Het Bureau (1)

De theorie dat de roman dood is, zoals beweerd werd in de zestiger jaren, is door de recente publicatie van Voskuils 'Het bureau' wel enigszins ontkracht. De kwestie die Werdmölder aan de orde stelt (10 juni), geeft bovendien een ethische draai aan het geheel: mag dit zomaar?

Waarschijnlijk zou van Deyssel, als goed naturalist, dit boek geprezen hebben (zolang het niet zijn kringen zou betreffen) maar heeft 'Het Bureau', dat van een grote 'kopieerlust des dagelijksen levens' getuigt, een andere relevantie dan bijvoorbeeld Hermans' 'Onder Professoren' of, sterker nog, zijn 'Uit talloos veel miljoenen?'

Nemen wij aan dat vader Van Egters uit 'De Avonden' identiek is aan de vader van G.K. van het Reve? De Haagse romans van Louis Couperus schijnen in hun tijd ook de nodige opwinding veroorzaakt te hebben; Max Havelaar beschrijft mensen die toentertijd volkomen herkenbaar waren.

Nu, en? Wie maakt zich nog druk om 'De Schandalen' van Vestdijk? Dat boek is zonder notenapparaat niet eens meer te doorgronden. Over veertig jaar zijn alle acteurs in 'Het Bureau' dood, en in 2030 hebben eventuele lezers een haarscherpe foto van het dagelijks bestaan in een overheidsinstelling.

Tenslotte: inzicht in de betrekkelijkheid van eigen pretenties is het onderwerp geweest van een diepgaande analyse in het bijbelboek 'Prediker', en niet a priori verwerpelijk.

L.A. VAN NIGTEVEGT Huissen