Hongkong vergroot China's potentie

Komende maandag zal de Union Jack voor het laatst boven Hongkong worden gestreken. Groot-Brittannië verliest de laatste parel uit zijn imperiale kroon. De bewoners van de stad zien de toekomst met gemengde gevoelens tegemoet. Het einde van het koloniale bewind streelt de nationale trots, de gevolgen van de machtsovername door Peking moeten worden afgewacht.

De gevoelens van onzekerheid zijn in Taiwan misschien nog wel sterker dan in Hongkong zelf. In het kroondomein is de band met het moederland altijd sterk gebleven. Maar de traditionele bevolking op Taiwan staat even ver af van China als de Britten van Europa. Dat China de eilandstaat beschouwt als het tweede lekkere hapje na Hongkong versterkt daar de ongerustheid aanzienlijk.

Het Taiwanese zakenleven heeft in de afgelopen jaren tal van concessies gedaan om zijn positie in Hongkong - sluis naar de Chinese markt - veilig te stellen. China Airlines, Taiwans nationale luchtvaartmaatschappij, die de luchthaven van Hongkong frequenteert, heeft het nationale embleem van zijn vliegtuigen verwijderd. Taiwanese schepen die Hongkong aandoen, strijken de vlag. Ongeveer twintigduizend Taiwanese ondernemingen, meldt de Far Eastern Economic Review, zijn in Hongkong geregistreerd en zij zijn samen goed voor een geschatte vier miljard dollar aan investeringen. Het overgrote deel van die inspanningen is gericht op China zelf.

De eerste vraag is nu hoe in Peking de dingen worden gewogen. Wordt Hongkong beschouwd als een Taiwan aangelegde duimschroef die naar believen kan worden aangedraaid, of wordt de wederzijds profijtelijke relatie voortgezet in de veronderstelling dat het eiland en zijn bewoners vroeg of laat toch in China's schoot vallen? Taiwan tracht met buigzaamheid in Hongkong en vasthoudendheid waar de eigen existentie in het geding is de mandarijnen in Peking voor te blijven.

De Amerikanen proberen alle vraagstukken die het Verre Oosten oplevert in hun politiek van 'engagement' met China te ondervangen. Het Congres heeft juist deze week de voortzetting goedgekeurd van China's status als meestbegunstigde handelsnatie. Daarmee is een dreigende blokkade van het regeringsbeleid weer voor een jaar uit de weg geruimd. Washington kent het regime in Peking een spilfunctie toe die niet mag worden belast met al te harde afstraffingen van China's Amerika onwelgevallige daden. Het aanstaande Chinese staatsbezoek aan Washington zal een aanwijzing zijn of 'engagement' inderdaad dat oplevert wat de Amerikanen ervan verwachten.

Hongkong is een eerste test. Nu de Britten van het toneel verdwijnen, voelen de Verenigde Staten zich verplicht de Britse rol over te nemen en China te houden aan de afspraken die het met Londen over de toekomstige status van de stad heeft gemaakt. De positie van de voormalige kroonkolonie als economische gangmaker is in het geding, en China's handelwijze in Hongkong is van betekenis voor Pekings houding tegenover Taiwan.

Vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat het volksleger daarover een eigenzinnige opvatting koesterde. Met raketoefeningen onder Taiwans kust werd geprobeerd verkiezingen op het eiland te beïnvloeden. De manoeuvres hadden een averechts effect. Of de leiders in Peking daaruit wijze lessen trekken, moet worden afgewacht.

Hongkong en Taiwan zullen nog wel lange tijd Amerikaanse zorgenkinderen blijven. In het optimistische scenario wordt China aan Amerika's hand de 21ste eeuw binnengevoerd, waar het zich tot een gelijkwaardige partner ontwikkelt in een wereldomvattende structuur van afspraken en vreedzame arbitrage. Maar als de leiders in Peking hun claustrofobie niet weten te overwinnen en de uitgestoken hand blijven wantrouwen, doemen allerlei gevaren op. De regering-Clinton wil met haar beleid van 'engagement' die kwade kansen keren.

De Amerikanen willen China kunnen beïnvloeden op gebieden zo uiteenlopend als de rechten van de mens, marktopening, wapenhandel en regionale veiligheid. Niet alleen moet Peking worden afgehouden van avonturen tegenover Taiwan, China wordt onmisbaar geacht bij het in toom houden van Noord-Korea. Dat land is in Azië even geïsoleerd en verloederd als Albanië was in Europa.

De berichten uit Noord-Korea over hongersnood zijn veelvuldig, het onvermogen van het heersende regime is met de dag zichtbaarder. Ondanks voedselzendingen van China, Amerika en Zuid-Korea is de Noord-Koreaanse leiding nauwelijks meegaander geworden. Van tijd tot tijd is er sprake van toenadering tussen Noord en Zuid, ook nu weer, maar een verrassingsaanval op Zuid-Korea's hoofdstad Seoul wordt toch niet uitgesloten geacht.

Buiten China zoekt Amerika steunpunten elders in Oost-Azië. ASEAN, een club van landen in Zuidoost-Azië, is er een, Japan een ander. Zowel ASEAN als Japan kent dilemma's in de omgang met China. Amerika's aanwezigheid in de regio wordt gewaardeerd als tegenwicht tegen Peking, maar tegelijkertijd bestaat de angst dat al te nauwe samenwerking met de VS door de Chinezen als een provocatie wordt uitgelegd. China's veroordeling van het nieuwe veiligheidsarrangement tussen Japan en Amerika laat zien hoe groot de Chinese gevoeligheid is. Ook Peking ziet het nut van een door Amerika bevorderd regionaal evenwicht, maar het wil voorkomen dat de balans doorslaat ten nadele van wat het zelf in de regio wenst te ondernemen. Japan is de natuurlijke rivaal.

De overdracht van de soevereiniteit over Hongkong is een historische onvermijdelijkheid, maar zij heeft een verschuiving in het regionale evenwicht in het voordeel van China tot gevolg. Dat Hongkong een bijzondere status binnen het Chinese machtsgebied is toegezegd, maakt de zaak niet eenvoudiger.

De dynamiek in de onderlinge betrekkingen neemt toe zonder dat partijen een helder inzicht hebben in de doelen die andere spelers nastreven. De onduidelijkheid schept ruimte voor speculaties die op hun beurt weer tot gedrag aanleiding geven dat de onduidelijkheid vergroot. De mogelijkheid om spanningen onder controle te houden neemt navenant af.

China is een land met een reusachtige potentie. Het eist voor zichzelf een rol op in de regio en daarbuiten. De overname van Hongkong wordt in China uitgelegd als een historisch succes dat als een magneet zal werken op de omvangrijke Chinese diaspora. De vernederingen uit het verleden zijn ongedaan gemaakt. China's zelfverzekerdheid zal verder toenemen. Of Clintons 'engagement' daartegen zal zijn opgewassen, moet blijken.