casee en partijvoorzitter Tom Kok.

Vrijdag

Ik verzuim - wegens achterstand met de loodgieterstassen - het wekelijks sportuurtje en ga dus rechtstreeks van huis naar de Ministerraad. Er zijn veel afwezigen (Kok, Van Mierlo, De Boer en Sorgdrager zijn in het buitenland), hetgeen de beraadslagingen uiteraard bekort. Mijn drie eigen voorstellen gaan als een mes door de boter: dat doet een mens altijd goed (Jo Ritzen meldt opgelucht dat hij eindelijk overeenstemming heeft bereikt over een nieuwe OV-jaarkaart).

Het WRR-rapport 'Volksgezondheid' staat ook op de agenda. De Raad acht het noodzakelijk een basispakket zorg af te bakenen, te financieren via een algemene sociale verzekering voor allen, die in de plaats komt van AWBZ, ziekenfonds en particuliere verzekering. Het pakket zou uitsluitend 'medische' zorg moeten omvatten, dus voor zaken als anticonceptie en gezinsverzorging zou iedereen zichzelf moeten bijverzekeren. Opnieuw een omwenteling van het hele systeem dus. Een 'wetenschappelijke' raad hoeft zich niet te verdiepen in de inkomenseffecten en in de politieke haalbaarheid en dat heeft de WRR dan ook niet gedaan. Maar er staan wel interessante beschouwingen in.

Zaterdag

'Uw eerste echte lijsttrekkersdag' noemt Job Friszo vandaag.

Na een snelle ronde langs de schappen van de supermarkt rijdt mijn chauffeur mij naar Hilversum voor Tros Kamerbreed. Het gesprek gaat inderdaad - naast volksgezondheidonderwerpen - ook over het lijsttrekkerschap van D66. Het verloopt plezierig en ik krijg de gelegenheid om te melden dat ik besloten heb de subsidies voor 'Aletta' en 'Transact' (vrouwenhulpverlening en bestrijding seksueel geweld) na 1 januari 1998 voor een aantal jaren te verlengen. Die mensen doen heel goed werk dat - helaas - nog vele jaren nodig zal zijn.

Na afloop op het terras buiten nog een kort tv-gesprek over de deal tussen de Amerikaanse tabaksindustrie en de officieren van justitie. Ik ken de details nog niet, maar ik constateer alvast dat de tabaksindustrie hiermee eindelijk toegeeft hoe schadelijk hun producten zijn voor de gezondheid.

In de regen rijden we naar Amsterdam voor de 'kennismaking van de beoogd lijsttrekker met de partij'. Natuurlijk in Krasnapolsky, waar D66 al haar mooie momenten pleegt te vieren.

Maar eerst staan er nog twee andere evenementen op het programma. Ik bezoek de gemeentestand op het Beursplein, gewijd aan de Noord-Zuidmetrolijn, waarover a.s. woensdag een referendum wordt gehouden. Partijgenoot en wethouder Ernst Bakker legt mij de boortechniek uit en somt de zegeningen van de lijn op. Daarna ga ik naar een D66-miniconferentie over medische ethiek. Pieter Fokkink verwoordt daar heel goed onze opvatting over keuzevrijheid (bijvoorbeeld bij de beslissing om een zwangerschap van een gehandicapt kind af te breken): die vrijheid is pas mogelijk als er voldoende zorgvoorzieningen aanwezig zijn. Datzelfde geldt natuurlijk voor euthanasie: ook daar kan de patiënt de beslissing pas ècht in vrijheid nemen als er optimale palliatieve zorg beschikbaar is.

Na deze aanloopjes begint om vier uur het grote werk: optreden voor een zaal met meer dan achthonderd partijgenoten. Ze maken het mij niet moeilijk: ze klappen al bij voorbaat en ook nog na iedere opmerking die ze bevalt. De vragen uit de zaal gaan deels toch weer over gezondheidszorg, maar ook over onderwijs en gemeentelijke herindeling. Ik krijg gelukkig ook gelegenheid om de lof van de kabinetsnota 'Milieu en Economie' te zingen en toe te lichten waarom het ècht een doorbraak is.

Na afloop veel korte gesprekken met leden, aanhangers en 'recent bekeerden'. Vooral dié laatsten geven de lijsttrekker moed! De stemming zit er goed in, met al deze mensen kunnen we straks een goede campagne voeren. Net als vanochtend in TROS Kamerbreed wordt mij gevraagd wat ik na de verkiezingen van plan ben: in de Kamer of in het kabinet? En blijf ik in dat laatste geval wel 'politiek leider'?

Voor iemand die het leven neemt zoals het komt zijn dat vermoeiende vragen. Ik antwoord dat ik natuurlijk in ieder geval nog vier jaar beschikbaar ben, hetzij in de Kamer hetzij in het kabinet. Wel spreek ik mijn voorkeur uit voor de variant 'de politiek leider zit in de Kamer': de minister spreekt immers namens het kabinet en de fractievoorzitter namens D66. Maar het kán ook anders, zoals Kok en Van Mierlo laten zien.

Zondag

Alweer weinig tijd voor de loodgieterstassen, want mijn oudste zoon komt een paar uur op bezoek met zijn drie kinderen. Kleinkinderen zijn stukken leuker dan tassen met stukken. Ik haal een deel van het verzuimde sportuur van vrijdag in door een partijtje voetbal met mijn jongste kleinzoon (4). Hij is beter dan zijn oma, en zo hoort het ook.

Maandag

Maandag is de vaste dag voor intern overleg op het departement. Verslag doen van de ministerraad en de komende week bespreken. Ook de planning voor de rest van het jaar staat op de agenda, waaronder alle toezeggingen aan de Kamer die we nog dit jaar gestand zullen doen.

's Middags een gesprek over capaciteit op de intensive care (IC) met vertegenwoordigers van ziekenhuizen, specialisten en zorgverzekeraars. Liever dan nòg meer onderzoek te doen hoop ik via dit gesprek met mensen uit de praktijk wat sneller te kunnen doordringen tot de kern van de zaak. Het gesprek is verhelderend: veel ziekenhuizen kunnen nog organisatorische verbeteringen aanbrengen, maar bij de grote topziekenhuizen is dat al gebeurd. Die zouden alleen geholpen zijn met een beter kostendekkende financiering voor de IC. Daar moeten we dus aan werken.

Daarna een gesprek over zorgvernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg: wie krijgt de zeggenschap over de besteding van het geld dat daarvoor bestemd is? Alle partijen (verzekeraars, instellingen en cliënten) proberen mij ervan te overtuigen dat het roer het beste in hùn handen gelegd kan worden. De minister mag dus de knoop doorhakken en zal dat op een gepast moment ook doen.

Een eenvoudige maaltijd met zestien D66-burgemeesters besluit de dag. Happend aan hun broodjes maken zij mij deelgenoot van hun zorgen op zorggebied: bedreigde jeugd, verwaarloosde psychiatrische patiënten, dakloze drugsverslaafden.

Dinsdag

Sommige ochtendkranten becommentariëren nogal heftig mijn uitspraken van zaterdag over politiek leiderschap en de toekomstige premier. Ik voel mij een echte lijsttrekker!

Erica en ik praten met provinciebestuurders over hun rol bij het tot stand komen van een zorgvisie per regio. Het is een goed gesprek en dat is wel eens anders geweest. De ontwikkelingen in de gezondheidszorg en de ouderenzorg, waarbij in hoog tempo muren tussen diverse instellingen geslecht worden, maken een regisserende rol van het provinciebestuur onontbeerlijk: íemand moet zorgen dat al die vernieuwende zorgverleners hun plannen op elkaar afstemmen.

De provincies gaan, de artsen en ziekenhuisdirecteuren komen. Met hen praat ik over de specialistenopleidingen. De capaciteit van die opleidingen gaan we beter plannen om niet meer overvallen te worden door een plotseling tekort aan orthopeden of oogartsen. Het is een plezierig en productief overleg.

In de Kamer wonen Erica en ik de stemmingen bij over enkele moties uit het thuiszorgdebat van vorige week. Er zijn geen verrassingen bij.

De temperatuur in de Kamer begint voelbaar op te lopen, zoals altijd kort voor het zomerreces.

De agenda voor de laatste dagen wordt door de leden koortsachtig gevuld met explosieven: de OV-jaarkaart, het lokaal referendum, Securitel, de veiligheidsmaatregen rond de Eurotop. Ik boek maar vast een hotelkamer in Den Haag voor donderdagnacht.

Woensdag 25 juni

In de ochtend diverse gesprekken met medewerkers en 's middags overleg met de minister van Financiën over de toelating van nieuwe geneesmiddelen tot het verzekeringspakket. Nieuwe geneesmiddelen zijn meestal duur. De fabrikant moet voortaan aantonen dat de baten van het nieuwe middel opwegen tegen de extra kosten. Pas dan wordt het middel vergoed. Verder moeten de artsen de indicaties goed omschrijven en zich daar ook aan houden. Kortom, als ieder zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, kunnen we nieuwe geneesmiddelen toelaten tot het pakket zonder dat de kosten uit de hand lopen. Gerrit Zalm en ik worden het snel eens over deze benadering.

Daarna een debatje in de Kamer over een verwant onderwerp: het inkomen van apothekers.

Die zijn bereid een deel van hun inkoopkortingen (150 miljoen) te vertalen in lagere prijzen voor de patiënt, maar Rob Oudkerk (PvdA) en Stephanie van Vliet (D66) denken dat de apothekers nog wel 100 miljoen méér kunnen missen en dienen daarover een motie in.

Ik vind dit wat onzorgvuldig: we zouden eerst meer inzicht moeten hebben in de feitelijke omvang van de huidige kortingen en bonussen.

Ik vraag de Kamer dus om de motie aan te houden, maar ik zal niet verbaasd zijn als zij morgen, in de lange nacht voor het reces, toch wordt ingediend en aangenomen. Dan zal ik eerst juridisch advies inwinnen.

Tussen de bedrijven door is er druk politiek overleg tussen de D66-ministers en de fractie over het lokaal referendum. De VVD-fractie wil dat onderdeel van ons regeerakkoord zó sterk uitkleden dat het voor ons niet meer aanvaardbaar is. D66 houdt de poot stijf en we bereiken een acceptabel compromis.