Het nieuwste is een pop die er op los moordt

TIEN DAGEN LANG zijn alle 180 leerlingen van basisschool Zuiderkroon in Nieuwegein volledig in de ban van film en fotografie. De centrale hal van de school is behangen met affiches van de populaire films en op een kast staan ouderwetse filmapparaten en diaprojectors uitgestald. Ook in de leslokalen verwijst alles naar de magie van bewegende en stilstaande beelden.

Elk jaar biedt Film Theater Nieuwegein (FTN) aan één basisschool in deze gemeente de mogelijkheid om in een tiendaags project alle facetten van film en fotografie uit te diepen. 'Filmgek' Kees Leseman, al elf jaar als vrijwilliger actief in het plaatselijk filmhuis, wil niet alleen de Nieuwegeinse burger aan de betere film brengen, maar ook de jeugd in zijn liefde voor film laten delen. Dit jaar draait zijn filmproject voor de vijfde keer op een Nieuwegeinse basisschool.

Leseman heeft hiertoe de stichting Film & Educatie FTN opgericht. Hij contracteert beroepskrachten die de kinderen de achterkant van de filmwereld laten zien en legt de school een groot aantal mogelijkheden voor om zelf acitiviteiten met de kinderen te ondernemen. Door belangeloze medewerking van professionele camera- en geluidsmensen en bijdragen van fondsen worden de kosten voor alle partijen zo laag mogelijk gehouden. Op maandagochtend krijgen de 24 leerlingen in de bovenbouwgroep les in affiches maken. Vormgeefster Aya Gillissen, als docente grafisch ontwerpen verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, verleent al voor de derde keer haar medewerking aan het project. “Het is enig om met kinderen van deze leeftijd affiches te ontwerpen”, zegt ze. “Alhoewel het altijd een hoog kaliber horror, bebloede messen en Schwarzenegger oplevert.” Gillissen stevent door de klas en vuurt haar vragen op de negen- tot twaalfjarigen af: “Waarom heb je een affiche nodig en: wat moet je weten om een affiche te maken?” Na wat heen en weer praten schrijft ze op het bord: Titel, Plaatje, Waar & Wanneer. “Daar gaat het dus om”, pepert ze de klas in als ze het tekenpapier uitdeelt. “Begin maar, dit is om even te oefenen.” Ze volgt kritisch wat de kinderen uitproberen. “Waarom moet de titel in het Engels?”, vraagt ze aan een leerlinge. “Omdat het in het Nederlands zo sloom klinkt”, zegt het meisje, “dat trekt niet”. Van een andere leerling houdt ze het probeersel in de lucht en vraagt aan de klas: “Is dit te lezen?” Alle hoofden schudden van nee. De jongen weet genoeg.

Leerkracht Rob Blankenberg verbaast zich over de filmsmaak van zijn leerlingen. “Bambi is natuurlijk niks, maar de dikke en de dunne daar vinden ze ook niets aan, terwijl ik vroeger in een deuk lag als ze door een plank zakten.” De voorstelling op school van Laurel en Hardy, voor de gelegenheid met een ouderwetse projector vertoond, moest halverwege worden gestaakt omdat de kinderen keet gingen schoppen. “Nee”, zegt de leerkracht, “het is Jaws, Rambo en het nieuwste is Childs Play, een pop die er op los moordt.”

In de kleuterklassen wordt ook uitvoerig aandacht besteed aan de wondere wereld van de film. De vier- tot zesjarigen hebben een excursie gemaakt naar het filmtheater in het centrum van Nieuwegein, waar ze in de projectieruimte mochten kijken en zelf het knopje van de gordijnen mochten bedienen. Ze kregen allemaal een stukje film mee naar huis. Daarnaast hebben de kleuters zelf foto's gemaakt. Van een vriendje of de juf, van de tafeltjes, de zandbak en van de daklijst van de school met prachtige wolken erachter. In de groepen drie, vier en vijf van de middenbouw hebben ze getekend bij filmmuziek vertelt Fleur: “Je moest heel goed voelen wat voor een soort muziek het was. Droevig, vrolijk, angstig, en daar moest je dan iets bij tekenen.”

Henk Spijker, 'locatiemanager' van de Zuiderkroon vindt het belangrijk dat de kinderen kennis maken met de wereld achter de film. “Dat je met beelden kunt manipuleren en in film dingen gebeuren die in het echt niet kunnen.” Spijker wijst op wand met fotomontages die de middenbouwers hebben gemaakt. “Ze hebben een foto van zichzelf uitgeknipt en daar een hele andere situatie omheen getekend.” Het gaat om kijken, dat is belangrijk, vindt Spijker. Als de klas onder leiding van vormgeefster Aya Gillisen de laatste hand legt aan de affiches wordt in Theater De Kom in het centrum van Nieuwegein hard gewerkt aan een echte film die door de zevende groep gemaakt wordt: Dans in de duisternis. Onder het oog van de camera sluipen zes danseresjes door een donkere gang, het licht valt uit. Ze moeten zichtbaar angstig zijn en desnoods aan piepende deuren en enge moordenaars denken, en als Leseman in z'n handen klapt slaat de schrik hun om het hart. Gillend rennen ze terug door de gang, gevolgd door de camera. Eindeloos moet deze scene over, licht aan, licht uit, camera laag, camera hoog. Ondertussen zitten boven in de kleedkamer de musikanten van groep zeven zich met frisdrank en drop te vervelen tot ze ook aan de beurt zijn. Bij de opnames mogen ze niet zijn, leggen ze uit, want de microfoons zijn erg gevoelig voor geluid. “Wij hebben een grote bijrol”, troost de cornetspelende Yvonne haar medemuzikanten. “We waren gewaarschuwd” vult Corné die de bongo bespeeld aan: “film maken is veel wachten. En wij zijn geen filmsterren die in zo'n mooie caravan zitten. We mogen niet zeuren en klagen.”

De afgelopen week hebben ze in vijf groepjes ideeën aangedragen voor een filmverhaal van ongeveer tien minuten. Kees Leseman heeft de beste ideeën samen met de kinderen uitgewerkt tot een script en treedt tijdens de opnames op als regisseur van het geheel. “Je kunt kinderen een camera in handen geven en ze een toneelstukje laten registreren. Je krijgt dan lange opnames van kinderen die doen alsof. De camera is namelijk keihard. Je kunt ook als volwassene een idee bedenken en dat de kinderen precies zo laten uitvoeren. Ik probeer een werkwijze te vinden die daar tussen in zit.” Spanning mag, moet zelfs in een film, legde Leseman aan de jonge scriptschrijvers uit, “maar aan geweld doen we niet'. Desondanks kwamen drie van de vijf subgroepjes met ideeën voor wurgscenes. steek- en schietpartijen en stoelen die door de ruimte gegooid werden. “Abnormaal?”, vraagt Leseman, “Ik denk dat het de realiteit is. Ik heb ze proberen uit te leggen dat spanning en geweld twee verschillende dingen zijn. Wat ik met dit project wil bereiken is dat kinderen gaan zien dat film 'gemonteerde werkelijkheid' is en dat beelden betekenis hebben. Als ze een beetje door de waarheid van film heen leren kijken, vindt ik het project geslaagd.”