Rationeel betogen

Rudy Kousbroek zegt in CS van 20.6.1997: “met betrekking tot wetenschap en techniek, de vooruitgang en de Verlichting ben ik het vaak met hem (Rietdijk) eens...” Even later heet het: “Alle ideeën van Rietdijk zijn idées fixes”.

Hij schrijft: “...hoe zijn (Rietdijks) denken in dertig jaar geen enkele evolutie heeft ondergaan... Zo is het duidelijk dat hij zich in 1972 moet hebben geërgerd aan het toekennen van de P.C. Hooftprijs aan Gerrit Kouwenaar, voor in zijn ogen onbegrijpelijke poëzie. Ik sprak van koppigheid: sindsdien komt hij daar telkens weer op terug, jaar in, jaar uit, al bijna dertig jaar lang telkens opnieuw dezelfde fragmenten citerend, zodat je je afvraagt of hij ooit wel eens iets anders van Kouwenaar onder ogen heeft gehad.”

Ik daag Kousbroek vriendelijk uit, 'de (zelfde) fragmenten' aan te geven, die ik in de laatste twintig jaar überhaupt ooit van Kouwenaar heb geciteerd, onder opgave van de plaatsen waar ze zijn te vinden. (Ik herinner mij bovendien niet, hem daarvóór wél te hebben geciteerd; wel noemde ik Kouwenaar diverse malen in een reeks auteurs die ik kenmerkend acht voor door mij bekritiseerde vormen van moderne kunst.)

Ik meen dat je ook tegenover mensen 'met dat provinciale wereldbeeld en dat verminkte ego van hem' eerlijk moet zijn in je strijdmethoden. Je kunt bijvoorbeeld beter niet spreken over hun “plannen om 'minderwaardige mensen' te castreren” als in hun werk die laatste term niet voorkomt. Je mag rustig - mét kritiek - vermelden dat bijvoorbeeld ik eugenetica voorsta en hoe. Ook kun je kort weergeven waaróm ik personen als Kouwenaar en Barnett Newman ('Who is afraid of red, yellow and blue?') bekritiseer. Namelijk omdat ik - onder uitvoerige motivering - meen dat hun soort kunst de gedachte suggereert: “de wereld is incoherent, de mens is rationeel, waarden zijn relatief en dus zijn pogingen om via rede en moraal vooruitgang te bewerken, tot mislukking gedoemd”. (Zie bijvoorbeeld Internet http://home.pi.net/bvdb/rietdijk5. htm)

Beter dan te spreken van 'een persoonlijk psychodrama' ten aanzien van mij, kon Kousbroek ook eens trachten de zin duidelijk te maken van werk als van Kouwenaar, Ouwens, Newman enzovoort. Ook legge hij mij uit waarom ik over een nog in onderzoek zijnd gebied als van het paranormale, niet mag menen dat een situatie daaromtrent 'waarschijnlijk lijkt', in plaats van zijn visie te delen dat je aan het oordeel van parapsychologen geen waarde moet hechten.

Antwoord Rudy Kousbroek:

Hoe laat je zien dat ergens een patroon in zit? Wanneer je betoogt dat iemand jaar in jaar uit over allerlei uiteenlopende onderwerpen steeds dezelfde analyses blijft geven is dat alleen door zeer uitvoerig citeren te adstrueren; dat is erg bewerkelijk en het vergt veel ruimte (wat het nog lastiger maakt, is dat behalve het laatste geen van Rietdijks boeken een index heeft). Maar ik kom bij gelegenheid nog op een en ander terug.