Agamemnon in beeldende muziek

Concert: Agamemnon van Wim Laman door Radio Symfonie Orkest, Groot Omroepkoor o.l.v. Ed Spanjaard. Gehoord: 27/6 Concertgebouw Amsterdam.

Elke vergoten druppel eist nieuw bloed: deze wet der wrake beheerst Wim Lamans Agamemnon die al voor het Holland Festival 1993 was gepland. Het eerste bedrijf van de opera naar Aischylos' trilogie Oresteia werd gisteravond voor het eerst uitgevoerd. Ed Spanjaard dirigeerde met grote inzet de concertante versie die smeekt om beelden: je ziet als het ware Klytaimnestra met een bijl in haar hand en met bloed op het voorhoofd zegevierend bij de lijken staan. Haar wraak op Agamemnon en zijn buit, de zieneres Kassandra, is dan volbracht. Lamans elektriserende muziek klinkt nog sterker naar theater in de laatste achtste scène, de kortste maar meest hectische: een grandioze operafinale. Het oud-Grieks heeft Laman geïnspireerd, getuige de sterke en melodieuze klank, maar de hoge mate van abstractie staat bij een concertuitvoering inleving in de weg.

Dat Laman een opera componeerde over strijd en vervloeking, verwonderde nauwelijks na voorgaande composities als Het Gevecht voor bariton, ensemble en tape en Emanation voor instrumentaal ensemble, geïnspireerd door de duistere doeken van Anselm Kiefer, waarin eruptieve energie gepaard gaat met gestolde tijdloosheid. Het begrip emanatie, uitvloeiïng, vertaalde Laman door het genereren van processen vanuit één enkele toon.

Dat gebeurt ook in Agamemnon, dat voortvloeit uit de D in het begin, die op meerdere cruciale punten in de opera verschijnt. Door op die D een Gis te plaatsen, de allesontwortelende tritonus, typeert Laman de spanningen in het dubbelzinnige karakter van Klytaimnestra. Agamemnon is niet meer dan een man in staal gekleed, die de tragedie op gang brengt door zijn dochter Iphigeneia te offeren voor wat wind in de zeilen van zijn oorlogsvloot op weg naar Troje. Maar Klytaimnestra, die Iphigeneia zal wreken, is veel interessanter. Wanneer zij in de vijfde scène Agamemnon tegemoet treedt, is er voor het eerst sprake van lyriek, toont zij zich zo verleidelijk mogelijk, sympathiek en gevoelig. Maar de demonie zal toeslaan, meedogenloos - Agamemnon vermoedt al haar onoprechtheid! - en het is die ambivalentie die het eigenlijke thema is van de opera. Een vreemde storm jaagt door Klytaimnestra en daarmee door het gehele muziekdrama. Lamans compositie eist grote stemmen. Helaas overtuigde Susan Bickley als Klytaimnestra minder in de demonie dan in de melancholie. Susan Narucki als Kassandra die haar eigen dood voorziet, biedt meer. Opmerkelijk is haar deemoedige houding: in het orkest 'gebeurt' veel meer. De vrouwenstemmen zijn zeker in het begin met een zekere distinctie behandeld. De mannen daarentegen klinken overwegend stoer, wat overigens bijdraagt tot een zekere monotonie. Omar Ebrahim in de titelrol en William Lewis (een ruige Aigisthos) droegen krachtig bij aan de geweldsspiraal. Harry Peeters als koorleider vond ik niet minder overtuigend: een nobele welluidende bijdrage.

Soms verwijst Lamans muziek naar Stravinsky's Oedipus Rex, in de finale naar een swingende Louis Andriessen (De Staat) en de extra spanning verwekkende accenten in het orkest herinneren aan Xenakis.

Vooral de finale was voor het mannenkoor van het Groot Omroepkoor en het Radio Symfonie Orkest dankbaar. Aischylos was de schepper van de dialoogvorm en dat inspireerde zowel de dichter als de componist. De beelden van deze confrontatie zagen we zonder ze te zien, betoverd door muziek.