Peper acht Brinkman psychisch ongeschikt

ROTTERDAM, 27 JUNI. De Rotterdamse korpschef J.W. Brinkman is psychisch ongeschikt voor zijn functie. Dat stelt burgemeester A. Peper in een rapport aan minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) waarin hij een toelichting geeft op het conflict met Brinkman.

In het rapport waarom Dijkstal heeft gevraagd, betoogt Peper dat Brinkman sinds zijn aantreden als korpschef begin oktober vorig jaar de adviezen van de korpsbeheerder (Peper) stelselmatig heeft genegeerd en dat hij geen inzicht heeft getoond in bestuurlijke verhoudingen. Brinkman zou de korpsbeheerder herhaaldelijk voor voldongen feiten hebben geplaatst.

Het regionaal college bestaande uit Peper en de 21 burgemeesters van de overige Rijnmondgemeenten oordeelde op 5 juni dat Brinkman het vertrouwen 'ernstig had ondermijnd'. Enkele dagen eerder, op 2 juni, kwam Brinkman in aanvaring met het college nadat de burgemeesters akkoord waren gegaan met het rapport van Peper waarin een oplossing werd aangegeven voor het conflict tussen de korpschef en de Ondernemingsraad van het korps die op 28 april het vertrek van Brinkman eiste.

Dijkstal vroeg vervolgens om advies van procureur-generaal Docters van Leeuwen en de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, Leemhuis-Stout. Zij concludeerden dat het college te snel en te lichtvaardig had geoordeeld. De advocaat van Brinkman, mr. C. van Leeuwen, heeft vanochtend minister Dijkstal gevraagd om inzage in de rapporten van Peper en van Docters van Leeuwen/Leemhuis. Als Dijkstal daarin voor 14 uur niet zou toestemmen, zal nog dit weekeinde een kort geding worden aangespannen om vrijgave af te dwingen. “Anders kan Brinkman zich niet verweren tegen het smijten met modder zoals nu gebeurt”, aldus mr. Van Leeuwen.

In zijn rapport gaat Peper uitvoerig in op de voorgeschiedenis. Dat de korpschef psychisch ongeschikt zou zijn, baseert Peper vooral op Brinkmans besluit een psycholoog in te schakelen nadat de spanningen met OR en in de politietop hoog waren opgelopen. De psycholoog zou hebben vastgesteld dat Brinkman niet bestand was tegen de stress die het gevolg was van zijn functioneren. Ten tijde van het onderzoek door de psycholoog was Brinkman volgens Peper twee dagen 'onvindbaar'. Naar later bleek hield de afwezigheid ook verband met een onderzoek naar afluisterapparatuur in het hoofdbureau en bij Brinkman thuis. De korpschef besloot daartoe omdat hij geïrriteerd was door het uitlekken van vertrouwelijke informatie.

In een gesprek met de voorzitters van de Rotterdamse deelgemeenten zei Peper vanochtend dat de Tilburgse korpschef B. Lutken is gevraagd Brinkman op te volgen.