Galleria Borghese na veertien jaar hersteld; Symbool van elan in Italiaans cultuurbeleid

ROME, 28 JUNI. Bijna veertien jaar geleden, in de herfst van 1983, viel er een stukje gekleurde kalk voor de voeten van Sara Staccioli. Zij was de directeur van de Galleria Borghese, indertijd het drukst bezochte museum in Rome, en keek geschrokken naar de fresco's op het plafond. De kleine kreet werd een groot alarm: de zestiende-eeuwse villa van kardinaal Scipione Borghese was volgens architecten “structureel instabiel”.

Er kwam een snel noodverband van steigers, maar verder gebeurde er weinig. Jarenlang kregen teleurgestelde bezoekers te horen dat de beroemde beelden- en schilderijencollectie van kardinaal Borghese niet te zien was, of slechts gedeeltelijk, of elders. Pas in 1991 kwam er geld. Zeker vijf opeenvolgende ministers van cultuur hebben daarna beloofd dat Galleria Borghese snel weer open zou gaan, om bij hun vertrek te moeten constateren dat het werk opnieuw was vertraagd.

“Dat was een metafoor voor de absurditeiten in Italië,” zegt de huidige minister van cultuur, Walter Veltroni. Hij durft het te zeggen, want het is hem wel gelukt. In La Repubblica vertelde hij gisteren hoe: “Op 8 augustus vorig jaar ben ik voor de eerste keer gaan kijken hoe ver het werk was. Ik heb beloofd dat ik iedere maand zou terugkomen. Daarna heb ik een datum vastgesteld: we openen op 28 juni. Ik bemerkte een soort paniek: er was nog nooit een uiterste termijn vastgesteld.”

Gisteren hing die paniek nog om het gebouw. De steigers waren al weg, maar vrachtwagens reden af en aan met bloemen en hele bomen. Een restaurateur met een soort gasmasker op tegen het stof was de laatste hoeken van de villa wit aan het schuren. Binnen renden mensen zenuwachtig heen en weer met draden, werden de laatste schilderijen opgehangen en werd tegelijkertijd de prachtige marmeren vloer in de was gezet. Vanavond om zes uur moet het wonder geschieden waarop Rome veertien jaar heeft gewacht: de Galleria Borghese gaat weer open.

Zoals de steigers een metafoor waren voor vroeger, zo hoopt minister Veltroni dat de in al zijn pracht gerestaureerde villa Borghese een symbool wordt voor het nieuwe elan in het Italiaanse kunstbeleid. “We komen uit een lange periode waarin de problemen van de cultuur niet centraal stonden voor de staat,” zei Veltroni. “Nu is een nieuwe fase begonnen.”

Rondom de heropening is een feest van drie dagen gepland, waarbij ook twee andere musea aan de rand van het park van villa Borghese zijn betrokken. In de Galerie voor Moderne Kunst is gisteravond een nieuwe vleugel voor negentiende-eeuwse kunst geopend, met onder andere beelden van Canova. En in het Etruskisch Museum van Valle Giulia moet de opening van de zaal van Pyrgi, een voormalige Etruskische havenstad, een groot restauratieproject inluiden. Hoopvol praat Veltroni al over “de museumvallei”.

Bij al deze feestelijkheden staat Galleria Borghese centraal, omdat het zo'n uniek museum is. Het ligt in een prachtig groen park in het centrum van Rome, dat over de stad uitkijkt. Het bevat een prachtige collectie zestiende- en zeventiende-eeuwse kunst, met beeldhouwwerken van Bernini en schilderijen van Caravaggio als de belangrijkste publiekstrekkers. En het gebouw zelf is al een bezoek waard, met zijn verschillend versierde zalen, zijn fraaie marmeren zuilen, zijn volledig gerestaureerde voorgevel.

De Galleria Borghese is niet meer zoals veertien jaar geleden. De belangrijkste externe wijziging is de trap. De architecten die het gebouw hebben ontworpen, onder wie de Utrechtenaar Jan van Santen (hier verbasterd tot Giovanni Vansanzio), hadden een centrale tweezijdige trap gemaakt. Bij een ingrijpende transformatie van de villa in 1793 was die vervangen door een enkele trap. Die is nu afgebroken en de oude situatie is hersteld.

Binnen valt, behalve de restauratie van beelden als Canova's Paolina Borghese, vooral op dat de Caravaggio's beneden hangen. Alle andere schilderijen, onder andere Titiaans Amor sacro e amor profano en Rafaels Kruisaflegging, zijn op de eerste verdieping gebleven. Dat verschil heeft te maken met de nieuwe bezoekregels. De schilderijenverdieping is beperkt toegankelijk. Daar mogen niet meer dan negentig mensen tegelijk op. Wie haast heeft en niet wil wachten, kan nu toch Caravaggio's Jongen met fruitmand of David met het hoofd van Goliath zien.

De echte liefhebbers kunnen overigens een speciale afspraak maken om het depot te bezoeken, op de tweede verdieping. Hier hangen 340 schilderijen waarvoor beneden geen plaats was, dicht tegen elkaar aan - zonder bijschrift, want wie hier komt, weet waarvoor hij komt.

De gerestaureerde Galleria Borghese ademt de geest van kardinaal Scipione Borghese, de favoriete neef van paus Paulus V, ook een Borghese. De kardinaal had zo'n grote liefde voor kunst, dat hij niet terugschrok voor geweld en bedrog. Rafaels kolossale Kruisaflegging is in zijn opdracht gestolen uit een kerk in Perugia. Hij wist Dominichino's Diana op jacht, eigenlijk voor een andere kardinaal gemaakt, te bemachtigen door de kunstenaar net zo lang op te sluiten tot hij het doek aan hem verkocht. Via een in scène gezette wapenvondst dwong hij Caravaggio's leermeester, de Cavalier d'Arpino, een aantal jeugdwerken van Caravaggio af te staan. Het bedrog en het machtsmisbruik zijn vergeten, wat is gebleven is een unieke collectie op een unieke plaats.