Justitie zoekt ruimere vervolging valutahandelaren

AMSTERDAM, 27 JUNI. Het Openbaar Ministerie wil dubieuze valutahandelaren voortaan voor oplichting vervolgen en niet langer alleen voor procedurele kwesties. Dat zei H. de Graaff, de Amsterdamse officier van justitie voor fraudezaken, gisteren tijdens een strafzaak tegen de Valuta Specialisten Nederland (VSN) en Money Line.

De twee bedrijven worden ervan verdacht telefonisch te hebben bemiddeld in valuta-termijnhandel zonder dat ze daar een vergunning voor hadden. Het ontbreken van de vergunning is het enige dat hen gisteren ten laste was gelegd, maar de openbare aanklager stak niet onder stoelen of banken dat hij het hele zaakje niet vertrouwt. Hij vermoedt dat er niet wordt gehandeld, maar dat de oprichters van de firma's er zelf met het geld vandoor gaan.

“Als je hun folders ziet, dan vraag je je af hoe het mogelijk is dat mensen alleen maar geld verliezen”, sneerde de officier. “Het lijkt mij, en ik ben voornemens dat eens te onderzoeken, dat er ook sprake is van oplichting. Op grond van een kulverhaal worden mensen bewogen hun geld te investeren.”

Money Line prikte in 1994 en 1995 willekeurige namen uit de Gouden Gids en hield de mensen voor hoeveel winst te maken is in de valutahandel. Money Line handelde niet zelf, maar bemiddelde de potentiële beleggers naar Barrat, een Zwitserse valutamakelaar, waarvan de Nederlander H. Baas eigenaar is.

Als ze eenmaal een rekening hadden geopend, werden ze “begeleid” door VSN. De beleggers, niet thuis in de wereld van de haute finance, volgden doorgaans blindelings de “adviezen”. Velen verloren al hun geld, meestal enkele tienduizenden guldens.

De directeur van de huidige eigenaar van de verdachte firma's, F. Boot, beweerde tijdens de zitting dat 70 procent van de beleggers wel positieve resultaten heeft geboekt.

Probleem voor de officier van justitie is dat het niet zeker is dat de activiteiten van de aangeklaagde bedrijven en de Zwitserse makelaar wel onder de Wet Toezicht Effectenverkeer valt. De mensen kochten geen termijncontracten voor valuta, zoals in die markt gebruikelijk is, maar wisselden hun guldens rechtstreeks in voor dollars of lires - net als een toerist die buitenlands geld koopt voor zijn reis. Later wisselden ze weer terug.

De officier meent desondanks dat sprake is van een “effect”. Hij stelt dat in de folder en in het contract tussen belegger en de makelaar de termijnhandel niet wordt uitgesloten.

Bovendien verwijst hij naar een brief van het ministerie van Financiën, waarin wordt gesteld dat de handelwijze van de verdachte bedrijven wel degelijk onder de de effectenwet valt. Hij eiste tegen elk van de bedrijven 150.000 gulden boete.

De advocaat noemde de brief van Financiën “een konijn uit de hoge hoed”. Hij weet zich gesteund door eerdere uitspraken van rechters in soorgelijke gevallen. “Rechterlijke uitspraken staan hier boven uitingen van ambtenaren, hoe hoog ze ook zijn.”

Overigens verkeert Money Line in faillissement en is VSN niet meer actief. De in Zwitserland wonende Nederlander zou inmiddels onder andere namen in Nederland zijn activiteiten voortzetten.

De uitspraak volgt op 10 juli. (ANP)