Wijffels: 'Verdubbeling voedselproductie kan verantwoord en duurzaam'

De voedselproductie moet de komende twintig jaar bijna verdubbelen om de wereldbevolking te eten te geven. Managers van de internationale agribusiness spraken er deze week in Jakarta over hoe dat op een verantwoorde wijze kan.

JAKARTA, 27 JUNI. Een keur aan Indonesische voedingsmiddellenconcerns was in het chique Shangril-La hotel aanwezig tijdens het zevende wereldcongres van de oorspronkelijk Amerikaanse International Food- and Agribusiness Management Association (IAMA) met het eetbare bewijs van hun kunnen. De managers spraken over de vraag hoe de voedingsindustrie de wereldbevolking de komende twintig jaar op verantwoorde wijze te eten kan blijven geven.

Voorzitter Herman Wijffels van de hoofddirectie van de Nederlandse Rabobank, dit jaar tevens voorzitter van de IAMA, benadert het probleem optimistisch. “Vandaag zei iemand tegen me dat de mensheid de komende vijftig jaar meer voedsel gaat consumeren dan in de hele geschiedenis van het menselijk bestaan tot nu toe. De wereldvoedselproductie moet de komende twintig jaar bijna verdubbelen, terwijl de totale oppervlakte die geschikt is voor landbouw niet groeit. Wij hebben de opvatting dat dat moet kunnen.”

Het is toch een commercieel belang dat u naar Jakarta brengt?

“Zeker. Daarnaast heeft de problematiek hier heel sterk mijn persoonlijke belangstelling. Voor een groot deel van de wereldbevolking is het geraken tot een situatie waarin mensen voldoende en ook goed te eten hebben een heel belangrijke stap om te komen tot een eerste fase van een behoorlijke levenskwaliteit.”

Maar is dat ook iets wat speciaal een zorg is voor het bedrijfsleven?

“Overal in de wereld stellen overheden zich minder dirigistisch op als het gaat om landbouwpolitiek en voedingsmiddelenbeleid. Dat betekent dat een steeds groter deel van de verantwoordelijkheid voor die groeiende wereldbehoefte komt te berusten bij private partijen. We proberen hier met mensen uit bedrijven, onderzoeksinstellingen maar ook overheden, gedachten te vormen. Ik zou me kunnen voorstellen dat dat op den duur bijvoorbeeld uitmondt in een gedragscode over hoe biotechnologie wordt ingezet. En dat er gedragslijnen ontstaan over duurzaamheid.”

Hoe moet men zich dat in de praktijk voorstellen?

“Ik vind het erg interessant wat er bijvoorbeeld op die VN Earth-top in New York gebeurt. Daar speelt de vraag: zijn we er om maximaal economisch te presteren of is de economie er om te leiden tot een kwalitatief goed bestaan? Het is ook duidelijk dat het er alleen langs de lijn van politiek overheidshandelen niet komt. Er is een wereldmarkt ontstaan waarin ondernemingen opereren die niet echt grijpbaar zijn via de ingangen van de nationale staat. Dus de vraag doet zich in toenemende mate voor of er in die economische ruimte ook niet sociale, ecologische en humanitaire normen ontwikkeld moeten worden. Een van de wijzen is dat ondernemingen algemene gedragscodes formuleren. Dat creëert ook een zekere mate van toetsbaarheid. De manier waarop bijvoorbeeld Shell zich nu open en enigszins kwetsbaar opstelt voor gesprekken met mensen uit de milieubeweging en uit de mensenrechtenbeweging, zie ik als een eerste stap.”

Is dat vanuit het perspectief van een ontwikkelingsland niet een luxe?

“De bewustwording van het belang van de ecologie is ook in ontwikkelingslanden heel snel aan het doordringen.”

De Indonesische president Soeharto zei onlangs nog dat ontwikkelde landen kwesties op het terrein van ecologie, milieu en arbeidsrecht alleen maar manipuleren uit handelspolitieke overwegingen.

“Ik kan me voorstellen dat in sommige ontwikkelingslanden op dat punt enige bezorgdheid bestaat. Maar toch is het van groot belang dat die dingen zo snel mogelijk op een wereldwijd niveau ingevuld worden. We leven echt in een wereld waarin het lot van alle mensen met elkaar verbonden is. Dat is de belangrijkste betekenis van de globalisering.”

Heeft een bank een ethisch-politieke missie?

“Onze roots zitten in het mensen helpen hun eigen lot in handen te nemen. Daar komen wij vandaan. Zo zijn we honderd jaar geleden begonnen. Dat is toch een kernwaarde voor ons bedrijf. We hebben onze missie internationaal heel sterk gedefinieerd in de lijn van het door financiële dienstverleningen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een betere wereldvoedselvoorziening. Mijn ervaring is dat als je dingen doet die werkelijk betekenis hebben voor mensen dat er dan voor de bank ook altijd wat overschiet.”