Fatsoensnormen voor het Internet in VS verworpen

ROTTERDAM, 27 JUNI. Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft gisteren een wet die fatsoensnormen aan het Internet wil opleggen, als strijdig met de grondwet verworpen.

Met een meerderheid van zeven tegen twee rechters bevestigde het Hooggerechtshof een uitspraak van de federale rechtbank in Philadelphia, die de in 1996 door het Congres aanvaarde Communication Decency Law strijdig acht met de vrijheid van meningsuiting. De wet verbood het verspreiden van onbetamelijke of 'duidelijk aanstootgevende' informatie aan minderjarigen, waarop boetes en celstraffen van maximaal twee jaar komen te staan. Verspreiding van kinderpornografie was al langer strafbaar.

De definitie van 'onbetamelijk' en 'aanstootgevend' was in de wet zeer ruim geformuleerd: het zou gaan om zaken die aanstootgevend waren “naar de huidige maatstaven van de samenleving”. Getuigen namens de regering meenden in de behandeling van de zaak voor het Hof dat een naaktfoto van de zwangere actrice Demi Moore op de voorpagina van Vanity Fair onder die definitie viel.

Opperrechter John Paul Stevens schrijft in de meerderheidsopinie van het Hof dat het weliswaar legitiem en belangrijk is kinderen tegen schadelijke invloeden te beschermen, maar dat dit niet ten koste mag gaan van het eerste amendement van de grondwet, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt. “Het belang van het bevorderen van vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving overtreft het theoretische en onbewezen voordeel van censuur.” Stevens vatte zijn bezwaren samen: “Met deze wet wordt het huis in brand gestoken om het varken te roosteren.”

Het Internet is volgens de rechters een forum voor de uitwisseling van ideeën en informatie, dat de volle bescherming van de grondwet verdient. Voorstanders van censuur stellen dat het nieuwe medium vergelijkbaar is met radio en televisie, die aan strikte beperkingen zijn onderworpen. Het Hooggerechtshof meent evenwel dat in tegenstelling tot deze massamedia de gebruikers van Internet een aantal bewuste stappen moeten ondernemen voordat ze 'onbetamelijke' informatie onder ogen krijgen. “De kans is klein dat de gebruiker een seksueel expliciete website per ongeluk binnentreedt”, zo schrijven ze. Ook beklemtonen ze dat Internet-aanbieders meestal duidelijk aangeven dat hun website pornografisch van aard is en dat er een keur van software op de markt is die minderjarige netsurfers daartegen beschermt. Het is aan de ouders om dergelijke software op de huiscomputer te installeren.

President William Rhenquist en opperrechter Sandra Day O'Connor schrijven in hun minderheidsopinie dat het ongrondwettig is volwassenen de toegang tot informatie te ontzeggen louter omdat die schadelijk zou zijn voor kinderen, maar dat communicatie tussen kinderen en volwassenen aan beperkingen moet worden onderworpen.

Pagina 5: Uitspraak is nauwelijks een verrassing

Het arrest is uitbundig gevierd door de American Civil Liberites Union (ACLU), uitgevers en Internet-aanbieders, die in de Cititzens Internet Empowerment Coaltion gezamelijk een klacht hadden ingediend tegen de wet. Zij zien elke Internetgebruiker in principe als een uitgever, die een vollledige vrijheid van meningsuiting geniet.

President Clinton liet gisteren weten een commissie samen te stellen die moet onderzoeken welke manieren er openstaan om te voorkomen dat kinderen via het Internet in contact komen met pornografie. “Met de juiste technologie en beoordelingssystemen kunnen we ervoor zorgen dat onze kinderen niet eindigen in de rosse buurt van het Internet”, aldus Clinton.

De Communication Decency Act was van begin af aan zeer controversieel; het arrest van het Hooggerechtshof komt dan ook nauwelijks als een verrassing. De VS claimden met deze wet het recht het wereldwijde computernetwerk aan plaatselijke jurisdictie te onderwerpen. Als een kind in Salt Lake City immers een kijkje neemt op de website van het Red Light District, zou de plaatselijke aanklager het recht hebben Nederlandse aanbieders daarvoor te vervolgen. En omgekeerd gaf het Congres Iran met deze wet in principe het volste recht om fatwa's uit te schrijven tegen Amerikaanse aanbieders als die Iraanse fatsoensnormen overschreden. Een rechtbank in New York oordeelde over dit aspect dat de VS de grondwet schenden door zaken te willen regelen die buiten de nationale rechtspraak vallen.

Met het roemloze einde van de Communication Decency Law is de strijd om de cyberspace nog lang niet beslecht. Er lopen nog tal van zaken over lokale wetten. Zo moet in Virginia worden vastgesteld of de overheid ambtenaren kan verbieden onbetamelijke websites te bezoeken.