Twentestad: de gewenning duurt wel een generatie

De geplande fusie tussen Enschede, Hengelo en Borne tot Twentestad is de eerste gemeentelijke herindeling van deze omvang. 'De fusie zal de afstand tussen de burger en de politiek vergroten.'

ENSCHEDE, 27 JUNI. Het wordt de vijfde stad van Nederland, met alle grootstedelijke financiële voordelen van dien. Met zijn 245.000 inwoners zal Twentestad, de fusiegemeente van Enschede, Hengelo en Borne, bovendien een onvervalst Twents woordje meespreken op het Europese toneel, zo is de verwachting in Zwolle en de regio. Twentestad, kortom, biedt de regio en zijn inwoners grote voordelen, zo bleek afgelopen woensdag tijdens de vergadering van Provinciale Staten van Overijssel, waar het fusiebesluit viel.

Wat begin '94 mislukte, lukte uiteindelijk nu wel: het laten samengaan van een aantal grote Twentse gemeenten. In 1994 struikelden de plannenmakers over de weigering van het kabinet om extra geld, 45 miljoen gulden, vrij te maken voor de Dubbelstad, zoals Twentestad toen nog zou gaan heten. Bovendien ontbrak het aan draagvlak onder de bevolking. Dat is nu anders: Enschede en Borne zijn vóór een fusie, net zoals de helft van de Hengelose bevolking.

Maar niet iedereen stemt ermee in dat de regio klaar is voor de nieuwe stad. Bestuurlijk en politiek gezien krijgt de nieuwe gemeente nog heel wat te verduren, zegt deskundige L. Spannenburg van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Spannenburg is het op zichzelf eens met de voordelen, maar acht een politieke instabiliteit van de nieuw-gevormde stad een groot en te weinig onderkend nadeel. Het zal lange tijd duren voor de ambtenaren van de drie gemeenten gewend zijn aan elkaar en aan de verschillende manieren van denken. “Je hebt toch te maken met drie verschillende culturen.” De instabiliteit zal nog eens worden versterkt doordat er ambtenaren zullen moeten afvloeien. “Dat zal ook leiden tot onrust.”

Daar komt nog bij, zegt Spannenburg, dat de gemelde financiële voordelen van de schaalvergroting (Twentestad zal kunnen profiteren van de rijksgelden voor grootstedelijk beleid) pas na enkele jaren tot stand zullen komen, wat het draagvlak onder de burgers bepaald niet zal bevorderen. “De regio heeft berekend dat er in Twentestad op jaarbasis tien tot vijftien miljoen gulden minder hoeft te worden uitgegeven dan nu in de drie steden apart. Dat geld kan in de vorm van lastenverlichting aan de bevolking worden teruggegeven. Maar er zijn veel aanloopkosten, zoals de afvloeiing van ambtenaren en het aanpassen van de voorzieningen. Dat zal weerstanden oproepen.”

Spannenburg krijgt onder anderen bijval van de Groningse hoogleraar bestuurskunde en bestuursrecht M. Herweijer. Deze ziet in de geplande fusie voornamelijk schaalnadelen. De interne organisatie wordt dermate ingewikkeld, dat de nieuwe gemeente niet kan ontkomen aan een binnengemeentelijke decentralisatie. Er zullen op termijn deelraden ontstaan en die zullen vervolgens leiden tot competentie-problemen. Want de deelraden willen geld uitgeven, maar hebben daarvoor een fiat nodig van het hogere niveau, en daar zitten politici die niet geïnteresseerd zijn in de problemen op wijk- en deelraadniveau. Herweijer: “De afstand van de burger tot de politiek zal groter worden.”

Het is de vraag wanneer de burgers van de verschillende steden zich als inwoners van Twentestad zullen zien. Volgens Spannenburg zal dat nog zeker een generatie duren. Als de nieuwe stad haar burgers aan zich wil binden, zegt hij, moet zo snel mogelijk worden gekozen voor een imago. “Twentestad moet zichzelf een gezicht geven. Bijvoorbeeld zich de stad van de overslag en de hoogwaardige dienstverlening noemen en dat uitdragen. Zo'n imago versnelt de eenheid en de identiteit.”

Herweijer denkt dat de grote gemeente juist een probleem kan opleveren voor de inwoners. De marktkoopman die voorheen drie vergunningen nodig had om op de markten te staan in Borne, Hengelo en Enschede, heeft nu maar één vergunning nodig. “Stel dat de betrokken ambtenaar hem niet mag. Dan kan hij zijn broodwinning in elk van die plaatsen wel vergeten. Hij heeft geen keuze meer.”