Crisis in Oost-Europa leidt tot lichamelijk verval; Barometer van het onbehagen

Met het communisme is ook de gemoedsrust en het fysieke welbehagen van de Oost-Europeanen verdwenen. Verpaupering en instabiliteit vertalen zich in minder geboorten en huwelijken, meer sterfte en emigratie. Gezondheidszorg is er nauwelijks, een arts moet drie dagen werken voor een kilo vlees. Naast de economische is er nu de demografische neergang.

Van Tallinn tot Tirana, van Praag tot Vladivostok is het beeld hetzelfde: geboortecijfers dalen in hoog tempo, sterftecijfers stijgen, bevolkingen nemen af, volkeren vergrijzen, levensverwachtingen dalen en scholen sluiten omdat er geen leerlingen zijn. “Rusland gaat dood. Rusland verliest zijn belangrijkste bezit: zijn burgers”, oordeelde eerder deze maand een congres van 1.700 Russische artsen. En wat voor Rusland geldt, geldt voor alle landen in het oosten. Het koortje wordt een koor: artsen en demografen, Academies van Wetenschappen en regeringen, onderzoeksinstituten en medische genootschappen, zelfs ministeries van Defensie in heel Oost-Europa waarschuwen steeds indringender voor de demografische crisis.

De crisis is begonnen na de val van het socialisme: in 1989 in Oost-Europa, in 1991 in de Sovjet-Unie. Vrijheid en democratie deden hun intrede. Maar het begin van de vrijheid werd tevens het begin van nieuwe fenomenen in Oost-Europa: privatisering en de sluiting van staatsbedrijven leidden tot werkloosheid en werkloosheid tot onzekerheid over de toekomst. Economische schoktherapieën leidden via de afschaffing van prijssubsidies tot prijsstijgingen en vaak extreme verpaupering. De welvaart van vóór 1989 was mager, maar ook stabiel, zeker en veilig. De prijzen waren laag, gezondheidszorg en onderwijs waren gratis, werkloosheid bestond niet, pensioenen waren klein - maar werden wel betaald. Verzorging en betutteling duurden van de wieg tot het graf. Die stabiliteit, die zekerheid en die veiligheid zijn verdwenen. Ze hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe economische en sociale realiteit, en die heet: angst, pessimisme en stress, gaarkeukens voor bejaarden, zwerfkinderen onder de bruggen, ziekenhuizen zonder geneesmiddelen en emigratie van ieder die daar de kans toe heeft. Een redden wie zich redden kan.

Veel Oost-Europese samenlevingen zijn nog steeds boerensamenlevingen. Het is de cultuur van het kleine wantrouwen en de kleine aanpassing. De gast is welkom, maar je moet wel uitkijken dat hij er niet met je koe of je dochter vandoor gaat. Boerencultuur is bovendien hoogst conformistisch; zelfs dissidenten die alles riskeerden werden en worden in veel landen - de Baltische landen, de Balkan - nauwelijks gunstig beoordeeld. Ze waren voor veel mensen indertijd een beetje gek, en een beetje dom ook, want ze konden niet overweg met het Systeem. Een boerentraditie zit veelal ook achter het wantrouwen tegen het kapitalisme, of liever gezegd: tegen kapitalisten. In landen als Litouwen, waar in het interbellum de meeste zakenlieden joden waren, en vrijwel nooit Litouwers, geldt nog steeds dat het drijven van een eigen winkel op de keper beschouwd iets afkeurenswaardigs is, iets onchristelijks en on-Litouws.

Na 1989 is die wereld opengegooid. Prijzen werden vrij - en sloegen op hol. Vertrouwde zekerheden verdwenen van de ene dag op de andere. De Oost-Europeanen werden gedwongen anders te werken, anders met hun werkgevers en de overheid om te gaan, umzudenken, zelf te denken, verantwoordelijkheid te accepteren en beslissingen te nemen. De staat - boeman onder het socialisme, maar ook beschermer - verdween uit het leven van alledag. Het kapitalisme en het buitenland trokken binnen, met nieuwe, mooie producten, maar ook met nieuwe, lelijke methoden. Het was voorbij met de vertrouwde kleine aanpassingen: vereist was nu een kolossale aanpassing op elk gebied van het leven. De wereld werd in één klap meedogenloos. En dat heeft de stemming veranderd, de blik op het heden, en de blik op de toekomst.

Sterke mannen

De desillusie over het heden en de nostalgie naar het verleden brengen velen tot het stemmen op xenofobe ultranationalisten, ex-communisten of vermeende 'sterke mannen', van Vladimír Meciár in Slowakije tot Aleksandr Loekasjenko in Wit-Rusland - sterke mannen die vroeg of laat door de mand vallen omdat de oude veiligheden zich niet laten herstellen. Maar de stemming van angst en onzekerheid werkt ook demografisch door.

Depressie wordt een volksziekte. Volgens een recent rapport van de universiteit Harvard, de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO wordt depressie binnen afzienbare tijd in Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie na hart- en vaatziekten de op een na belangrijkste factor bij de toename van het aantal DALY (een daly wordt als rekeneenheid gebruikt en staat voor een disability-adjusted life year, één verloren jaar van gezond leven).

Het geboortecijfer lijdt onder die angst, die onzekerheid, die somberheid. “Het geboortecijfer is een uitstekende barometer van de nationale stemming”, schreef in februari de demograaf Carl Haub, verbonden aan de Amerikaanse onderzoeksorganisatie Population Reference Service, in een rapport over Rusland. “Het geboortecijfer geeft het vertrouwen van de burgers - of het gebrek daaraan - in de toekomst van een land weer. Als het lage geboortecijfer in Rusland ons iets meedeelt, dan dit: dat de Russen met somberheid naar de toekomst kijken.”

Het geboortecijfer in Rusland is gedaald van zeventien geboorten per duizend inwoners in 1985 tot negen per duizend in 1996 (tegen vijftien in de VS). De gemiddelde Russische vrouw krijgt nog maar 1,3 kinderen, het laagste aantal in de geschiedenis van het land. Het sterftecijfer in Rusland is daarentegen opgelopen tot 15,1 per duizend inwoners. Anders gezegd: elk jaar gaan per elke duizend Russen zes mensen méér dood dan er worden geboren. In 1990 telde de Russische bevolking 150 miljoen zielen. Nu zijn dat er 147 miljoen - en het zouden er nog minder zijn als niet uit andere ex-Sovjet-republieken miljoenen etnische Russen naar Rusland zouden zijn teruggekeerd. Als deze trend zou doorzetten, zou Rusland over 33 jaar nog maar 123 miljoen inwoners tellen. De demografische ramp die zich in Rusland voltrekt, zo oordeelde het artsencongres eerder deze maand, is “een ernstige bedreiging van de nationale veiligheid” - omdat zij het voortbestaan van Rusland in gevaar brengt.

Daar komt bij dat de Russen die nog wel worden geboren, een steeds korter leven beschoren is, vooral de mannen. De Russische man rookt te veel, drinkt te veel, eet slecht, beweegt zich te weinig en lijdt aan depressie en stress als gevolg van de economische veranderingen en de sociale ontwrichting - en als hij ziek wordt, wordt hij slecht verpleegd en verzorgd. Nergens in Europa wordt minder aan gezondheidszorg uitgegeven: de door gigantisch geldgebrek geplaagde regering trekt maar 2,6 procent van het bruto nationaal product voor ziekenzorg uit. De gemiddelde Russische man heeft een levensverwachting van 58 jaar, lager dan in de tsarentijd van honderd jaar geleden. In geen enkel ander land is het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen zo groot als in Rusland. Waar de gemiddelde man op zijn 58ste sterft, kan zijn vrouw verwachten haar 71ste verjaardag te halen: de man drinkt - in 1994 vielen in Rusland als gevolg van alcoholgebruik 400.000 doden; de Russische vrouw drinkt minder en kan beter omgaan met stress.

Het gebrek aan vertrouwen in de toekomst komt ook tot uitdrukking in de daling van het aantal huwelijken. In de eerste acht maanden van 1996 werden in Rusland 575.000 huwelijken gesloten, liefst 14,2 procent minder dan in dezelfde periode van een jaar eerder. Twee van elke drie huwelijken loopt uit op een scheiding.

Artsen omkopen

Volgens Richard A. Smith, van het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Eli Lilly dat geneesmiddelen verkoopt in alle landen in het oosten, “kampen alle regeringen in Oost-Europa met hun prioriteiten, en geniet gezondheidszorg nergens een hoge prioriteit”. “De artsen zijn hoog opgeleid en zeer kundig, maar er is geen geld. Overal is het gezondheidssysteem ingestort. Als de gezondheidstoestand in Nederland zou verslechteren tot het niveau in Oost-Europa, zouden de mensen de straat opgaan, al was het maar omdat men hier het gevoel heeft er aldus iets aan te kunnen veranderen. In het oosten demonstreert niemand, omdat het eigenlijk niemand veel kan schelen.”

In landen als Bulgarije, Rusland en Centraal-Azië, zegt Smith, wordt iemand pas in het ziekenhuis opgenomen als hij geneesmiddelen en verband meebrengt en als familieleden hem in het ziekenhuis 24 uur per etmaal verzorgen - en zelfs dan moet de patiënt de arts nog omkopen. Aan gezondheidszorg wordt volgens Smith een fractie uitgegeven van wat in het Westen per hoofd van de bevolking aan gezondheidszorg wordt besteed. “En het zal nog decennia duren voordat ze in onze buurt komen.” Aan preventieve zorg - inclusief opvoeding - wordt helemaal niets uitgegeven.

Wat voor Rusland geldt, geldt voor alle landen in Oost-Europa, ook voor die waar de economische hervormingen succes hebben: ook landen als Polen, Hongarije en Tsjechië kampen met een demografische crisis. Voor héél Oost-Europa geldt dat de levensverwachting de afgelopen zeven jaar is gedaald en dat ze tot 2020 niet zal stijgen. Voor de mannen in Oost-Europa bedraagt de kans dat ze voor hun zestigste sterven inmiddels 28 procent, het hoogste percentage ter wereld met uitzondering van Afrika bezuiden de Sahara.

Hongarije mag een economisch succesverhaal worden genoemd, maar de bevolking neemt af. Het land heeft een van de hoogste sterftecijfers van Europa, vooral in de groep mannen tussen 35 en 64, zo zei onlangs dr. Iván Gyárfás, cardioloog en coördinator van het Hongaarse ministerie van Sociale Zaken. Vet eten speelt een rol, maar verpaupering en stress, veroorzaakt door de hervormingen, doen dat ook. Gyárfás wees op de verschillen in levensverwachting in de verschillende delen van het land en zelfs in de verschillende wijken van een stad als Boedapest: “De levensverwachting in de rijke districten van Boedapest is even hoog als in Nederland. In het arme achtste district is de levensverwachting even hoog als in Afrika bezuiden de Sahara.”

In een ander succesvol land, Polen, is het geboortecijfer sinds het begin van de jaren tachtig gedaald tot bijna de helft: van 79 geboorten per duizend vrouwen per jaar tot 45 nu. Zelfs de straffere abortuswet van 1994 heeft die dalende tendens niet tot staan gebracht. In het eerste kwartaal van dit jaar stierven er - voor het eerst sinds de oorlog - in Polen meer mensen dan er werden geboren en in 2020 zullen er 1,1 miljoen minder kinderen zijn dan in 1995.

Schoktherapie

De meest dramatische statistieken vertonen echter Bulgarije en Roemenië, landen die jarenlang zijn bestuurd door ex-communisten die uit vrees voor de sociale misère die een schoktherapie zonder twijfel zou veroorzaken water in de wijn deden en maar half hervormden. Enerzijds ontnamen ze de bevolking daarmee het perspectief dat de Hongaren, Tsjechen en Polen wel werd geboden - dat de prijs voor de economische offers hoog was, maar in tijd beperkt zou blijven en dat er met andere woorden, hoe hoog die prijs ook was, licht aan het eind van de tunnel was. Anderzijds konden de leiders in Roemenië en Bulgarije op de wat langere duur niet voorkomen dat het halfslachtige beleid uiteindelijk leidde tot wat ze nu juist hadden willen voorkomen: hyperinflatie en extreme verpaupering.

In Roemenië luidde demograaf Vladimir Trebici in de zomer van vorig jaar de noodklok. Vanaf 1990, concludeerde hij, begon de bevolking af te nemen door emigratie. Na 1992 kwam daar een ombuiging van de natuurlijke toename bij. Het aantal geboorten was in 1995 een kwart lager dan in 1990, 236.000 tegen 314.000, het aantal sterfgevallen steeg in diezelfde periode met tien procent tot 271.000 en haalde daarmee het aantal geboorten in. In 1996 was het sterftecijfer in Roemenië vijftig procent hoger dan het geboortecijfer en als die trend doorzet, zo waarschuwde de Academie van Wetenschappen, zal de bevolking over 25 jaar zijn gedaald van 22,7 tot 19 miljoen.

Bulgarije biedt hetzelfde beeld. Armoede, geweld, ziekten, onzekerheid, woningnood, werkloosheid, gebrek aan perspectief en stress eisen een tol. Er werden in 1996 veertig procent minder huwelijken gesloten dan in 1990. Het geboortecijfer was in 1995 na Letland (8,5) al met 8,6 per duizend inwoners per jaar het op een na laagste van Europa en het daalt verder: in 1996 was het 8,2. Het sterftecijfer daarentegen is opgelopen tot 13,6 per duizend inwoners, een van de hoogste in Europa.

In Bulgarije komt daar nog een ander probleem bij: dat van de emigratie. Tussen 1989 en 1996 vertrokken 218.000 leden van de Turkse minderheid naar Turkije en verlieten nog eens 580.000 doorgaans goed opgeleide en jonge mensen het land richting West-Europa, Noord-Amerika en Australië. Nog steeds verlaten 35.000 tot 40.000 Bulgaren jaarlijks voorgoed hun land. En het is de intellectuele top die vertrekt: bij een recent onderzoek bleek meer dan veertig procent van de duizenden onderzoekers van de Academie van Wetenschappen - waar de elite van de natie werkt - het liefst te emigreren. In 1995 vertrokken zevenduizend hoogleraren en andere academici, want in Bulgarije moet een arts drie dagen werken voor een kilo vlees en verdient de best betaalde academicus evenveel als een bouwvakker.

Deze maand werd in Sofia bekendgemaakt dat 11.000 van de 120.000 Bulgaarse leerkrachten worden ontslagen wegens de daling van het aantal schoolkinderen. Die daling komt enerzijds door het afgenomen aantal geboorten, anderzijds door de toenemende absentie: veel ouders komen geld tekort om hun kinderen te voeden en te kleden en kunnen de schoolboeken niet meer betalen. Alleen al in 1996 verlieten 50.000 kinderen de school vóór het eind van de leerplichtige leeftijd.

De kinderen die wel naar school komen, zijn er wat hun gezondheid betreft slechter aan toe dan vroeger, want verpaupering leidt tot slechte voeding en ondervoeding. Zeventig tot tachtig procent van de Bulgaarse kinderen krijgt te weinig vitaminen en mineralen binnen. Typische armoedeziekten als tbc en bloedarmoede komen steeds vaker voor - het aantal tbc-gevallen is sinds 1990 zelfs verdubbeld.

Zelfmoordexplosie

De ex-Sovjet-republieken buiten Rusland kampen met dezelfde problemen, ook de rijkste - de Baltische landen. In Estland, Letland en Litouwen overtreft het sterftecijfer het geboortecijfer. In Litouwen komt het gebrek aan perspectief ook tot uiting in een zelfmoordexplosie. Het steeg na 1991 tot 44 per 100.000 inwoners per jaar en was daarmee vijf keer zo hoog als in de periode van het interbellum. Ook Letland wordt geplaagd door een stijgend aantal zelfmoorden: het is percentueel nog hoger dan in Litouwen en wordt in Europa alleen overtroffen in Finland en Hongarije. In Letland is de gemiddelde levensverwachting voor mannen gedaald tot 58,4 jaar - de laagste in Europa, lager nog dan Rusland. Ter vergelijking: in West-Europa is de levensverwachting 76,5 jaar, in Midden-Europa 71,2. In 1994 en 1995 was het sterftecijfer in Letland zelfs twee keer zo hoog als het geboortecijfer. De Letse bevolking is sinds 1989 met 6,2 procent afgenomen en blijft afnemen met gemiddeld een procent per jaar.

In de Kaukasische landen is het beeld niet anders. Het probleem van de gedaalde geboortecijfers wordt hier alleen nog maar verergerd door de enorme emigratie van honderdduizenden Armeniërs en Georgiërs, die op de vlucht slaan voor de extreme economische terugval, verpaupering, desintegratie, oorlog, chaos en anarchie. Alleen al uit Georgië vertrokken tussen 1991 en 1996 één miljoen mensen, een op elke vijf inwoners. In Nagorny Karabach, de door Armeniërs bewoonde enclave die al negen jaar oorlog voert met Azerbajdzjan, zijn alle mannen tussen 18 en 45 en veel vrouwen in dezelfde leeftijdsgroep in dienst. Het geboortecijfer is zo laag dat deze maand een premie van duizend dollar is uitgeloofd voor elke vrouw met vier of meer kinderen.

In december waarschuwde het Oekraïense ministerie van Defensie na een onderzoek dat bijna twintig procent van de recruten voor het Oekraïense leger te ziek en mentaal te instabiel is om te vechten. Meer dan vijftien procent van de recruten die vorig jaar onder de wapenen werden geroepen was zelfs te ziek en te zwak om wapens te dragen. Vijf procent was suïcidaal en het intellectuele niveau van de recruten gaat hard achteruit, zo zei de opsteller van het rapport, Grigori Temko, plaatsvervangend hoofd van het opleidingsprogramma van het Oekraïense leger. Slechts 1,6 procent van de recruten heeft een hogere opleiding en een kwart heeft de middelbare school niet afgemaakt. In het Russische leger is het zelfmoordprobleem inmiddels in luttele jaren in omvang verdubbeld: op elke 100.000 soldaten plegen er per jaar 36 zelfmoord, tegen vijftien in 1991.

De demografische crisis leidt nu al tot enorme problemen, in de legers, in de scholen. Economieën beginnen na jaren van negatieve groeicijfers eindelijk een beetje boven de rode lijn uit te komen, maar de barometer van de stemming van hele volkeren blijft negatief en dat zal in veel landen nog jaren zo blijven. In een land als Bulgarije is een hele landstreek - het zuidoosten, de regio rond Kurdzjali - inmiddels zo goed als ontvolkt door het wegtrekken van de etnische Turken. Daarmee heeft hun traditionele bezigheid, de tabaksindustrie, een zware klap gekregen.

Nederland maakt zich zorgen over de vergrijzing, maar over een generatie zullen de Oost-Europese volkeren in nog veel sterkere mate vergrijsd zijn. Na 2020 verschijnen de in dit decennium geboren kinderen op de arbeidsmarkt - de weinige die in deze jaren negentig zijn geboren. Tegelijkertijd gaan hun ouders met pensioen, de generatie van de jaren zestig en zeventig, uitgesproken babyboomers. Als zij tenminste dat pensioen halen, want in vele landen gaat de gezondheidstoestand als gevolg van de verpaupering en de falende gezondheidszorg - zie de voorbeelden van Bulgarije en de Oekraïne - hard achteruit.

Demografie

De levensverwachting is overal, behalve in Tsjechië, gedaald. De Russen stierven in 1994 het jongst: op hun 66ste, tegen een gemiddelde van 74 jaar in alle geïndustrialiseerde landen. Door overmatig alcoholgebruik gaan de mannen in het vroegere Oostblok veel eerder dood dan de vrouwen. De slechtere gezondheid en de daling van het aantal geboorten zorgen voor een afname van de Oost-Europese bevolking.