Geknipt voor de borreltafel; Roman van Hester Albach

Hester Albach: Evenbeelden. De Prom, 280 blz. ƒ 34,90.

Het is nog steeds wel te begrijpen waarom Het debuut van Hester Albach in 1975 het nodige stof deed opwaaien en een keer of tien werd herdrukt. De schrijfster was jong en haar novelle ondeugend, op een ontwapenend simpele manier. In korte, droge zinnetjes liet zij een dertienjarig meisje een veel oudere, getrouwde man verleiden. Wat misschien nog wel meer schokte dan dit incestueus aandoende overspel, was het kille, gevoelloze air van het meisje: zo jong nog en al zo bedorven. Maar na de publicatie van nóg zo'n novelle, twee jaar later, luwde de geestdrift voor Albach.

Rudy Kousbroek stelde aan het slot van zijn bespreking van Een gezonde relatie in deze krant een werkplan op voor de schrijfster. Hij raadde haar aan hard te gaan werken aan een boek van minstens 100.000 woorden, over aan ander onderwerp dan haar eigen jeugd. Twintig jaar later lijkt zijn wens alsnog in vervulling te zijn gegaan. Evenbeelden, Albachs eerste roman, heeft een kloeke omvang, behandelt een veelvoud aan andere onderwerpen en is duidelijk niet in een vloek en een zucht geschreven. Over het slot ervan, zo viel te lezen in een interview in de Volkskrant, deed ze bijvoorbeeld al twee jaar.

Zo sober als haar eerste twee verhalen waren, zo ruim opgezet en breedvoerig is deze roman. Dat zie je alleen al als je het boek openslaat: de zinnen zijn langer, de bladspiegel is veel gevulder. Ook inhoudelijk is het minder karig dan zijn voorgangers. Er zit meer liefde in, meer vriendschap en genegenheid en meer oog en aandacht voor het omringende. Indertijd kwam haar egocentrische heldin niet verder dan het Amsterdamse Oud-Zuid. Nu wordt de Atlantische Oceaan overgestoken en de West-Afrikaanse kust uitgebreid met een nieuw land: Kanaga, dat trouwens een beetje aan Ruanda doet denken.

Hester Albach heeft met deze Nederlands-Afrikaanse geschiedenis niet het zoveelste haastwerk afgeleverd, maar de vraag is toch of we er wel zo blij mee moeten zijn. Er gebeurt veel in haar roman. Om niet te zeggen: te veel. Het basisgegeven is interessant genoeg: een Nederlands echtpaar wil zijn enige kind, een Afrikaans adoptiekind dat ooit op illegale wijze is verkregen, na tien jaar zijn geboorteland laten zien. Hun slechte geweten over zijn herkomst vormt een fraai leidmotief. En uiteindelijk wordt hun angst dat hij hun weer zal worden afgenomen door zijn wraakzuchtige landgenoten, ook bewaarheid. Als Albach zich zou hebben beperkt tot de uitwerking van dit huiveringwekkende gegeven, dan had Evenbeelden mogelijk kunnen uitgroeien tot een spannende thriller, met een klinkend slotakkoord. Maar zij sleepte er, naast voor de hand liggende tegenstellingen tussen Europa en Afrika, wit en zwart, rijk en arm, nog veel meer bij. En dus wordt de lezer ook vergast op ontwenningsverschijnselen (omdat Peter, de adoptiefvader, met roken is gestopt), een drankprobleem, plotseling opkomende oorlogsherinneringen, onverwerkte perikelen die te maken hebben met ongewenste kinderloosheid, echtelijke onenigheid, een burgeroorlog, een geheime uraniumfabriek, een weggevlogen tropisch vogeltje, Koentje genaamd, en krijgt hij het een en ander te horen over broodfabricage, fotografie en Afrikaanse kunst en cultuur.

Een veelbewogen roman kortom, met een dramatisch slot, dat echter nalaat de gewenste verpletterende indruk te maken, op mij althans. Het gekke is namelijk dat Evenbeelden, ondanks de stortvloed aan ongewone gebeurtenissen, zo doodgewoon en soms zelfs doods aandoet. Dat moet te maken hebben met de stijl van Albach, die nergens de aandacht op zichzelf weet te vestigen, tenzij in ongunstige zin. Deze houterige en onpersoonlijke overwegingen worden bijvoorbeeld toegedacht aan een vrouw die alleen leeft en voor het eerst in jaren met een man haar bed zal delen: 'Op een afstandelijke manier vond ze het wel wat hebben. Ze vond het goed voor zichzelf, zoals “niet roken, weinig drinken, veel beweging, gevarieerd eten en stress vermijden” goed zijn voor de moderne mens.'

Albachs personages denken geijkte dingen in geijkte woorden en liefhebberen tussendoor graag wat in het psychologische, zodat diagnoses als 'vaderbinding', 'depressie' of 'posttraumatische stress' snel gesteld zijn.

In Evenbeelden wordt bijna niets gesuggereerd, of aan de verbeelding of het toeval overgelaten. Elke handeling, elke gebeurtenis wordt uitgebreid beschreven en van commentaar voorzien. Opmerkelijk is daarbij hoe reisgidsachtig en oppervlakkig Albachs beschrijvingen van Afrika zijn. Geen detail blijft ons bespaard over de (Europese) hotelgasten, het eten, het terras bij het hotel, de kwaliteit van het zwemwater en, o avontuur, over de koopwaar die door echte Afrikanen wordt aangeboden op een naburige markt.

Weinig overtuigend van uitwerking zijn ook de evenbeelden uit de titel, de gelijkenissen die Erna, de adoptiefmoeder, in Afrika steeds meent waar te nemen. Tussen boom en blad, tussen gebarsten aarde en droge mensenhuid, tussen lichaamsader en rivier, en tussen mens en natuur in het algemeen ziet zij overeenkomstige structuren die zij in een ooit te verschijnen fotoboek hoopt vast te leggen. In haar enthousiasme ziet zij het al voor zich. 'Evenbeelden zou de titel luiden. Met gedichten erbij.' Maar dat is nog niet het enige. 'Een bestseller zou het worden. Een kunstboek dat in de etalage van haar boekwinkel zou prijken. Een plaatwerk dat terecht zou komen op elke borreltafel.'

Ik vrees dat deze passage niet ironisch bedoeld is, omdat Albach eigenlijk nergens een beroep doet op enig gevoel voor humor bij haar lezers. Mogelijk ziet zij voor haar eigen roman de borreltafel ook wel als een eervolle eindbestemming. Hij lijkt er, met zijn toeristische inslag, in elk geval geknipt voor.