Garcets eenzame strijd tegen het gezag der hansworsten

Robert Garcet (84) uit het Belgische Eben-Emael is bekend om de 20 meter hoge toren van vuursteen die hij in de jaren vijftig bouwde. Aan deze zonderlinge vrijdenker is nu een boek en een expositie gewijd.

EBEN-EMAEL, 27 JUNI. Op de toren Eben-Ezer wappert van het begin van de lente tot het begin van de winter een vlag. Die is aan het einde van die tijd zo uitgerafeld dat er nauwelijks meer iets van over is. Maar zo worden wel stukjes van de erop geschreven tekst dat 'geen volk het zwaard zal opnemen tegen een ander' door de wind verspreid in alle richtingen opdat de woorden van de profeet Ezechiël in diens visie op de Apocalyps bewaarheid worden: 'Ze gingen waar de geest hen dreef'. Daarnaast ziet men een gebroken geweer in beton gemetseld. 'Liefhebben, denken, scheppen', luidt het devies hier.

Het is de symboliek van de 84-jarige Robert Garcet uit het Belgische dorpje Eben-Emael, tien kilometer zuidwestelijk van Maastricht. Hij is geoloog, paleontoloog, schrijver, schilder, dichter, pacifist, anti-militarist, anarchist, humanist en filosoof. Van hem komen uitspraken als: 'Als je niet nadenkt dan leef je niet', 'de mensen stammen niet af van de apen maar van de goden' en 'weg met de kerk'. De taal waarvan hij zich bedient wordt zelfs het Garcetiaans genoemd. Jan Kenis, een kenner bij uitstek van deze ondoorgrondelijke man die hij met Umberto Eco vergelijkt, zegt: “Die taal is net zo grillig als de vorm van de vuurstenen die hij beschrijft.”

Van die vuurstenen (silex) bouwde Garcet in de jaren vijftig een toren van 20 meter hoog die, zegt hij, de mensheid vertegenwoordigt. Garcet: “De toren is een ontmoetingsplaats geweest van pacifisten en tegenstanders van militair geweld. Ook de pelgrims van Hiroshima kwamen hier langs en in 1980 vond hier de conferentie plaats van Wereldburgers. In Eben-Ezer leven we in een volstrekte anarchie. We verzetten ons met hand en tand tegen het gezag der hansworsten.”

Wie de toren door het dal van het riviertje de Jeker nadert, meent even een zinsbegoocheling te beleven, maar ze staan er wel degelijk, de reusachtige, enigszins angstaanjagende beelden van sphinx, stier, leeuw en adelaar, op elke hoek een, en ze kijken allemaal een andere richting uit. Het zijn de in beton gegoten apocalytische zinnebeelden waarover de profeet Ezechiël vertelt dat ze ontstonden uit 'een grote wolkenmassa waar vuur in opflitste'.

Vanaf het dak van de zeven verdiepingen hoge toren ziet men plaatsjes als Wonck, Zichen, Zussen en Bolder en de mergelgroeve Romont. Uit de groeve wordt de mergel met een onderaardse lopende band naar de cementfabriek in Lixhe gevoerd. In de groeve ziet men de lagen vuursteen, de silex, zitten. Die stenen leven voor Garcet. Ze hebben gezichten: van een madonna, een vis, een dinosaurus, een negerin. “Ze brachten mij terug tot de oorsprong van de wereld die op deze plek ontstond uit de krijtzee die hier zo'n 70 miljoen jaar geleden was.”

'De toren is een stenen gedicht, een stenen boodschap gebouwd volgens de gegevens van de Apocalyps, een mijlpaal in de tijd', staat in Het onderhoud over de openbaring, dat de bezoeker krijgt. Er is een vermaning aan degene die alleen komt voor de sensatie: 'Als u liever praatjes gelooft kom dan niet hierheen om iets van belang te leren kennen. We hebben geen banden met geheime genootschappen, we beschikken niet over tover- of bezweringsformules. Dit zijn geen uitingen van een geestelijk gestoorde.'

Garcet zelf is tegenwoordig door versleten heupen zo immobiel dat hij de toren alleen nog maar bezoekt als men hem met een auto haalt. Met zijn vrouw slijt hij een teruggetrokken leven in hun huis van waaruit hij, als de bomen kaal zijn, kan opzien naar de toren. Het huis is zo eenvoudig dat het lijkt op een boerenwoning in de Cevennes. Daar zit hij, een kleine man met het kopje van een vogeltje waarin pientere oogjes glinsteren achter de tafel waaraan hij meestal schrijft. Op het buffet staat een reusachtige foto. Hij werd gemaakt ter gelegenheid van het zestigjarig huwelijk dat het echtpaar onlangs vierde. Hij praat in het Waalse dialect van deze streek die nagenoeg ligt op de grens van het Germaanse en Romaanse taalgebied. En altijd weer is er het verhaal bij over de diefstal aan het einde van de jaren tachtig van een van de door hem gevonden schedels van een Mosasaurus, de reusachtige Maashagedis die hij in de mergel ontdekte. Omdat de dief Jansen zou hebben geheten en uit Heerlen afkomstig was, spreekt hij van de 'Heerlonosaurus Jansenii'.

Over Garcet werd op vorige week een boek gepresenteerd in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Daar wordt nu ook werk van hem tentoongesteld, de tekeningen die hij maakte van de zogenoemde 'Pierres à figures'.

“De unieke plaats die hij in deze contreien inneemt en de geringe aandacht voor zijn werk waren de aanleiding om hem een plaats te geven in de goodwill-reeks van de drukkerij Rosbeek in Nuth,” zegt William Graatsma, oud-directeur van de Jan van Eyckakademie in Maastricht en eindredacteur van de reeks. De uitgave over Garcet werd voorafgegaan door een over de schilder Aad de Haas en zijn destijds omstreden kruiswegstaties in het kerkje van Wahlwiller en zal worden gevolgd door een boek waarin schilderingen van de dichter Pierre Kemp zijn opgenomen. De boeken zijn niet in de winkel verkrijgbaar. Rosbeek geeft ze slechts aan goede relaties.

Het levensverhaal van Garcet is er een van de vaak eenzame strijd tegen het gezag, dat hem wegens zijn anti-militarisme maar meer waarschijnlijk nog wegens zijn non-conformistische en niet altijd geheel te volgen denkbeelden het leven zuur maakte. 'Maar ondertussen ging het werk gewoon door en zo maakte ik het heldenepos in weerwil van de vijandige, ja dikwijls van haat vervulde omgeving. Wanneer men hier en daar butsen in de muren van de toren ziet of traptreden in de toren die onvolmaakt zijn, dan zijn die zo ontstaan omdat iemand van ons door afkeer overweldigd werd en tranen van weerzin onder de mortel mengde', vertelt Garcet zijn verhaal.

Ergens bij de ingang van de toren staat dat het gaat om het werk van 'een bijzonder man'. Dat is Robert Garcet zeker. Het nu aan hem gewijde en mooi uitgegeven boek is een verdiend eerbetoon aan een vrijdenker in optima forma die eigenlijk in geen enkel hokje valt te plaatsen.