Nog niet eerder viel een imperium zo snel uiteen

Bij de overdracht van Hongkong gaan de gedachten van veel Britten terug naar de hoogtijdagen van hun wereldrijk.

LONDEN, JUNI. De overdracht van Hongkong aan China op 30 juni wordt door Britse kranten al maanden beweend als “definitief einde van een wereldrijk”. Nog steeds gaat in het Britse imperium de zon niet onder. Nog steeds wappert de Union Jack op zes continenten. Maar van een keurkorps van naties zijn alleen wat onbetekenende eilanden, onafzienbare ijsmassa's en een rotspartij over. Het totaal aantal bewoners haalt niet eens de 170.000. Dat is 5.000 keer minder dan vijftig jaar geleden. In 1947, voor de onafhankelijkheid van India op 15 augustus, was het Britse rijk nog vijftig keer zo groot als Frankrijk. Het aantal onderdanen overtrof de 800 miljoen. Nooit, beweert de Britse schrijver Simon Winchester in 'Last Post', nee, nooit is een wereldrijk zo snel en zo geluidloos uit elkaar gevallen als de Britse verzameling koloniën.

Het Romeinse imperium wist zijn teloorgang nog eeuwen te rekken. Zelfs het rijk van Karel de Grote verbrokkelde minder rigoureus. Geen wonder dat Groot-Brittannië het verlies nog steeds niet heeft verwerkt. Dat is een van de redenen dat het land zoveel moeite heeft om zich in de Europese Unie te voegen.

Bij het rouwproces wordt Groot-Brittannië gehinderd door de relikwieën uit een rijk verleden. Een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Vierde militaire macht ter wereld, beschikkend over nucleaire wapens. Lid van de G-7, de Champions League van geïndustrialiseerde landen. Daarom ontstond er drie jaar geleden nog zo'n rel toen de toenmalige aartsbisschop van Canterbury, dr. George Carey, het waagde om het Verenigd Koninkrijk als een “tamelijk gewone, kleine natie” te bestempelen.

Met het einde van een wereldrijk in zicht gaan de gedachten onvermijdelijk terug naar hoogtijdagen. In Manchester en Londen prijzen straatverkopers kaarten aan van een voorbije wereld die door Britten geregeerd werd. En in de boekenwinkels staan de schappen vol met standaardwerken over Britse ontdekkingsreizen en over het heil dat de Britse expansie heeft gebracht. Een eiland gaat in nostalgie gehuld.

Op veel scholen blikken de kinderen deze weken terug naar het zestigjarig regeringsjubileum van koningin Victoria, op 22 juni 1897. In een processie naar St Paul's kathedraal kwam toen de hele globe langs marcheren. Maori's naast sikhs. Pathanen naast West-Indische lansiers. Tegelijkertijd zongen 3.000 kinderen vaderlandse liederen in de verlichte haven van Sydney, 19.000 Indiase gevangenen kregen amnestie.

Dat was de tijd dat de Brit Cecil Rhodes nog met een gerust hart kon verklaren dat het Angelsaksische ras uitverkoren was om te heersen wegens zijn sterke karakter en morele superioriteit.

Pagina 6: Op pennies was George VI nog de keizer van India

Maar Britten hoeven in de tijd niet zo ver terug te gaan on zich de dagen van het imperium te heugen. Op pennies die kinderen als zakgeld kregen halverwege de jaren veertig George VI nog als keizer van India gebeeldhouwd.

Hij was ook nog steds koning van de onafhankelijke gebiedsdelen Australië, Canada, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Newfoundland die 'dominions' werden genoemd.

Welgestelden die een wereldcruise maakten na de jaren van gedwongen isolement in de oorlog hoefden geen moment vreemde bodem te betreden. Ze konden aanleggen op het Britse Malta en Cyprus, de doorsteek naar Azië maken via het Britse Suez-kanaal, of rond Afrika varen via Nigeria, Mauritius en Kenia. Om in het Verre-Oosten India, Birma, Singapore en Maleisië te bezoeken. Op weg naar Midden-Amerika konden ze de Fiji-eilanden aandoen. En in het Caraïbisch gebied waren ze op tal van plaatsen welkom. Als ze niet liever koersten naar Brits Honduras of Brits Guyana. Voordat de terugreis begon.

De Britse koloniale expansie begon als commerciële onderneming die soms in uitbuiting ontaardde, zoals op de slavenplantages van West-Indië. Maar Britse geschiedenisboeken hechtten eraan om te verklaren dat het Verenigd Koninkrijk zich vanaf het midden van de negentiende eeuw in de overzeese gebiedsdelen ook door idealisme liet leiden. Bestuurders beschouwden het als een heilige plicht om de autochtonen te beschermen en ze voelden het als een missie om onderwijs, vooruitgang en rechtvaardigheid te brengen. Brits kolonialisme is altijd een mengeling van onderdrukking en paternalisme, van exploitatie en liefdadigheid geweest.

Niet zonder trots constateren Britse commentatoren dat het Verenigd Koninkrijk net zo succesvol in dekolonisatie als in kolonisatie is geweest. De Britten hebben zich niet verzet tegen het gebiedsdelen, schrijft de historicus John Keegan in The Daily Telegraph. Ze hebben dat proces juist gesteund en begeleid. Onthechting kon zo zonder strijd verlopen. Hoeveel bloediger verging het de Fransen en Portugezen. Zij zijn in hun vroegere koloniën niet meer welkom. Terwijl Groot-Brittannië met alle voormalige gebiedsdelen nog goede betrekkingen onderhoudt. Ronkend spreekt Keegan over de rijk erfenis die het Britse imperium nagelaten heeft. Is India niet de grootste democratie ter wereld. Zuid-Afrika niet de grootste democratie van het continent? En behoren Maleisië en Singapore niet tot de welvarendste landen van Zuidoost-Azië? Zijn Zimbabwe, Kenia en Nigeria niet de rijkste zwarte landen van Afrika? De boodschap van Keegan: het ex-Britse rijk doet het goed.

De laatste kruimels van het imperium koesteren zich in de band met Groot-Brittanië. Natuurlijk heten ze tegenwoordig niet meer koloniën maar 'Dependent Territories', afhankelijke gebiedsdelen. En die benaming dekt de lading. De meeste zijn te klein en te arm om voor zichzelf te zorgen. Zoals het eiland St Helena, 1600 kilometer oostelijk van Afrika, waar Napoleon zijn laatste jaren doorbracht. Zoals het eiland Pitcairn in de Stille Zuidzee dat leeft van de postzegelverkoop en dat door niet meer dan vijftig mensen wordt bewoond. Allemaal afstammelingen van Fletcher Christian die één van de muiters was op de Bounty.

Andere territoria zouden zich best zelf kunnen redden. Ze blijven alleen maar deel van het Verenigd Koninkrijk omdat het economische voordelen levert. Eén van de trekpleisters van het Caraïbische toeristenparadijs Bermuda, is dat er rode brievenbussen van Royal Mail staan en dat er links wordt gereden. En zonder het degelijk aureool van Brits gebiedsdeel hadden de naburige Kaaiman-eilanden nooit kunnen uitgroeien tot fiscale vrijhaven. De eilandengroep met een totale oppervlakte van nog geen 230 vierkante kilometer telt filialen van 572 banken en er zijn 34.000 ondernemingen geregistreerd, maar dan één voor elke inwoner. Zowel Bermuda als de Kaaiman-eilanden behoren tot de landen met per hoofd van de bevolking het hoogste bruto nationaal produkt ter wereld.

Wat de gebiedsdelen gemeen hebben, is dat ze onder toezicht van een gouverneur staan die bij officiële gelegenheden een hoed met een pluim, en verder dat er 's middags thee worden gedronken en dat de verjaardag van de Brits vorstin wordt gevierd. Ook delen ze een diepgewortelde onvrede over de manier waarop het Verenigd Koninkrijk met hen omgaat. Ze voelen zich niet begrepen, verwaarloosd. Ze klagen dat ze als tweederangsburgers worden behandeld.

Dan wijzen ze op de British Natonality Act van 1981, een wet die erop gericht was de toevloed van Hongkong-Chinezen naar Groot-Brittannië te voorkomen. De bewoners van de overzeese gebiedsdelen werd het Britse staatsburgerschap ontroofd. In plaats daarvan kregen ze een speciaal paspoort voor British Dependant Territories, volgens de voorzitter van het plaatselijk burgercomité op St Helena, Basil George, een “waardeloos vod papier”. Werkloze bewoners kunnen zonder werkvergunning niet meer naar het moederland reizen. George noemt de bevolking van St Helena “gevangenen op hun eigen land”.

Ook op Bermuda waar niemand er volgens premier Pamela Gordon zelfs maar over peinst om zich in het kille Groot-Brittannië te vestigen, heeft die degradatie in status irritatie gewekt. Gordon vindt het vernederend dat ze tegenwoordig bij aankomst op het Londense vliegveld Heathrow bij het douaneloket voor 'overige landen' moet staan. Terwijl Bermuda toch al meer dan 300 jaar loyaal is aan de Britse kroon. Daarbij komt dat het Verenigd Koninkrijk voor de enige twee gebiedsdelen met een overwegend blanke bevolking een uitzondering heeft gemaakt. Voor de Falkland-eilanden en voor Gibraltar, Premier Hubert Hughes van het Caraïbische Anguilla heeft al eens voorzichtig geïnformeerd of die ongelijke behandeling misschien door racisme ingegeven is.

In een ingezonden brief in The Daily Telegraph hekelde Robin Cohen, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Oxford, nog onlangs de Britse kortzichtigheid. Hij verweet de regering dat ze zich niets aantrok van keiharde garanties die in het verleden aan de overzeese gebiedsdelen zijn gegeven, en beweerde dat de koloniaal bestuur in de loop der eeuwen geen steek veranderd was. “We zien nog steeds hetzelfde gebrek aan inlevingsvermogen, dezelfde onnadenkende aanvaarding van de afhankelijkheidscultuur die het kolonialisme heeft gestimuleerd.” Het moederland schaduwen in het Britse rijk waar de zon nooit ondergaat.