Hebben en krijgen

Ons elektriciteitsnet is het beste van de hele wereld'', meldde de krant op gezag van een deskundige, nadat in half Nederland het licht was uitgegaan.

Het is niet uitgesloten dat hij gelijk heeft, maar het was een rare gelegenheid om het bekend te maken. Een paar miljoen mensen werden van het enige ogenblik op het andere teruggeworpen in de jaren vóór Edison. Achteraf bezien is het verbazingwekkend dat er bij zijn geboorte geen nieuwe jaartelling is begonnen, want behalve de gloeilamp en nog veel meer heeft hij het eerste elektriciteitsnet op zijn naam staan - en met dit alles de geboorte van de nieuwe wereld waarin we nog steeds leven.

Een jaar of twintig geleden is New York hetzelfde gebeurd als nu Midden-Nederland. Het grote elektriciteitsnet waarin alle centrales als een rattenkoning aan elkaar zijn gegroeid, stortte in. Duisternis naderde de metropool en maakte zich van de samenleving meester. In minder dan geen tijd is daaruit een revolutie ontstaan. Rovend en plunderend trokken de hebzuchtigen door de straten en grepen het eerst naar de begerenswaardigheden waaraan ze op dat ogenblik niets hadden. Televisietoestellen! Daaruit blijkt al dat ook de roofzuchtigsten een diep vertrouwen hadden in het herstel van de orde der electriciteit. Het weekblad Time heeft toen aan de Big Blackout zijn omslagverhaal gewijd. Het leest als een science fiction-verhaal, maar dan gebaseerd op de nauwkeurige verslaggeving van een etmaal naakte werkelijkheid. Time voorspelde dat er negen maanden later een geboortegolf zou komen, maar de statistiek vertoonde nog geen rimpel. Misschien heeft het plunderen prioriteit gehad.

In de science fiction is het een genre. We mogen er trots op zijn dat we niet alleen het beste elektriciteitsnet ter wereld hebben, maar ook een van de eerste boeken waarin zo'n nachtmerrie van het totale falen beschreven staat: Het verstoorde mierennest, van Kees van Bruggen. De aarde komt in de uit giftige gassen bestaande staart van een komeet. Iedereen sterft behalve de mensen die in de noodlottige uren heel zwak ademden. Een bewusteloze mijnwerker, diep onder de grond, en een vrouw die bijkomt van de narcose na een blindedarmoperatie overleven het. Na verloop van tijd krijgen ze kinderen, maar de nieuwe Adam en Eva raken duurzaam gescheiden. Het verschil tussen de eenvoudige proletariër en de vrouw van hoge komaf blijkt onoverbrugbaar. Hun kinderen gedragen zich als Kaïn en Abel. Ook door deze komeet kan de mens blijkbaar niet tot de orde worden geroepen.

John Wyndham's The Day of the Triffids doet aan het vernuftige meesterwerkje van Van Bruggen denken. Hier komt een zwerm kometen de mensheid blind maken. Veel meer dan twee zienden blijven over, ze vormen op den duur partijen die onvermijdelijk met elkaar in oorlog raken. Dezelfde moraal.

Als we de klassieke literatuur en de Big Blackout met de toestanden van vorige week in Midden-Nederland vergelijken, kunnen we maar tot één conclusie komen: voorbeeldig volk. Er is één omstandigheid die het verhindert tot een wetenschappelijk verantwoorde vergelijking te komen. In New York was het winter en de storing duurde de hele nacht of nog langer, en bij Van Bruggen en Wyndham is de deus ex machina oneindig veel radicaler. Maar ook in Midden-Nederland heerste, zij het op klaarlichte dag, van het ene ogenblik op het andere de uitzonderingstoestand.

Dit betekende ook hier dat de mensen tot op zekere hoogte een excuus hadden om datgene te doen wat ze anders altijd laten. Ik heb van geen buitensporigheid gelezen. Ze hebben het 'ongemak blijmoedig gedragen', ze hebben geklaagd en nog niet deed de telefoon het weer of de eerste schademeldingen waren binnen. Vergelijkenderwijs en historisch gezien is dat waarschijnlijk zeldzaam. De stroomuitval in Midden-Nederland zal de geschiedenis ingaan als het begin van de strijd om de schadevergoeding.

Zijn het beste elektriciteitsnet ter wereld en de voorbeeldige manier waarop het inzakken daarvan wordt gedragen, twee kanten van dezelfde zaak? Twee manieren waarop het poldermodel zich óók laat kennen? De laatste tijd heb ik veel in treinen gezeten die door de Randstad rijden. Het is als met zoveel dingen: je hebt het altijd al gezien, maar je gaat er pas over denken als het een naam heeft gekregen. Het groen van de weitjes, de rechtheid van de sloten, de bloei van de planten op de vensterbanken, de onberispelijke grote grijsheid van ons regeringscentrum, de bespraakte voorkomendheid van de conducteurs, is dat niet altijd zo geweest, anders maar in wezen hetzelfde? Een van mijn conducteurs had bij het kaartjes knippen zelfs zijn zoon meegenomen.

Nederland is eigenlijk altijd gidsland geweest. In woord en daad houden we de wereld voor hoe het moet, met de hulp aan de buitenlandse armen, het blowen, het elektriciteitsnet en hoe je je moet gedragen als je trein midden in het mooie weiland stil blijft staan. Het zijn allemaal kanten van hetzelfde poldermodel dat vooral na de Eurotop in Amsterdam wereldwijde erkenning vindt.

Ook op de gang van ons kantoor wordt er veel over gesproken. Onze gedachten gingen terug naar het hoofdartikel in de Meppeler Courant dat eindigt met de zin: Wij waarschuwen China voor de laatste maal. “Ik heb gehoord”, zei Kasper Jansen, “dat China van ons heeft geëist, voor de laatste maal te worden gewaarschuwd.”

De Nederlandse houding in de wereld heeft zich lang gekenmerkt door het onoverbrugbare verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen (zoals J.L. Heldring het op zijn compactst heeft geformuleerd). In de Gouden Eeuw kregen we wat we wilden hebben. Daarna hebben we een lange poos veel willen hebben maar we kregen het niet. Nu, met het poldermodel hebben we wat de anderen willen krijgen. Daar zullen ze dan voor moeten werken.