Glas

Wij woonden in Richmond, dat was niet ver van Londen. We gingen niet vaak naar het centrum van Londen maar als mijn grootmoeder uit Ierland bij ons logeerde gingen we altijd naar Harrods, het grote warenhuis in Knightsbridge.

In Harrods hadden ze alles. Er was een dierenafdeling, waar wij altijd meteen naartoe wilden, en een kapsalon, daar kwam mijn grootmoeder voor; je had er zelfs een begrafenisondernemer en ook een restaurant. Daar gingen we na het winkelen heen; mijn moeder en grootmoeder dronken thee en wij kregen orange squash, een waterig drankje dat in de verte op sinaasappelsap leek. Je kreeg het in een groot dik glas, speciaal voor kinderen. Een keer zag ik opeens hoe mijn broertje, die toen een jaar of twee was, naar zijn glas zat te kijken: hij had er keurig een halve cirkel uitgebeten.

'Kijk!' riep ik vrolijk (ik was vijf), en meteen raakten alle volwassenen om ons heen in paniek. Het halve maantje van glas kwam intact uit mijn broertjes mond tevoorschijn; niemand begreep hoe het mogelijk was, hoe zijn kleine melktandjes door dat dikke glas hadden gebeten. Iemand van Harrods bood zijn excuses aan.

Daarna gingen we naar huis. We hadden iets gekocht, ik weet niet meer wat, waar een stekker voor nodig was - in Engeland worden electrische apparaten altijd zonder stekker verkocht, wat heel onhandig is als je thuis komt en ontdekt dat er geen stekker in huis is.

Zodra we thuiskwamen rende ik de trap op, ik wilde zelf een stekker pakken. Ik wist er wel een te vinden: aan de lamp naast mijn bed. 'Even wachten!' riep mijn moeder, maar het was al te laat. Ik had een schaar gepakt en het snoer doorgeknipt. Ploef! Er was een grote vlam en alle lichten in huis gingen uit.

Iedereen was net zo opgewonden als in het restaurant bij Harrods, maar nu in het donker.