Het failliet van het revisionisme; Het Westen had gewoon gelijk

John Lewis Gaddis: We Know Now. Rethinking Cold War History. Clarendon Press, 425 blz. ƒ 87,-

Vojtech Mastny: The Cold War and Soviet Insecurity. The Stalin Years. Oxford University Press, 285 blz. ƒ 91,25

Zelden was een politieke strategie zo succesvol. Vijftig jaar geleden publiceerde George Kennan in het zomernummer van Foreign Affairs onder de schuilnaam mr. X de bijdrage 'The Sources of Soviet Conduct'. Het artikel verschafte een blauwdruk voor de containment-politiek die de Verenigde Staten na lang volhouden de overwinning in de Koude Oorlog zou brengen.

Kennan, op het moment van publikatie directeur van de Policy Planning Staff op het ministerie van Buitenlandse Zaken, had al in februari 1946 - hij was toen nog werkzaam op de ambassade in Moskou - in een lang telegram zijn superieuren in Washington een aantal aanbevelingen gedaan over de omgang met Stalin. In zijn artikel borduurde hij voort op zijn overtuiging dat de expansiedrang van de Sovjet-Unie een halt kon worden toegeroepen zonder de oorlog te riskeren die Washington na de uitputtingsslag tegen Hitler hoe dan ook wilde voorkomen.

Stalin, beklemtoonde Kennan, was een ambitieus maar - anders dan Hitler - geduldig leider die voortdurend bezig was af te tasten tot hoever hij zijn macht kon uitbreiden. Zolang het risico dreigde van vastberaden tegenstand zou de Sovjetleider een gewapend conflict vermijden, omdat in dat geval zijn positie als alleenheerser in gevaar kon komen. Het verband tussen de binnen- en buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie was volgens Kennan essentieel. Als het Westen met vastbesloten volharding de expansiepogingen van het Kremlin bleef tegenwerken, zou het op repressie gebaseerde Sovjetimperium op den duur ten onder gaan aan de interne spanningen die het door middel van externe successen probeerde af te leiden. Indien deze expansiedrift met succes werd ingedamd, zou het communistische rijk volgens hem tenslotte door zijn eigen 'seeds of decay' worden verteerd.

John Lewis Gaddis, de eminente historicus die al vele boeken over de Koude Oorlog schreef, trekt in We know now de conclusie dat de analyse van Kennan niet alleen een recept was voor een succesrijke politiek, maar ook de sleutel bevat tot een verklaring van de wijze waarop het conflict tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten in 1989 eindigde. Doorslaggevend was naar zijn mening het verschil tussen de interne verhoudingen in het Westerse en in het Oosterse kamp. Moskou behandelde niet alleen zijn eigen burgers, maar ook de Centraal- en Oosteuropese naties als onderworpenen. Die politiek had op den duur, zo kan volgens Gaddis achteraf worden vastgesteld, een funest effect op de cohesie van het Sovjetimperium. In het Westen was sprake van samenwerking op basis van vrijwilligheid en overleg. Deze gang van zaken, die aansloot bij interne democratische procedures, legde onderlinge conflicten bloot die menigmaal tot verlamming dreigden te leiden. Mede dankzij een niet al te nadrukkelijk gemanifesteerd Amerikaans leiderschap bleek deze vaak moeizame samenspraak op lange termijn echter effectiever te zijn dan de stroom van ruwe dictaten die Moskou op korte termijn een voorsprong in slagvaardigheid leek te geven, maar die tegelijkertijd de geest van afkeer en verzet kweekte waardoor het systeem geleidelijk werd ondermijnd.

Deze ontwikkeling begon volgens Gaddis al aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikanen in West-Europa als bevrijders werden ingehaald en soldaten van het Rode Leger op veel grotere schaal dan lange tijd is aangenomen plunderend en verkrachtend bezit namen van Oosteuropees grondgebied. Hun gedrag, dat door Stalin niet werd afgekeurd, was voor tenminste een deel afspiegeling van de grove omgangsvormen wwaarin diens politiek systeem grossierde.

De Verenigde Staten hadden geen enkel plan om na de Tweede Wereldoorlog in Europa een imperium te vestigen. Integendeel, de wil zich terug te trekken kwam tot uitdrukking in de breed gesteunde oproep 'to bring the boys back home'. Pas toen langzaam maar zeker de twijfel groeide over Stalins bereidheid grenzen in acht te nemen, vond vooral Ernest Bevin (de Britse minister van buitenlandse zaken) in het Amerikaanse Congres gehoor voor zijn pleidooi de aanbevelingen van Kennan te volgen. Het was vervolgens Kennan die de toespraak schreef waarin George Marshall, de Amerikaanse ambtgenoot van Bevin, op 5 juni 1947 Europa een massaal hulpprogramma aanbood. Twee jaar later speelde Bevin opnieuw een hoofdrol bij de oprichting van de NAVO. De Verenigde Staten werden, wederom op verzoek van de West-Europeanen, nu ook militair ingeschakeld bij de weerstand tegen de Sovjetunie.

Revisionisme

Het Sovjetrijk berustte op onderdrukking, het Amerikaanse imperium kwam tot stand op uitnodiging. Trapt Gaddis met het trekken van deze conclusie een open deur in? In de jaren negentig mag dat zo lijken, tijdens de Koude Oorlog was deze stelling ook bij geschiedschrijvers hoogst controversieel. De zogeheten 'revisionisten' klaagden het establishment in Washington aan als de stormram van een agressief kapitalisme dat de vredelievende Sovjet-Unie de stuipen op het lijf joeg. Vooral tijdens tijdens de 'ontspanning' in de jaren zeventig raakte onder historici de opvatting in zwang dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog als grote mogendheden in vergelijkbare mate verantwoordelijk werden voor de spanningen door Europa te verdelen in twee militaire protectoraten.

Volgens Gaddis weten we inmiddels, nu de afloop van de Koude Oorlog ons perspectief op die periode grondig heeft veranderd, dat dit soort opvattingen onhoudbaar is geworden. Nauwelijks bevrijd van het door Moskou opgelegde communistische stelsel, stonden de voormalige satellietstaten te dringen om de dwangbuis van het Warschaupact te verruilen voor het lidmaatschap van de NAVO. Wie durft na dit onthullende schouwspel nog vol te houden dat Washington en Moskou tijdens de Koude Oorlog op verwante wijze een deel van Europa onderdrukten?

De vraag naar de primaire verantwoordelijkheid voor het Oost-Westconflict lijkt eens te meer van haar controversiële karakter te worden ontdaan door de nieuwe informatie die sind het einde van de Koude Oorlog is vrijgekomen uit tot dan toe gesloten Oosteuropese archieven. Gewoonlijk zijn dergelijke bronnen voor historici een kostelijke geschenk, dat de mogelijkheid biedt oude standpunten als achterhaald terzijde te schuiven. Weinigen hebben tot nu toe de recent geopende archieven in zowel Moskou, Oost-Berlijn als Praag zo grondig onderzocht als Vojtech Mastny, die met Stalin's Road to the Cold War (1979) het beste boek schreef over de politiek van de Sovjetleider tijdens de Tweede Wereldoorlog. De grootste verrassing van zijn recente onderzoek is, zo schrijft hij in het vervolgwerk The Cold War and Soviet Insecurity, dat de nieuwe bronnen zo weinig verrassingen opleveren. Het 'orthodoxe' uitgangspunt dat de Koude Oorlog Stalins oorlog was, tijdens de jaren vijftig bepalend voor de geschiedschrijving, vindt volgens hem in de recente archiefvondsten volop steun.

Paranoïa

Gaddis, die deze conclusie onderschrijft, stelt niettemin de vraag of met deze ogenschijnlijk simpele slotsom de schuld niet teveel op één persoon wordt afgewenteld. Zeker is dat na de nederlaag van Hitler in Europa een machtsvacuüm was ontstaan dat aanleidng moest geven tot problemen, ongeacht bij wie in Moskou en Washington de leiding berustte. Beide auteurs beklemtonen echter dat de manier waarop Stalin deze omstandigheden probeerde te exploiteren, leidde tot het conflict dat de naam 'Koude Oorlog' kreeg.

Deze wijze van opereren lag in het verlengde van de politiek die Stalin in het binnenland bedreef. In zijn opmars naar de absolute macht had hij in de jaren '30 tussen de 17 en 22 miljoen slachtoffers gemaakt. Om zijn positie veilig te stellen elimineerde de partijleider alle potentiële concurrenten en hun vermeende aanhangers. Persoonlijk belang en staatsbelang waren bij Stalin niet te scheiden. Daarom speelde zijn pathologisch achterdocht een belangrijke rol in het ontstaan van de Koude Oorlog: zelden was hij met minder tevreden dan een totale overheersing van zijn eigen omgeving.

Nadat Stalin begin 1945 in Jalta met Roosevelt en Churchill had afgesproken in Polen vrije verkiezingen te organiseren, zei hij tegen zijn minister van buitenlandse zaken Molotov: 'Later regelen we dat op onze eigen manier. Het punt waar het om gaat is de correlatie van krachten.' Toen Duitsland eenmaal was verslagen, wenste hij met niet minder genoegen te nemen dan de ongelimiteerde onderwerping van de naties die door het Rode Leger waren bezet.

Niettemin had Stalin ook de ambitie, ingegeven door overwegingen van veiligheid, met de machtige Verenigde Staten te blijven samenwerken. Door zijn eigen toedoen kwam daar niets van terecht. De grofheid waarmee Polen en andere Oosteuropese naties werden gelijkgeschakeld bracht het Westen in het geweer. Doordat Stalins verlangen naar veiligheid het resultaat was van een door niets te matigen wantrouwen, riep hij de tegenkrachten op die hij vreesde. Al in het voorjaar van 1946 voorspelde Kennan dat, zelfs indien het Westen aan alle eisen van Stalin toegaf en ook nog eens zijn bewapening aan de Sovjet-Unie uitleverde, het gedrag van de Sovjetleider nog niet zou veranderen. Hij zou in dit gebaar van verzoening slechts een poging zien hem in een val te lokken. Zoals Gaddis fraai samenvat: 'He was the ultimate source of his own worst fears.'

Ideologie

Deze eigenschap maakte het onmogelijk dat Stalin de geslaagde Realpolitiker werd waarvoor velen - zoals bijvoorbeeld Henry Kissinger in diens Diplomacy (1994) - hem achteraf hebben gehouden. Hij werd niet alleen in de weg gezeten door zijn achterdocht. Interessant, want wel degelijk nieuw, is wat Mastny schrijft over Stalins ideologische bevangenheid. Die blijkt veel groter te zijn geweest dan auteurs als Kissinger hebben aangenomen. Het gedrag van de Sovjetleider werd op twee punten door het marxistische gedachtengoed beïnvloed: hij bleef overtuigd van de onvermijdelijke verdeeldheid tussen de kapitalistische staten en klampte zich vast aan de verwachting dat het kapitalisme spoedig door een economische crisis zou worden getroffen.

Na lang aarzelen besloot de Sovjet-Unie daarom in juli 1947 het aanbod van de Marshallhulp af te wijzen. Stalin meende de Amerikaanse regering met deze beslissing in grote problemen te brengen, omdat de Verenigde Staten volgens hem gebukt gingen onder overproductie. Door het hulpaanbod af te wijzen, zo verwachtte hij, zou de economische crisis in de belangrijkste kapitalistische natie worden verdiept. Deze misrekening kreeg een extra zwaar accent door zijn dictaat aan de Oosteuropese naties om zijn besluit te volgen. De tegenstelling met de Verenigde Staten werd nu dusdanig verscherpt, aldus Mastny, dat de Koude Oorlog een eigen dynamiek kreeg.

Stalin beging een zo mogelijk nog grotere blunder met de in juni 1948 afgekondigde blokkade van Berlijn, een poging om de vertegenwoordigers van de Westerse bezettingsmachten uit deze stad te verdrijven. Die opzet mislukte niet alleen, deze daad bracht de tot dan toe over het lot van Duitsland verdeelde Westerse geallieerden ook tot het eensgezinde besluit om bezettingszones samen te voegen en de NAVO op te richten. De blokkade van Berlijn leidde aldus onbedoeld tot een voor Stalin onwelkome militarisering van de Koude Oorlog.

George Kennan was, curieus genoeg, een van de eersten die zich in het Westen verzette tegen de vorming van een militair blok. Hoewel hij in zijn mr. X-artikel had gepleit voor een krachtige en door 'counterforce' ondersteunde containment-politiek, begon hij al in het voorjaar van 1949, toen de NAVO werd opgericht, te ageren tegen een onnodig gemilitariseerd antwoord op een politiek-ideologisch gevaar. Aan dit standpunt is hij altijd blijven vasthouden, tot in zijn vorig jaar verschenen essaybundel At Century's End.

Scenario's

Heeft het Westen de offensieve politiek van de Sovjet-Unie teveel opgevat als een militaire dreiging en is het daarom verantwoordelijk voor een wapenwedloop die onnodig veel geld heeft verspild en angst heeft gewekt? Mastny lijkt deze vraag achteraf bevestigend te beantwoorden. De Westerse mogendheden hebben volgens hem de interne kracht van de Sovjet-Unie schromelijk overschat en zich sinds 1948 ten onrechte uitgeleverd aan de overtuiging dat Stalin in Europa eventueel de moed zou hebben gehad zijn imperiale doelstellingen met geweld af te dwingen.

Het bewijs dat de Sovjetleider het gebruik van militair middelen onder geen enkele omstandigheid zou hebben overwogen, is echter niet te leveren. Bovendien is Mastny's stelling moeilijk te rijmen met zijn eigen oordeel over Stalins politieke habitus. Anders dan Hitler kende de Sovjetleider grenzen, maar hij wist volgens de auteur van The Cold War and Soviet Insecurity niet waar die lagen. De vraag tot hoever hij kon gaan, was volgens Mastny altijd afhankelijk van de omstandigheden: de 'correlatie van krachten', zoals Stalin het noemde. Hoe gunstiger de machtsverhoudingen, hoe groter de bereidheid risico's te nemen.

De hamvraag luidt: wat zou er eind jaren veertig in Europa zijn gebeurd als de NAVO niet was opgericht en de Verenigde Staten militair afzijdig waren gebleven? Voor Stalin was bij die correlatie van krachten de verleiding groot geweest de suprematie van het Rode Leger te gebruiken om de zwakke en verdeelde Westeuropese naties tenminste onder politieke druk te zetten. Volgens de logica van een politiek die in hoge mate werd beïnvloed door achterdocht en ideologische vooringenomenheid was het zelfs niet ondenkbaar geweest dat hij, evenals in Korea, zijn goedkeuring had gegeven aan een militaire aanval. Mastny heeft gelijk als hij de geschiedenis van de Koude Oorlog, die in de eerste plaats de oorlog van Stalin en diens leerlingen-opvolgers was, typeert als een 'topic in pathology'. Gelet op het karakter van de tegenstander was er voor het Westen aanleiding genoeg, ook achteraf gezien, om uit te gaan van een worst case scenario.

    • Ronald Havenaar