De kunstschatten van Groningse landjonkers

Manifestatie: Gouden eeuw in Groningen, Hermannus Collenius en zijn tijdgenoten, 1650-1725. Groninger Museum en elders in de provincie. T/m 14/9, dag. vervoer van museum naar de verschillende locaties. Publicaties: brochure door Egge Knol, 74 pag. ƒ 17,50; Freerk J. Veldman, Hermannus Collenius, 1650-1723, Uitg. Waanders, 192 pag. ƒ 65,-.

De Groninger Ommelanden, op het eerste gezicht vlak en leeg, bevatten oases aan bouwkunst en tuinarchitectuur. Een daarvan is de Menkemaborg in Uithuizen. Omstreeks 1700 heeft architect Allert Meijer het middeleeuwse hoofdgebouw van de borg verbouwd tot een idyllisch, door een gracht omringd paleisje met een Franse tuin.

De Menkemaborg is een van de etappes op de tour langs monumenten en tentoonstellingen die deze zomer in het kader van de manifestatie 'Gouden eeuw in Groningen' in de stad en de provincie zijn georganiseerd. De borg is een mooi voorbeeld van de buitenverblijven van rijke Groninger landjonkers. Ooit moeten er zo'n honderd van deze borgen hebben bestaan, maar tegenwoordig is er nog maar een handvol van over. Borgheren, wier rijkdom vooral voortkwam uit grondbezit en de turfwinning in de omliggende veengebieden, waren in de 17de en 18de eeuw belangrijke opdrachtgevers voor kunstenaars. Verschillende buitenverblijven maken dan ook deel uit van de manifestatie, die zich concentreert op kunst en cultuur tijdens de voorspoed in de periode van ruwweg 1650 tot 1725.

Niet alleen vanwege zijn architectuur en tuinen is de Menkemaborg een centraal monument voor de Groninger Gouden eeuw. In het interieur zijn, op de plaats waarvoor ze oorspronkelijk zijn gemaakt, werken te zien van de belangrijkste Groninger barokkunstenaars. Allert Meijer deed voor de decoratie een beroep op de beeldsnijder Jan de Rijk en de schilder Hermannus Collenius. Elk van de vijf door Meijer ontworpen schoorsteenmantels die de borg rijk is, werd door De Rijk van weelderig houtsnijwerk voorzien en door Collenius van een schilderij met een mythologische voorstelling.

Dit triumviraat maakte in de decennia rond 1700 in Groningen de artistieke dienst uit. Dat neemt niet weg dat ook beroemde kunstenaars uit Holland opdrachten uitvoerden voor Groninger patriciërs. Zo maakte de Amsterdamse bouwmeester Philip Vingbooms in 1669 voor de prachtlievende borgheer Johan Clant een heel nieuw ontwerp voor de borg Nittersum bij Stedum. En dezelfde opdrachtgever zette in 1672 de beroemde beeldhouwer Rombout Verhulst aan het werk om in de kerk van Stedum een praalgraf te maken voor zijn vader.

Maar de Gouden eeuw in Groningen werd toch beheerst door lokale kunstenaars - met de schilder Hermannus Collenius voorop. De tentoonstelling in het Groninger Museum is dan ook grotendeels aan zijn werk gewijd, terwijl in de Freaylemaborg te Slochteren veel van zijn portretten worden getoond, en in de Borg Verhildersum in Leens een selectie van zijn historiestukken. In de Borg Nienoord te Leek - tegenwoordig het Nationaal Rijtuigmuseum - worden de werken geëxposeerd die Collenius in 1680-1685 voor de danszaal maakte. Deze wandschilderingen met scènes naar verhalen uit Ovidius' Metamorfosen, zijn de vroegste werken die van hem bekend zijn. Ondanks de slechte staat waarin ze verkeren, zijn het, in de losse maar trefzekere uitvoering, hoogtepunten in Collenius' oeuvre. Collenius was in 1650 geboren in het Friese Kollum en kreeg zijn schildersopleiding in Amsterdam, waar hij zo'n tien jaar woonde. Uit die periode is geen werk bekend. Het zal hem moeilijk zijn gevallen te concurreren met Amsterdamse meesters. Collenius' werk heeft onmiskenbaar kwaliteit, maar haalt het niet bij dat van kunstenaars als Nicolaas Maes of de fijnschilder Caspar Netscher die in de Hollandse steden furore maakten. In zijn geboortestreek bleek voor Collenius echter een wereld van mogelijkheden te liggen. Egge Knol, conservator van het Groninger Museum: “Collenius was zo goochem zich te realiseren dat hij in Groningen dé schilder kon worden, terwijl hij in Amsterdam één van de velen zou blijven.”

Een van de spectaculairste opdrachten die Collenius in de stad Groningen kreeg, is de decoratie die hij in 1711 maakte voor een kamer in het 'Huis met de dertien tempels'. In het Groninger Museum is een reconstructie gemaakt van het interieur van deze kamer, die aan het begin van deze eeuw is ontmanteld. Daarin zijn de wandbeschilderingen en het beschilderde plafond opgehangen, elk met voorstellingen waarin heldhaftige vrouwen uit de Romeinse oudheid een rol spelen. Deze werken zijn in 1910 naar Amerika verkocht en zijn nu voor het eerst weer teruggehaald naar Groningen - met de intentie ze daar te houden. Het museum heeft een jaar de tijd om aankoopfondsen te werven.

Naast de schilderkunst van Collenius is er in het museum en in de diverse borgen en kerken in de Ommelanden, nog veel meer te zien. Prachtig bewerkt zilver bijvoorbeeld, of houtsnijwerk aan schouwen, kerkorgels en meubilair. Bij het bekijken van al die fraaie en soms curieuze voorwerpen valt het ontbreken van een catalogus bij de tentoonstellingen te betreuren. Slechts de schilderijen van Collenius zijn in een monografie beschreven - en dan nog vrij summier. De nog maar weinig bestudeerde aspecten van de kunst en cultuur van de Groningse barok zijn nergens duurzaam en in onderlinge samenhang beschreven. Alleen wat dat betreft is in een mooie en toegankelijke manifestatie een gouden kans blijven liggen.