Chinese scholieren willen 'cool' Hongkong graag terug

Op middelbare school nr 4 in Peking staan de komende dagen in het teken van Hongkong. Vlak voor de overdracht geven vijftien- en zestien-jarige leerlingen uiting aan wat de Chinese media hebben omschreven als “het warme gevoel van patriottisme”.

PEKING, 28 JUNI. Hongkong is ku'er. Het groepje leerlingen voor de hekken van middelbare school nr 4 in Peking is eensluidend in het oordeel. Met de verchineeste versie van het Amerikaanse begrip cool is Hongkong in één woord omschreven. De muziek, de films, de kleding, de rijkdom, het spreekt de jongens en meisjes allemaal tot de verbeelding. Ze zijn dan ook zeer te spreken over het feit dat dat alles over twee weken weer van China is.

Maar binnen de hekken van het schoolterrein bestaat, als het aan het onderwijzend personeel ligt, het belang van Hongkong uit iets heel anders dan popcultuur. De historische betekenis van de teruggave van Hongkong aan China is volgens geschiedenisleraar Zhao Lijian dermate groot dat het “een onderwerp bij uitstek” is “om het gevoel van vaderlandsliefde bij de leerlingen te sterken”. Het betekent iets voor hen, aldus Zhao, en dat is niet echt het geval bij Karl Marx en Mao Zedong, wier gedachtengoed de hoofdmoot van het ideologische onderwijs vormt. De meeste leerlingen geven desgevraagd onmiddellijk toe dat Marx en Mao in het dagelijkse doen en laten geen rol meer spelen.

Deel 1 van de Moderne geschiedenis van de China, het eerste lesboek dat de zestienjarige leerlingen aan de hogere middelbare school uit hun hoofd dienen te leren, begint bij Lin Zexu, de keizerlijke gezant die in 1839 een grote lading opium van de Britten vernietigde. Aan deze drug, die massaal werd afgezet in China, raakte een belangrijk deel van de Chinese bevolking verslaafd (toen het communistische leiderschap in 1949 een resoluut einde maakte aan het drugsgebruik, was nog sprake van 20 miljoen verslaafden), maar het dichtte, door een gegarandeerde afname, het Britse handelstekort met Peking. “Het heldhaftige optreden van Lin heeft geleid tot de opiumoorlogen en de 'oneerlijke verdragen' die Engeland China heeft opgelegd. Het is van belang dat de jeugd weet wat het Chinese volk is aangedaan door de buitenlandse onderdrukkers. Het sterkt hun gevoel van eigenwaarde”, zegt Zhao.

Lin Zexu is inmiddels een nationale held geworden die tevens als voorbeeld dient voor 's lands anti-drugbeleid. De rituele drugsverbranding, begin deze maand in het Zuidchinese Humen, de plaats waar Lin 158 jaar geleden de Britse lading opium vernietigde, haalde vele voorpagina's van China's staatsgecontroleerde media. En ook in het filmepos 'De Opiumoorlog', een speciaal voor de overname gemaakte mega-productie van tien miljoen dollar die vanaf 1 juli in de Chinese bioscopen vertoond zal worden, is Lin de held van de avond.

Het Chinese propaganda-apparaat heeft met de overname van Hongkong in het vooruitzicht de opdracht gekregen het Chinese volk bij te scholen. De kijk op het “miserabele slangennest van de imperialistisch bloedzuigers en kapitalistische honden” aan de monding van de Parelrivier, heeft de afgelopen maanden een stevige herbeschouwing ondergaan. Iedere avond is voorafgaand aan het journaal een twee minuten durende aflevering te zien van de 366-delige serie over de geschiedenis van Hongkong. De grote landelijke 'quiz van honderd vragen', waarbij prijzen van 20 tot 200 gulden zijn uitgereikt, heeft vorige week de gemoederen beziggehouden op alle middelbare scholen en staatsondernemingen, en in het Nationaal Museum van de Chinese Revolutie in Peking - achter de enorme klok waar de seconden wegtikken tot de overname - kan ieder die wil de geschiedenis nog eens nalezen.

“We mogen de nationale vernedering nooit vergeten”, meldde de vice-conservator van het museum onlangs in de Hongkongse media. “Meer dan 6.000 jaar geleden woonden al Chinezen in Hongkong. De geschiedenis van Hongkong is derhalve niet een geschiedenis van de laatste 150 jaar (...) Maar de inwoners van Hongkong die zijn onderworpen aan het Britse gezag, hebben ons het gevoel gegeven geen moederland te hebben.” En dat, aldus de conservator, verandert nu.

Tegen de achterwand van de tentoonstelling staat, in een zee van plastic bloemen, de levensgrote beeltenis van Deng Xiaoping. De grote architect die het volgens het museum allemaal heeft mogelijk gemaakt, overziet, in was gegoten, een panorama van Hongkong. De in februari overleden opperste leider in ruste zag de door hem gekoesterde wens bij de overname aanwezig te zijn niet verwezenlijkt. Maar dankzij de fotografische precisie van het wassen-beeldenmuseum, beschikken de schaarse bezoekers, die het geheel veelvuldig fotograferen, toch nog over een plaatje van kameraad Deng in Hongkong.

Het beeld dat het Chinese propaganda-apparaat schetst van Hongkong is vooral een Hongkong dat dankzij de inspanning van de Chinese inwoners is geworden wat het is. “Zonder China geen Hongkong”, vat een bejaarde bezoeker de tekst onder een grote foto van het machtige stadsgezicht samen. Liu Cunkuan, een gepensioneerde hoogleraar van de Chinese academie voor sociale wetenschappen, die, na langdurig de Russisch-Chinese betrekkingen bestudeerd te hebben, zich sinds 1982 heeft gespecialiseerd in de Brits-Chinese betrekkingen, bevestigt de gedachte dat China voor de ontwikkeling van Hongkong essentieel is geweest. “Al het drinkwater in Hongkong is jarenlang vrijwel uitsluitend aangeleverd door China. Dat geldt ook voor de goedkope arbeid en grond waar, door de Hongkongse zakenwereld met ondernemingen in China, dankbaar gebruik van is gemaakt.”

Over het aandeel van Engeland laat Liu zich liever niet uit, maar het feit dat China de belofte heeft gedaan zich de komende vijftig jaar niet te zullen bemoeien met de sociale, economische en politieke gesteldheid van Hongkong vindt hij veelzeggend. “Als de Chinese regering de Britse inspanningen allemaal niks had gevonden, dan zou er geen reden zijn geweest dergelijke beloften te doen.”

Een medewerker van een instituut voor moderne geschiedenis stelt het scherper en verwoordt hetgeen in China niet mag worden gezegd. “Hoewel de Britse invloed in China fout en onterecht is geweest, kan niet worden ontkend dat het cruciaal is geweest voor het openen van het in chaos verkerende keizerrijk.” Hongkong is volgens de medewerker voor China even belangrijk geweest als China voor Hongkong. “Toen Engeland na de oorlog afstand nam van de meeste van zijn koloniën en Nieuw China aangaande Hongkong een dergelijk voorstel werd gedaan, wilde Zhou Enlai (de toenmalige Chinese minister van Buitenlandse Zaken) er niets van weten. Immers, Hongkong was door de aanwezigheid van Engeland China's enige venster naar de Westerse wereld en een belangrijke overslagplaats van goederen uit China en het Westen. Zhou wilde dat behouden - overname zou rampzalig zijn geweest voor Hongkong èn China.”

Ook het politiek belang van Hongkong - dat met communistisch China weinig van doen heeft - wil de medewerker in tegenstelling tot de Chinese regering wel aanroeren. In de Chinese media komen de democratische hervormingen van Chris Patten, de laatste gouverneur van de Britse kroonkolonie, om begrijpelijke redenen amper aan bod. Op de Hongkong-tentoonstelling in het Nationale museum van de Chinese revolutie, wordt Patten precies één keer genoemd. De politieke hervormingen van Patten, aldus de tekst onder de foto van de gouverneur, gaan tegen de afspraken in zoals vastgelegd in de door China en Engeland in 1984 opgestelde Gezamenlijke Verklaring aangaande Hongkong. Direct daaronder is een foto te zien van een handjevol “inwoners van Hongkong” die een spandoek hooghouden waarop zij eisen dat de gouverneur zijn voorstellen intrekt om daarmee een “vreedzame overdracht” te veilig te stellen.

De medewerker vindt dat China een kans misloopt door de politieke dimensies in Hongkong niet ten volle te benutten. Peking zal de deels door de inwoners van Hongkong gekozen Wetgevende Raad vervangen door een door de Chinese regering aangewezen raad. “De speciale administratieve regio (SAR) die Hongkong na de overdracht wordt, blijft feitelijk een kolonie van China. Wat zou het goed zijn geweest wanneer China naast het vrijlaten van de economische facetten van Hongkong ook de politieke ontwikkelingen de ruimte zou hebben gegeven. Binnen de grenzen van de SAR zou geëxperimenteerd kunnen worden met politieke vrijheden - zonder dat het socialisme op het vasteland van China gevaar zou lopen.”

Maar politieke verandering in China gaat langzaam, wat door veel Chinese intellectuelen in informele kring dikwijls wordt betreurd. “In vergelijking met 150 jaar geleden is in de politieke top weinig veranderd. Daar hebben keizers of dictators of hoe je het ook wilt noemen het voor het zeggen, en die verdragen nu eenmaal geen kritiek. In die zin is China zeer traditioneel in zijn omgang met het buitenland - zo ook met Hongkong.”