'Securitel' baat niet in strafzaak

AMSTERDAM, 27 JUNI. Verdachten in strafzaken kunnen geen voordeel ontlenen aan het feit dat de Nederlandse regering heeft nagelaten wetten en regels met technische voorschriften aan te melden bij de Europese Commissie in Brussel.

Dit blijkt uit een uitspraak die het gerechtshof in Amsterdam vanochtend heeft gedaan in de zogeheten Hakkelaar-zaak. Advocaat Moszkowicz sr. had het hof gevraagd het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van hasjhandelaar Johan V. omdat meet- of monsterapparatuur in hasjonderzoeken mogelijk valt onder regelingen die niet zijn aangemeld in Brussel. Het Securitel-arrest van het Europese hof heeft dit verplicht gesteld, maar onlangs kwam aan het licht dat Nederland honderden regelingen niet heeft gemeld. Sindsdien bestaat er onduidelijkheid over de rechtsgeldigheid van die regels. Het Amsterdamse hof zei vanochtend dat de richtlijnen die in het arrest zijn geïnterpreteerd “niet tot doel hebben de betrouwbaarheid van technische apparatuur te bevorderen (...) doch strekt ertoe te verhinderen dat nationale technische voorschriften een belemmering vormen voor het vrije verkeer van goederen binnen de EG”.

De president voegde eraan toe dat dus ook dronken automobilisten niet straffeloos zijn omdat ademanalyse-apparatuur niet is aangemeld. Overigens heeft het hof de meeste van de 50 getuigen die de advocaten wilden horen in de Hakkelaar-zaak afgewezen. Er hoeven volgens het hof slechts een vijftiental getuigen te worden gehoord. Op 8 september begint het hoger beroep inhoudelijk.