Tabaksindustrie zoekt heil in promotie motorsport en jazzfestivals; Sponsoring vult reclame aan

Rokende saxofonisten en ronkende motoren hebben voor de tabaksindustrie de plaats ingenomen van advertenties op televisie. Sponsoring van jazzfestivals en autosport is voor de sigaretten- en shagfabrikanten een steeds belangrijker aanvulling op directe reclame.

ROTTERDAM, 27 JUNI. De afgelopen twee decennia zijn de mogelijkheden voor de tabaksindustrie om reclame te maken steeds verder beperkt, deels door wetgeving, deels door afspraken tussen de industrie en de overheid ('zelfregulering').

Toch blijft de industrie wel geld uitgeven aan promotie. Het aandeel van zichtbare, directe reclame is dalende en bedraagt in Nederland jaarlijks 80 miljoen gulden. Het aandeel 'indirecte reclame' zou zo'n 40 miljoen zijn. Maar het totale marketingbudget wordt door tabaks-watchers geschat op 200 miljoen gulden per jaar.

PvdA-fractieleider J. Wallage stelde vorig weekeinde voor om alle sponsoring van culturele evenementen en sport te verbieden: niet alleen voor de tabaksindustrie, maar ook voor de drankenindustrie. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van enige tientallen miljoenen guldens per jaar. Schattingen lopen uiteen van 30 tot 100 miljoen gulden. De tabaksindustrie geeft geen cijfers over sponsoring. De drankenindustrie geeft als globale schatting een bedrag van 30 miljoen gulden per jaar.

Veel evenementen, zoals bijvoorbeeld het North Sea Jazz Festival, hebben al laten weten in grote moeilijkheden te komen als de sponsoring wegvalt.

“Het sponsoren van cultuur is in het bedrijfsleven inmiddels een geaccepteerd middel om de indentiteit van het bedrijf uit te dragen”, zegt W.F. Falter, voorzitter van de sectie Sponsors voor kunst van het Genootschap voor Reclame. “Maar het is zeker niet zo dat dat bedrijven staan te dringen. Als er sponsors wegvallen, is het voor evenementen uitermate lastige opgave om opvolgers te vinden.”

De sponsoring voor cultuur in Nederland bedraagt zo'n 75 tot 80 miljoen gulden per jaar. Het aandeel van de tabaks- en drankenindustrie is ongeveer een kwart, zegt Falter. Dus ongeveer 20 miljoen gulden per jaar. Het betreft bijvoorbeeld de uitmarkten in grote steden en een groot aantal film-, jazz- en popfestivals.

Over sportsponsoring lopen de schattingen ver uiteen. J.F. van den Wall Bake van bureau Trefpunt, al jaren betrokken bij sportsponsoring, houdt de bijdrage van drankenbedrijven op ongeveer 10 miljoen gulden per jaar voor Nederlandse evenementen. De tabaksindustrie voegt daar hooguit 2 miljoen gulden per jaar aan toe. R.G.H. Elfrink van het Platform sportsponsoring van het Genootschap voor Reclame komt uit op 75 tot 100 miljoen gulden per jaar. “Tien tot vijftien procent van het totaal aan sportsponsoring, wat in Nederland wordt geschat op 650 miljoen gulden.”

Biermerken sponsoren onder meer tennistoernooien, bekerwedstrijden (voetbal) en paardensport. Ook hangen langs heel sportvelden boardings voor jenever of bier. Voor de tabaksindustrie zijn slechts twee plaatsen toegestaan, de circuits in Assen en Zandvoort. Lucky Strike (motorsport) en Marlboro (autoraces) besteden daar waarschijnlijk ieder ongeveer een miljoen per jaar aan.

Het voorstel van Wallage lijkt op de maatregelen die vorige maand in Groot-Brittannië zijn aangekondigd door de nieuwe Labour-regering, zij het dat Labour haar pijlen voorlopig alleen richt op de tabaksindustrie en sportevenementen.

Net als Wallage voorstelt, wil de Britse regering evenementen die in problemen komen compenseren met overheidsgeld. Het verbod wordt geleidelijk ingevoerd om een speurtocht naar nieuwe sponsors mogelijk te maken.

In Europees verband wordt al langer gesproken over strakkere regulering van tabaksreclame. Meer dan de helft van de 15 lidstaten van de Europese Unie is zelfs voorstander van een algeheel verbod voor reclame buiten het verkooppunt.

Maar een richtlijn van de Europese Commissie wordt momenteel nog geblokkeerd door Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië. De nieuwe Labour-minister Tessa Jowel voor Volksgezondheid heeft aangekondigd volgend jaar de richtlijn te steunen.

Nederland is geen voorstander van een algeheel verbod voor tabaksreclame. Het kabinet heeft in een convenant met de tabaksindustrie, dat loopt tot medio 1999, afspraken gemaakt over zelfregulering van tabaksreclame. Daarin is onder meer afgesproken dat de industrie zich niet tot jongeren mag richten.

Bij evenementen waar meer dan 25 procent jongeren worden verwacht mag geen reclame voor sigaretten en shag meer worden gemaakt. Ook mogen in nabijheid van scholen en bioscopen geen reclameposters voor sigaretten meer hangen. Het kabinet wil de Reclamecode pas ter discussie stellen als deze afloopt. Voor de drankenindustrie gelden soortgelijke afspraken.