Openheid over opties ineens 'in'

ROTTERDAM, 27 JUNI. Drie maanden geleden waren aandelenopties in het bedrijfsleven het middelpunt van geheimzinnigheid, maar na korte doch hevige politieke opwinding over vermeende “zelfverrijking” door topondernemers regent het nu aanbevelingen voor meer openheid en matiging.

Gisteren kwam het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen (NCD) met acht aanbevelingen over opties. Kern van de adviezen: meer openheid in jaarverslagen van bedrijven, het gebruik van opties voor versterking van financiële betrokkenheid van managers en werknemers op lange termijn en een pleidooi voor “een vorm van matiging” bij de economische waarde van de opties die worden toegekend.

Aandelenopties zijn de afgelopen jaren een zaak van miljarden guldens geworden als gevolg van de fenomenale koersstijgingen op de Amsterdamse effectenbeurs. Opties geven managers en werknemers het recht om tegen een vooraf vastgestelde prijs aandelen te kopen in “hun” bedrijf. Opties zijn lucratieve beloningsvormen, doordat het belastingtarief voor deze inkomsten mild is. Tot nu toe zijn er geen duidelijke regels voor de informatie die bedrijven moeten geven over deze regelingen en worden slechts spaarzaam gegevens opgenomen in de jaarverslagen van de meeste ondernemingen.

Uit onderzoek van de adviesfirma Hay bleek onlangs dat meer dan 90 procent van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen dit jaar een optieregeling zal hebben, voornamelijk voor de raad van bestuur en het hogere management. In 1990 had 55 procent van de bedrijven een optieregeling.

Ten opzichte van Amerika en het Verenigd Koninkrijk blijkt Nederland een grote achterstand te hebben wat betreft openheid over de voorwaarden van de optieregelingen, zo vertelde directeur T. Thöne van het adviesbureau Hay afgelopen maand in Elan, het maandblad van het NCD. In Amerika hanteert 72 procent van de beursgenoteerde bedrijven expliciete resultaat-criteria voor de toekenning of uitoefening van opties, tegenover 22 procent in Nederland.

De acht aanbevelingen van het NCD volgen op eerdere stellingnamen de afgelopen maanden van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), die een lijstje met 'tien geboden' samenstelde, de werkgeversvereniging VNO-NCW en, deze week nog, de commissie Peters. In zijn eindrapport pleit de commissie, ingesteld door beursgenoteerde bedrijven en beurs om adequaat ondernemingsbestuur te stimuleren, voor openheid over het aantal opties van de directie en over de voorwaarden waaronder opties zijn toegekend.

Net als de VEB en de commissie Peters pleit het NCD voor een wachttijd van drie jaar voordat aandelenopties uitgeoefend mogen worden. Het NCD beveelt verder aan om het aantal aandelen door het uitoefenen van opties niet laten stijgen, maar gebruik te maken van aandelen die eerder door de vennootschap zijn ingekocht.

Verder wil het NCD de vrijheid om opties op elk willekeurig tijdstip uit te oefenen beperken en daarmee elke schijn van misbruik van voorwetenschap uitsluiten. Daarvoor zouden expliciete “black out perioden” moeten worden ingeruimd, waarin geen opties mogen worden uitgeoefend.