Gesprek met Prix Goncourt-winnares Pascal Roze; Ik zou graag Tolstojs vrouw zijn geweest

De verhalen van Pascal Roze, die vorig jaar de Prix Goncourt kreeg voor haar roman 'Jager Zero', beginnen vaak met een beeld of een geluid. Haar personages verbergen een geheim, 'waardoor ieder moment de grond onder hun voeten kan wegvallen'.

Pascale Roze: Jager Zero. De Geus. Vert. Jeanne Holierhoek. Prijs ƒ 32,90. Le Chasseur Zéro. Albin Michel. Prijs ƒ 34,85. Histoires dérangées. Julliard. Prijs ƒ 44,70

“Weet u, als actrice had ik een vreselijk hard bestaan. Als je in dat vak niet een zekere faam hebt verworven, moet je voortdurend om rollen bedelen. Ik heb dat jarenlang gedaan en kreeg negen van de tien keer nee te horen. Daar houd je een erg negatief zelfbeeld van over.”

Pascale Roze (39), die vorig jaar de belangrijkste Franse literaire prijs, de prix Goncourt, won voor haar eerste roman Le Chasseur Zéro, lijkt de verandering in haar leven nog nauwelijks te bevatten. Van haar eerste boek uit 1994, een verhalenbundel, werden maar vijfhonderd exemplaren verkocht en haar uitgever (Julliard) wilde daarna geen werk meer van haar publiceren. Nu zijn er van haar eerste roman meer dan vijfhonderdduizend stuks over de toonbank gegaan. Ze hoeft niet meer te leuren met haar kwaliteiten als actrice, maar kan zich aan het schrijven wijden. “Ik denk erover een huis te kopen in de Lot. In dat heuvelige landschap voel ik me het meeste thuis.”

Na haar eindexamen ging Roze meteen aan het toneel. Met enkele collega's richtte zij de Compagnie de l'Elan op, een toneelgezelschap dat nog steeds bestaat, al maakt zij er zelf geen deel meer van uit. “In de periodes dat ik geen werk had, las ik een hele reeks negentiende-eeuwse Franse en Russische auteurs. Vrij laat pas, zo rond m'n zesentwintigste, ontdekte ik het werk van Marguerite Duras. Duras was voor mij een openbaring. Ik speelde in een paar van haar stukken en las haar romans. Na het lezen van Le ravissement de Lol V. Stein ben ik gaan schrijven. Meteen. Als ik weer eens geen werk had, begon ik gewoon een verhaal te schrijven. Beter dan voor de zoveelste keer in een depressie te raken. Duras maakte me duidelijk dat ook mijn bescheiden innerlijke wereld een bron van literatuur kon zijn.”

Inderdaad ademt Jager Zero, zoals de titel van de Nederlandse vertaling luidt, een onmiskenbaar durassiaanse sfeer. Thema's als de onvolmaaktheid van de liefde, de waanzin, en de onbereikbaarheid van de moeder zijn bij uitstek kenmerkend voor het werk van Marguerite Duras. De hoofdpersoon in Jager Zero heet Laura Carlson, met haar Franse voornaam en haar Amerikaans aandoende achternaam, een personage dat zo uit één van Duras' romans afkomstig zou kunnen zijn.

Laura Carlson is eenzaam. Zij heeft haar vader nooit gekend en haar moeder is door waanzin bevangen. In korte, scherpe zinnen schetst Roze de treurige, liefdeloze jeugd van het meisje dat opgroeit in het donkere Parijse appartement van haar grootouders. De dood van haar vader heeft van haar moeder een wassen beeld gemaakt. Zij doorbreekt haar wanhopige eenzaamheid alleen door de straat op te gaan, in de hoop dat een man haar oppikt. Wanneer het meisje ontdekt dat haar vader, marineofficier op een onderzeeër, bij een aanval van een Japanse kamikaze om het leven is gekomen, raakt zij volledig in de ban van deze jonge zelfmoordenaar. Het oorverdovende geraas van diens vliegtuig, de Jager Zero, dringt letterlijk haar oren binnen. Zij raakt langzaam verstrikt in een gevecht op leven en dood met het spookbeeld van haar vaders moordenaar.

Donkere gang

Roze's vader was tijdens de oorlog ook als marineofficier in het toenmalige Indochina gestationeerd. Zij werd in Saigon geboren, maar groeide op in Frankrijk. Roze merkt op dat zij het tegenovergestelde traject heeft afgelegd van Marguerite Duras, die in Frankrijk werd geboren maar in het huidige Vietnam opgroeide. “Mijn boek is absoluut niet autobiografisch. Een verhaal over een klein meisje en de dood wilde ik schrijven. Ik werd al heel lang achtervolgd door het beeld van een meisje dat in een eindeloze, donkere gang loopt en een vreselijk geluid hoort. Eerst dacht ik aan het geluid van een trein, maar dat is een vliegtuig geworden. Ook mijn verhalen zijn vaak uit zo'n intrigerend beeld ontstaan.”

De verhalen uit haar eerste, volledig onopgemerkt gebleven boek Histoires dérangées, zijn al net zo kernachtig en direct als haar roman. Negen van de twaalf hebben een vrouwennaam als titel. Ze balanceren op de grens van waan en werkelijkheid en roepen, door een gelukkige kruisbestuiving tussen realiteit, fantasie en sprookjesachtigheid, associaties op met sommige verhalen van Edgar Allen Poe. “Ik word gefascineerd door mensen die ogenschijnlijk met beide benen in de wereld staan, maar die een geheim verbergen waardoor ieder moment de grond onder hun voeten kan wegvallen. En juist dat ene moment, die vrije val, wanneer ze niet meer hun alledaagse gezicht kunnen tonen, interesseert mij. Daarover wil ik schrijven.” De vrouw die in een boom verandert, de schoenlapper die zich ophangt, de visser die verdrinkt, de oude vrouw die de zee inrijdt, het zijn ontroerende, kwetsbare personages die niet tegen het leven zijn opgewassen.

Al die sympathieke, maar gevoelige personages gaan, na de openbaring van hun geheim, regelrecht de dood tegemoet. “Er is een moment waarop zij een stap zetten naar hun bevrijding, maar die betekent tegelijkertijd hun dood. Ik ben daar nu eenmaal van bezeten. Dat is ook mijn beperking. Mijn verhalen lijken daardoor erg op elkaar.”

In de novelle Anna wordt de vrouwelijke hoofdpersoon met dezelfde naam verteerd door een onbeantwoorde liefde en dreigt zij in eenzaamheid ten onder te gaan. Aan het eind stapt de verteller, als een soort deus-ex-machina, het verhaal binnen en wil, uit medelijden met zijn personage, het verhaal een gelukkiger wending geven. Zijn personage stuurt hem echter weg met de woorden: 'Laat me met rust, ik moet aan het werk'. Roze: “Ik beschik maar over enkele beelden die mijn fantasie op gang brengen. Dat geeft me een gevoel van machteloosheid. Soms heb ik het idee dat ik gedoemd ben om steeds maar die paar beelden te herkauwen. Je denkt als schrijver dat je de wereld eens flink door elkaar hebt geschud, en dan blijk je maar een paar gammele ideetjes te hebben gelanceerd. Daar word ik razend van.”

Behalve Duras, behoort Tolstoj tot haar grote voorbeelden. In 'Tolstoï la nuit', één van de verhalen uit haar bundel, laat Roze de Russische schrijver en zijn vrouw Sonia een nachtelijke huwelijkscrisis doormaken. Het werd als toneelstuk op de planken gezet. Haar bewondering voor deze Russische auteur heeft te maken met de overdaad aan beelden en ideeën in zijn werk. “Ik werd verpletterd door zijn creatieve persoonlijkheid, door de mythe van de magiër, die zijn volk onder zijn hoede neemt. Die man werd verscheurd door zijn beelden, kampte voortdurend met een heftige innerlijke strijd en werd achtervolgd door denkbeelden uit het christendom. Ik zou graag Tolstojs vrouw zijn geweest. Zij regelde al zijn zaken en kopieerde zeven maal Anna Karenina voor hem, met de hand. Dan nam ik die elf kinderen wel op de koop toe.”

De hartstocht waarmee zij over Tolstoj spreekt, doet denken aan de bevlogenheid van haar vrouwelijke personages. Laura, Katia, Emma, Dora, Anna en al die andere vrouwen uit haar verhalen zijn al net zo gepassioneerd op zoek naar hun afgod. Het zijn eigenlijk allemaal onschuldige, hardwerkende vrouwen met hooggestemde idealen. Vaak zijn ze beschadigd door ervaringen in hun jeugd, zoals Laura in Jager Zero, die van niemand uit haar familie enige tederheid ontvangt.

Familiebanden

Roze heeft sowieso weinig op met het familieleven. “Familiebanden zijn onverdraaglijk. Niemand kan zich er werkelijk ontplooien, je vormt je juist door je tegen je familie af te zetten. Iedereen gaat in zijn kinderjaren door een hel. Als kind kende ik veel doodsangsten en ik ben ervan overtuigd dat ieder kind die heeft. Je bent volledig afhankelijk, je begrijpt niets van de wereld. Gelukkig leer je je, naarmate je ouder wordt, tegen die angsten te harden. Diegenen die hun jeugd beschouwen als een verloren paradijs, zijn gewoon vergeten hoe vreselijk het was. Ik wilde dat men zich die verschrikkingen zou herinneren en daarom schreef ik mijn boek.”

Voorzichtige tegenwerpingen over van persoon tot persoon verschillende ervaringen maken geen indruk. Ze is met haar gedachten al bij haar volgende boek. “Gelukkig komt er nu bijna een einde aan al die lezingen, discussies en interviews die het krijgen van zo'n prijs met zich meebrengt. Van mijn voorganger, Andreï Makine, kreeg ik een aardig briefje, waarin hij mij veel creatieve inspiratie toewenste. Dat is er tot nu toe nog niet van gekomen. Goncourt of geen Goncourt, schrijven blijft voor mij een titanenwerk. Eerst moet ik Jager Zero in mijzelf tot de grond toe afbreken en dan met iets heel nieuws beginnen. Ik weet nog niet of me dat wel lukken zal.”