Wolven op de koffietafel

Kurt Wolfe en Gregory McNamee: In the presence of wolves. Crown Publishers, 160 blz. ƒ 126,60

Een door een jongen gedode kraai spoelt na enige dagen rotten in het water aan. Een passerende wolf blaast hem weer leven in. 'Kraai zegt: hé, ik lag te slapen. Wolf zegt: nee, je was dood. Je zat vol wormen. Kraai krast zijn bedankjes en vliegt weg.'

Van dit oude volksverhaaltje van de Yukaghir in Siberië leren we dat Monthy Python van alle tijden is - maar we leren niets over wolven. Dat is het bezwaar van In the presence of wolves, een breed bemeten koffietafelboek met foto's van de Noord-Amerikaanse wolf in het wild en wereldwijd verzamelde literatuur-citaten over wolven en hun aard in de ogen van de mens.

Die pretentieuze verzameling teksten over het ook vanuit de menselijke cultuur bezien boeiende roofdier blijkt een allegaartje. Met dan weer een enkel stukje leerzame non-fictie, een filosofisch traktaatje maar weer veel vaker een Noord-Amerikaanse indianenlegende of een Japans volksverhaaltje. En het grootste nadeel: in die laatste categorie teksten gaat het nu juist om fabel-achtige vertellingen die niets zeggen over de manier waarop mensen werkelijk tegen wolven aankijken. Die allegorieën met de mens als wolf en andersom, staan net zo ver af van de aard van de wolf als Donald Duck van het wezen van de eend. De als een would-be Indiaan ogende samensteller McNamee heeft een voorkeur voor het zweverige. Maar de tekstjes bevatten af en toe wel aardige verrassingen. Sommige gaan over de waarde van ongetemd landschap met wilde bewoners, en daarover is in de loop der eeuwen het nodige behartigenswaardige over gezegd.

Deze wolven op de koffietafel zijn wel de moeite van het bladeren waard om de beelden. Een menigte fotografen is al losgelaten op de illustere wolf, met zijn onpeilbare oogopslag, maar National Geographic medewerker Art Wolfe overtreft hen. Hij vangt die blikken precies op het juiste moment, temidden van schitterend gekleurde Noord-Amerikaanse landschappen. Ook de prooidieren, die af en toe ook als solist op de foto's mogen opdraven, komen er erg mooi vanaf. De natuurfoto is door alle televisiedocumentaires niet overbodig gemaakt. Neem de eenzaam jagende prairiewolf die een uitputtingsslag voert met een hert dat hij letterlijk bij de neus heeft genomen. Een blik op een bevroren moment in de patstelling geeft aan dat dit nog heel lang gaat duren - in een natuurfilm wordt dan censurerend geknipt. De verhouding van foto en tekst is twee-op-één, dus dit is een voor tweederde heel geslaagd boek.