Een bek vol blaf

De mannen in de pakken - ze lijken de laatste tijd wel weer overal triomfantelijk aanwezig. Het gaat hartstikke goed met Nederland zeggen ze, ons poldermodel is een voorbeeld voor iedereen, we geven graag een fiets weg, we zijn sociaal en toch modern-economisch, we hebben Amsterdam capital of inspiration genoemd ('een zeer bruikbare slogan' schreef de directeur van de Stichting Amsterdam Promotion tevreden).

Het zijn niet alleen mannen, er zijn ook vrouwen in vlotte pakken, en ze roepen altijd allemaal druk over werkgelegenheid zodra iemand oppert dat er best iets minder Schiphol, Arena, Betuwelijn of Noord-Zuid metrolijn zou mogen zijn. Aan al die projecten hangen banen zeggen ze. Over het prestige dat er ook aan hangt en waar ze helemaal verrukt van zijn, daar praten ze iets minder luid over.

Vanzelf ga je almaar over 'ze' schrijven, en over hun pakken en over hun arrogantie - alsof het om een andere soort gaat. Wat ook zo is waarschijnlijk. Zouden 'zij' nu ook straks op een wachtlijst moeten voor een verpleegtehuis? Of hoeft dat niet als je zo'n pak en zo'n bek vol blaf hebt? En hun moeders en oma's en oude vrienden, kunnen 'zij' zorgen dat die ook niet horen tot de nu alleen in Amsterdam al 1.837 wachtenden voor een plaats in een verzorgingstehuis? Want dat meldde Trouw van deze week: 1.837 wachtenden voor verzorgingstehuizen, 134 voor verpleegtehuizen, 340 psychogeriatrische patiënten, allemaal alleen al in Amsterdam. Dat betekent dat mensen die niet meer goed voor zichzelf kunnen zorgen dagenlang alleen thuis zitten. Af en toe komt er iemand van de thuiszorg langs, die standaardminuten te besteden heeft voor standaardverrichtingen, en dan zit zo'n wachtende weer. Te wachten. Uit het raam te kijken. “Alleen thuis, drie hoog achter, zonder lift met slechts de televisie als gezelschap. Wil mevrouw Borst zo 95 worden?” schreef Noor van den Bergh, directeur van een joods verzorgingstehuis in Den Haag, in april in het Hollands Dagboek in deze krant.

Nee dat wil mevrouw Borst natuurlijk niet, en meneer Kok ook niet, en de oude moedertjes van al die vlotte types die tunnels graven en vliegvelden in zee denken, die willen dat ook niet. Die willen kunnen kiezen om naar een verzorgingstehuis te gaan - een verzorgingstehuis dat niet overvol is, waar niet bij gebrek aan plaats in andere instellingen ook demente of doodzieke bejaarden in worden opgeborgen.

“We moeten nu allereerst doorgaan met productverbetering, zoals dat in marketing jargon heet,” schreef de directeur van de Stichting Amsterdam Promotion (de náám van die stichting alleen al, kan natuurlijk weer niet in het Nederlands) in Het Parool “dus huizen bouwen en verbeteren, de stad verder opschonen, projecten zoals de ArenA en New Metropolis neerzetten, de IJ-oevers verder ontwikkelen, nieuwe cultuurtempels bouwen” et cetera. In zulke rijtjes hoor je nooit eens dat de bejaardenzorg moet verbeteren, dat zieke en oude mensen ergens terecht moeten kunnen.

Het grote voordeel van oude mensen is dat je ze als je ze ergens laat verpieteren ook gewoon niet ziet. En het nadeel van goede verzorgings- en verpleegtehuizen is dat de buitenlandse bonzen, de marketinglui, de blije bewoners van de global village ze niet zien.

Die banen die aan die metrobuizen hangen, hangen die niet aan verpleegtehuizen? Blijkbaar niet. Waarom kan iemand zich wel een vliegveld voor de kust voorstellen, maar zich niet inleven in iemand die oud en hulpbehoevend is geworden? Desnoods in zichzelf als oud en hulpbehoevend. Desnoods in alleen maar moeten revalideren na een ongeluk maar nergens terecht kunnen want alles is vol. Oud worden is, na een zekere leeftijd, toch al niet zo'n pretje, zelfs niet voor wie zelf gezond is. Vrienden worden doof, ziek, dement. Of ze gaan dood. De wereld wordt leger, en wie hem nog bevolkt, van de vertrouwde mensen, degenen met wie je het leven gedeeld hebt of die er hun kleur aan gaven die leven in miezerige, verdrietigmakende omstandigheden, in te volle verpleegtehuizen, of te lang met pijn toch maar thuis. En wie met een das voor even naar binnenkijkt, die ziet alleen maar een of ander oud mens, en die mompelt achteloos iets over 'efficiënte thuiszorg'. Maar wie een vriend is, die ziet het gezicht van een vriend, een vertrouwd gezicht, in zekere zin onveranderd, want zo bekend van altijd. Wie, die vrienden heeft, die ouders heeft, kan nu onverschillig staan tegenover die groeiende wachtlijsten? Het kan niet waar zijn dat elke ontwerpschets van een herinrichting van de Haarlemmermeer zich meteen vult met beelden en toekomstmuziek, maar dat 1.837 mensen die wachten op een plaats in een verzorginstehuis alleen maar een getal is.

“En de Amsterdammers? Die moeten leren leven met het feit dat we als global village soms ook een echte stad zijn en dat 'de cost voor de baet uit gaat' ” schreef de directeur. Een echte stad heeft ook echte ellende. Dat is cost. En dan is de Arena zeker de baet.

    • Marjoleine de Vos