Albanezen temidden van chaos naar stembus

De Albanezen gaan zondag ter stembus voor de meest bizarre verkiezingen die Europa in lange tijd heeft gezien. Ze zullen een oplossing van de problemen niet werkelijk dichterbij brengen en dienen vooral de internationale gemeenschap als alibi.

ROTTERDAM, 28 JUNI. In Albanië wordt morgen gestemd over de bezetting van 155 parlementszetels, waarvan er veertig via landelijke partijlijsten worden gevuld en de rest volgens het districtenstelsel. Over die verdeling is langdurig geruzied tussen de Democratische Partij van president Sali Berisha, die Albanië sinds de val van het socialisme regeert, en de kleine partijen, die in het districtenstelsel steevast uit de boot vallen. Overeenstemming over de verdeling is niet bereikt.

Algemeen wordt gehoopt dat de verkiezingen het land weer enigszins op het spoor kunnen brengen na de chaos van de afgelopen maanden. Ze bieden ook de kans de verkiezingsfraude waarmee de Democratische Partij zich bij de verkiezingen van vorig jaar een reusachtige meerderheid in het parlement verschafte, recht te trekken.

Dat zijn argumenten die van toepassing zijn op een min of meer normaal land. Maar Albanië is geen normaal land en de verkiezingen zijn het ook niet. Sinds februari, toen de ineenstorting van dubieuze investeringsfondsen tot de desintegratie van het centraal gezag leidde, bevindt Albanië zich in de greep van collectieve hysterie, chaos, anarchie en wetteloosheid. De zuidelijke helft van het land wordt gedomineerd door schimmige 'comités van nationale redding' die met elkaar gemeen hebben dat ze van het centraal gezag in Tirana, van Berisha en van de Democratische Partij niets willen weten. In feite bestaat het zuiden uit een aantal autonome stadsstaatjes. Het noorden is op zijn eigen wijze autonoom: hier heersen geen comités van nationale redding, hier wordt de dienst uitgemaakt door rondtrekkende benden criminelen en door lokale potentaten die fel tegen de oppositionele socialisten zijn, maar wier trouw aan Berisha maar zeer betrekkelijk is.

En overal, in noord en zuid, heerst de anarchie. Tachtig procent van de Albanezen is bewapend en elke dag vallen tussen tien en dertig doden bij ongelukken met geweren die afgaan of handgranaten die ontploffen, bij overvallen, inbraken en berovingen, bij afrekeningen tussen benden, bij wegversperringen waar gewapende bandieten reizigers uitschudden, bij bloedwraakacties, bij vereffeningen van oude rekeningen of bij aanslagen. Wie na een ruzie uit een café wordt gezet haalt thuis een handgranaat en gooit die in het café naar binnen. Dat gebeurt niet soms, dat gebeurt elke dag. Sinds februari zijn aldus al meer dan zestienhonderd doden gevallen.

In die sfeer van geweld en anarchie is een verkiezingscampagne onmogelijk geweest. Kandidaten zijn op weg naar bijeenkomsten beschoten, tegengehouden en teruggestuurd, gegijzeld en ontvoerd. De Democraten waren niet welkom in het zuiden, de socialisten werden geweerd uit het noorden - zelfs al heetten ze Bashkim Fino en waren ze premier. Naar Berisha zelf werd een keer een handgranaat gegooid. Donderdag werd hij beschoten.

Wat voor de kandidaten en campagnewerkers geldt, geldt ook voor de internationale waarnemers die moeten toezien op het eerlijke verloop. Ook zij zijn regelmatig tegengehouden en teruggestuurd. In Gjirokastër werd vorige week een groep waarnemers belegerd door benden die hun geld opeisten en de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE heeft erkend dat er 'zwarte plekken' zijn waar haar waarnemers niet kunnen komen en niets kunnen waarnemen, laat staan controleren.

De chaos maakt veel meer onmogelijk. Van een sluitende kiezersregistratie is geen sprake. Dat kon ook niet, omdat bij de anarchie in februari stadhuizen zijn afgebrand, en met die stadhuizen de registratie van stemgerechtigden. Zelfs als dat niet was gebeurd was de registratie van kiezers niet gelukt. Niemand weet of er in Tirana 300.000 of 600.000 mensen wonen: de afgelopen jaren zijn honderdduizenden mensen naar de stad gekomen zonder de moeite te nemen zich te registreren. Talrijke andere zaken zijn pas op het nippertje geregeld: tot deze week was niet duidelijk wie waar kandidaat was, als gevolg waarvan de stembiljetten niet op tijd konden worden gedrukt; de kiescommissies waren niet benoemd, er werd geruzied over het tijdstip waarop de stembureaus moesten sluiten en computers ontbraken in veel van de 115 kiesdistricten.

De chaos liep zo hoog op dat de man die namens de OVSE het toezicht moest coördineren, de Brit Brian Pridham, vorige week opstapte. Hij verweet de OVSE niet alleen haar fiat te hechten aan verkiezingen die noch eerlijk, noch vrij konden worden genoemd, maar ook haar best te doen de uitslag ten gunste van Berisha's Democratische Partij te beïnvloeden. De OVSE wilde van kritiek niets weten en meldde dat Pridham 'om persoonlijke redenen' was opgestapt.

De tragiek van Albanië wordt gecompleteerd door het volledig uitblijven van toenadering tussen de twee grootste partijen, die al sinds 1991 op voet van oorlog met elkaar staan: Berisha's Democraten en de socialisten van Fatos Nano, de ex-premier die jarenlang na een dubieus proces gevangen heeft gezeten en die pas deze lente vrij kwam. De chaos in Albanië heeft de twee hoofdrolspelers in de Albanese politiek er niet toe gebracht hun conflicten bij te leggen en samen te werken bij het bezweren van de crisis. Integendeel: ze geven elkaar de schuld van die crisis. Volgens Nano is Berisha een tiran, een antidemocraat en een dief en bedrieger (omdat hij de investeringsfondsen de hand boven het hoofd hield, wetend dat ze de Albanezen al hun spaargeld zouden kosten, en van die fondsen heeft geprofiteerd). Nano is volgens Berisha een communist die het verleden wil herstellen en die samenwerkt met de 'rode bandieten en gangsters' in het zuiden van het land. In beide standpunten ontbreekt elke nuace. Overigens - van die 'bandieten en gangsters' zullen overigens sommigen morgen vrijwel zeker, als lokale kandidaten in bijvoorbeeld de stad Vlorë, in het nieuwe parlement worden gekozen.

De verkiezingen zullen de anarchie niet bezweren, de polarisatie niet verminderen en de honderdduizenden wapens niet in de opslagplaatsen terugbrengen. Het is onwaarschijnlijk dat ze op korte termijn zullen leiden tot een oplossing van het probleem van de investeringsfirma's, een herstel van het centraal gezag of een herstel van de zo goed als stilgevallen economie.

Dat deze verkiezingen toch doorgaan, danken de Albanezen voor alles aan de internationale gemeenschap, die met een zevenduizend man tellende troepenmacht in Albanië aanwezig is en die daar zo snel mogelijk weer weg wil. Het verlengde mandaat voorziet in voortzetting van de missie tot midden augustus. Dan moet - als het aan die internationale gemeenschap ligt - de situatie in Albanië zijn genormaliseerd.

Dat de verkiezingen imperfect zijn, wordt door de internationale gemeenschap erkend, al doet iedereen alsof het met de onregelmatigheden wel zo meevalt dat de stembusslag voor vrij en eerlijk door kan gaan. Van uitstel heeft de internationale gemeenschap hoe dan ook niets willen weten, want haar missie in Albanië moet voor alles een beperkte blijven. Zondag krijgt die internationale gemeenschap in Albanië haar alibi.