Romandebuut van Nachoem Wijnberg; Een kleine stap voor het naakt

Nachoem Wijnberg: Landschapsseks. De Bezige Bij, 184 blz. ƒ 29,90

Aristophanes was volgens de verteller in de roman Landschapsseks de beste grappenmaker van de vijfde eeuw voor Christus. Toen Socrates hem vroeg wat er nodig is om de staat gezond te maken, antwoordde Aristophanes: 'Betere dichters dan er nu zijn.' Het is een grap - of liever een wijsheid - waarmee de auteur van deze roman lijkt te verwijzen naar zichzelf. Nachoem Wijnberg (1961) heeft zes dichtbundels gepubliceerd alvorens te debuteren als romanschrijver. Zijn roman zou een commentaar op die poëzie kunnen zijn, maar het is ook mogelijk dat Wijnberg zijn dichterschap ontoereikend acht. In ieder geval staat zijn boek geheel in het teken van een moeizaam zoeken naar een artistieke vorm. Dat komt neer op een gevecht tussen de traditie - de betekenis ervan, de behoefte aan een band ermee en de noodzaak zich van de traditie los te maken door een werk te scheppen dat in niets lijkt op wat eraan vooraf is gegaan.

Landschapsseks lijkt ook werkelijk in niets op een klassieke roman. Het is een verzameling korte essays, gedachtenflarden en gedichten van een vijftien- à zestienjarige verteller, zonder enige structuur of vorm. Met de vorm heeft de dichter Wijnberg al vanaf zijn debuut De simulatie van de schepping (1989) geworsteld. Naar aanleiding van zijn vierde bundel, Langzaam en zacht (1993), schreef Guus Middag in deze krant dat Wijnbergs gedichten 'langer en vormelozer' werden en dat zij het steeds vaker zonder een echte afronding moesten stellen. 'Geen rijm, geen ritme, geen treffende beelden, onhandige formuleringen en lange, vaak veel te lange zinnen.'

Om duidelijk te maken hoezeer de vorm bepalend is voor de 'richting' van een kunstwerk, ontleent Wijnberg in Landschapsseks zijn ideeën over de vorm vrijwel uitsluitend aan beeldend kunstenaars: van schilders uit het oude China tot aan moderne uit West-Europa en Amerika. De jonge verteller in de roman, leerling aan een Nederlands model-internaat dat zowel middelbare school als kunstacademie is, voelt zich geïnspireerd en bedreigd door alles wat de grote meesters vóór hem aan ideeën hebben ontwikkeld. 'Eén van de problemen van een commentaartraditie is dat vrijwel alles op de een of andere manier naar iets eerders kan verwijzen en dat de door de verwijzing opgeroepen betekenissen, als ze ongewenst zijn, krachteloos gemaakt moeten worden', aldus de hoofdpersoon, die voortdurend in dit soort schoolboek-achtige zinnen spreekt.

Hij haalt zijn wijsheden dan ook vooral uit de leerstof van het modelinstituut,waar de commentaartraditie sterk is ontwikkeld. Voorbeelden worden er vooral ontleend aan de rijke Chinese (kunst)geschiedenis en de leerlingen spreken elkaar aan met de namen van de diverse Chinese dynastieën. De hoofdpersoon wordt bijvoorbeeld Qing genoemd, zijn beste vrienden heten Sui en Song. Een meisje op het instituut krijgt namen als Navel van de Wereld, Verheven Vrouw In Wie de Vlam Altijd Brandt of Hert in het Herfstbos. Ook in zijn poëzie verwees Wijnberg al graag naar China, vooral in zijn derde bundel, De expeditie naar Cathay (1991), waarin hij de klassieke Chinese dichters Wang Wei en Li Po met name noemt.

In zijn roman worden de leerlingen op het instituut doordrenkt met de wijsheden van meesters uit de Chinese oudheid. De titels van de vier hoofdstukken in Landschschapsseks - 'De School', 'Het Congres', 'Het Instituut' en 'De Weg'- roepen echter weer associaties op met het latere China van Mao's Rode Boekje. Het ligt dan ook voor de hand dat Wijnberg kritiek wil leveren op vergaande experimenten, zowel maatschappelijke zoals in communistisch China, als pedagogische en biologische. Hij ridiculiseert niet alleen de experimenten van de model-academie met leerlingen of van psychiaters met kinderen, hij voert hoofdpersoon Qing ten slotte naar een onderzoeksinstituut in Miami waar geprogrammeerde mensapen per computer pornografische afbeeldingen samenstellen. De academie waar Qing studeert, lijkt verdacht veel op het onderzoeksinstituut in Miami en beide instellingen zijn symbolen van een experimentele, absolutistisch geregeerde maatschappij waarin geprogrammeerde mensen beroofd zijn van hun individualiteit en dus van hun creativiteit.

Net als zijn gedichten is Wijnbergs proza, ondanks het anekdotische karakter ervan, betrekkelijk abstract. De curieuze titel Landschapsseks biedt nauwelijks aanknopingspunten voor een interpretatie. Wijnberg geeft in zijn ogen betekenisvolle observaties, anekdotes of gedachten steeds twee keer weer, op verschillende plekken en in verschillende contexten. Zo zijn er ook twee passages die naar de titel verwijzen. In het begin van de roman debatteren de verteller en zijn medeleerlingen over de Chinese versus de Europese landschapstraditie in de schilderkunst. 'In Europa ligt het landschap achter een naakt of houdt het naakt omhoog. Sui zegt dat dit laatste maar een kleine stap verwijderd is van het landschap als naakt. Song vraagt: “Een kleine stap voor het naakt of voor ons?” Sui zegt: “Ik ben bang dat het naakt het zal moeten doen.” Aan het einde van het boek, op het onderzoeksinstituut waar men mensapen test op de vraag of kunstmatig opgewekte seksuele opwinding hun persoonlijkheid kan veranderen, krijgt Qing uitgelegd dat er ten behoeve van dat experiment een speciaal (aan de seksuele behoeften aangepast) landschap voor de apen gebouwd zal worden.

Evenals Wijnbergs poëzie vertoont zijn roman absurdistische trekjes. De voor de experimenten gekweekte dwergchimpansees worden bijvoorbeeld geboren uit menselijke draagmoeders. En tijdens een excursie van de academieleerlingen naar een congres over seks en geweld, uitgerekend in de gokstad Las Vegas, kramen eminente geleerden uit de hele wereld complete wartaal uit.

Wat is nu de 'richting' - om in de terminologie van de hoofdpersoon te blijven - van deze roman? Kritiek op gemanipuleerde samenlevingen met gemanipuleerde mensen en dieren? Kritiek op het postmodernisme, of juist paradigma van de postmoderne roman? Qing zegt dat hij en zijn vrienden graag voorwoorden lezen omdat ze benieuwd zijn naar de vaardigheid van de schrijver om de mogelijkheden van dit beperkte genre uit te buiten. In feite bestaat Landschapsseks uit louter voorwoorden, waarin Wijnbergs hoofdpersoon zo overvloedig verwijst naar tradities, dat het onmogelijk is nog na te gaan wat citaat is en wat niet. Het eindeloze ontlenen aan, citeren van en verwijzen naar anderen wordt ten slotte, in het korte laatste hoofdstuk 'De Weg', gelegitimeerd met de vaststelling dat het 'niet zo makkelijk (is) iets helemaal niet op iets anders te laten lijken'.

Sterker, het is onmogelijk. Wat wel mogelijk is - en wat Wijnberg dan ook heeft gedaan - is een roman schrijven die geen roman is en alleen om die reden niet naar voorgaande romams verwijst. Landschapsseks ontbeert structuur, plot, gelaagdheid, karaktertekening, er zit geen ontwikkeling in het verhaal, er is geen verhaal. Wel zijn de 'voorwoorden' en kleine essays, de observaties en anekdotes vaak scherpzinnig en soms mooi en origineel geschreven, terwijl de behandelde thema's van alle tijden zijn. De voorwoordjes, ontleningen en metaforen verwijzen tenslotte altijd naar mensen die woekeren met hun talenten in een voortdurende poging zich teweer te stellen tegen de leegte. En Wijnberg schroomt niet die leegte ook te benoemen om haar - op zijn eigen, wonderlijke wijze - met woorden te bezweren.

Uit: Nachoem Wijnberg, Landschapsseks Nachoem Wijnberg Foto Thom Hoffman

Ik stel mij een ontwikkeling voor van werkelijkheidsgetrouwe pornografie die de gevoelens van de beschrijver overbrengt naar pornografie die vertelt over wat het meest wezenlijk is aan de opwinding. Met als eindpunt pornografie die de gevoelens verder uitput dan voor mogelijk werd gehouden en de laag van het geheimzinnige en het verschrikkelijke bereikt of misschien die van het evenwicht en de leegte. Tussen opwinding en leegte moet altijd ergens het geheimzinnige en het verschrikkelijke te vinden zijn. Zoals tussen opwinding en verschrikking leegte. En zoals in een leeg landschap tussen rustige schoonheid en verschrikking ergens opwinding ligt. Daar waar de meesters werken.