Gletsjers Groenland kalven eerder af dan dat ze smelten

De stijgende temperatuur op aarde zorgt voor een versneld afsmelten van de grote landijskappen. In welke mate dat gebeurt, kon moeilijk worden vastgesteld; de voornaamste bron van gegevens bestond uit de (geschatte) massa van de ijsbergen die van de rand van het landijs (vooral op Antarctica en Groenland) afbraken.

Een groep Amerikaanse en Deense onderzoekers heeft naar de afsmelting van de landijskap in het noorden en noordoosten van Groenland een onderzoek uitgevoerd met behulp van radar-interferometrie vanuit satellieten (Science, 9 mei). Ze concentreerden zich daarbij op veertien gletsjers die in zee uitmonden.

Met de nieuwe methode komt een geheel nieuwe hoeveelheid gegevens beschikbaar, met een verrassend resultaat. Het blijkt namelijk dat het afkalven van ijsbergen lang niet zo belangrijk als het afsmelten van het ijs dat door de langzame beweging van de gletsjer naar zee wordt afgevoerd en daar uiteindelijk smelt. De onderzoekers berekenen dat dit geleidelijke afsmelten van de onderzochte gletsjers ongeveer 3,5 zoveel smeltwater oplevert als het afkalven van losrakende ijsbergen. De gevonden waarde voor het proces van langzame afsmelting in contact met het zeewater leiden ze af aan de hand van opnamen die met de Earth Remote Sensing satellieten (ERS-1 en ERS-2) gedurende het project werden gemaakt. Daarbij kon aan de hand van de positie van scheuren en dergelijke in het ijs-oppervlak de laterale verplaatsing van het ijs worden bepaald, met een nauwkeurigheid van 4%. Ook de dikte van het ijs kon worden bepaald. De 14 onderzochte gletsjers blijken jaarlijks bijna 50 (± 5) km ijs naar zee te vervoeren. Dat is meer dan er, volgens meteorologische gegevens, in het 'stroomgebied' van de onderzochte gletjers aan neerslag valt (ca. 41 km). Dit betekent dus dat het totale volume van de massa landijs moet afnemen. Omdat de laterale uitgestrektheid (nog?) niet lijkt te verminderen, moet worden geconcludeerd dat de ijkap, althans aan de randen, geleidelijk dunner wordt.

Hoe snel dat gebeurt, berekenen de onderzoekers ook. De waarden verschillen voor de diverse gletsjers, maar variëren van zeer gering tot enkele meters per jaar. Als gemiddelde noemen de onderzoekers een afsmelten aan de ijsbasis (onder invloed van de continue stroom van aardwarmte) van zo'n 3 m per jaar. Dat is weliswaar meer dan wat als gemiddelde is berekend voor heel Antarctica (1-2 m per jaar), maar weinig ten opzichte van de locale afsmelting van sommige gletsjertongen op dat continent (7-10 m per jaar). De tientallen kubieke kilometers ijs die jaarlijks 'extra' afsmelten, vormen nog geen probleem: de zeespiegel stijgt daardoor minder dan 2 mm per eeuw.