Deja vu

Waaghalzen werden ze genoemd, de mannen die zo'n eeuw geleden op een fiets stapten die werd voortgedreven door een motor. Wat bezielde hen op een vervoermiddel plaats te nemen dat elk moment kon ontploffen? Sommigen van die gemotoriseerde fietsers slaagden er zowaar in hun vehikel tien kilometer lang op de weg te houden.

Omdat de mens een competitiedier is, werd al gauw besloten de kracht van de ene motor met die van een andere te meten. Eenmaal verbannen naar circuits waar de herriemakers niemand tot last waren, raakten de ontwikkeling van de motoren in een stroomversnelling. In 1907 werden de wedstrijden om de Tourist Trophy (TT) in het leven geroepen en konden de constructeurs en coureurs in vrijheid met elkaar wedijveren. Het was de tijd van de Triumphs en de Nortons. Nog verdwaasder waren de mannen die op een motorfiets met een bak ernaast raceten. Vooral aan degene die in de bak naast de fiets plaatsnam werden geestelijke stoornissen toegeschreven. Springend als een aap van de ene kant naar de andere, hangend als een trapezewerker over de rand in een bocht, bracht hij zichzelf in extase. Volgens de regels moeten minimaal twee van de vier ledematen in het zijspan blijven. Het mag een kunst worden genoemd dat de bakkenist dat kan. Zeker gezien de snelheid van de motoren van nu. Straks gaat het nog sneller. Want snel genoeg rijdt een motor nooit.