Europeanen bezorgd over biotechnologie

ROTTERDAM, 27 JUNI. Europeanen maken zich steeds meer zorgen over de ontwikkelingen op het gebied van de moderne biotechnologie.

Voorbeelden als stier Herman, genetisch gemodificeerde soja, het gekloneerde schaap Dolly, genetisch gemodificeerde varkensorganen die getransplanteerd worden naar de mens, voeden het groeiende ongemak en vergroten het wantrouwen, zo blijkt uit internationaal onderzoek. Er is weinig vertrouwen in de nationale overheden wat betreft de beoordeling en de regulering van moderne biotechnologie. Dat schreef een internationaal team van wetenschappers gisteren in het blad Nature.

Sinds 1973 meet dat wetenschappelijk team in opdracht van de Europese Commissie de publiekshouding over moderne biotechnologie. De resultaten worden weergegeven in de 'Eurobarometer on Biotechnology'.

Uit de laatste meting die het team eind vorig jaar onder 16.246 Europeanen uitvoerde, blijkt het kwik dalende. De onderzoekers noemen dat verrassend. De kennis over moderne biotechnologie is namelijk toegenomen en volgens conventionele wijsheden leidt dat tot een betere acceptatie. Maar vergeleken met de resultaten uit 1991 en 1993 blijkt het optimisme over biotechnologie en genetische modificatie juist te zijn afgenomen.

Ondervraagden hebben blijkens de onderzoeksresultaten over het algemeen weinig vertrouwen in hun nationale overheid omdat deze haar bemoeienis beperkt tot risico-analyses naar de veiligheid van nieuwe producten voor mens en milieu. Maar burgers zijn niet voldoende gerustgesteld door het feit dat bijvoorbeeld een genetisch gemodificeerde sojaboon geen allergische reacties veroorzaakt. Juist morele acceptatie blijkt doorslaggevend voor de vorming van de publiekshouding. “Morele twijfels werken als een veto, ongeacht de visie over risico en nut”, schrijven de onderzoekers in Nature. En aan morele evaluatie besteden overheden geen aandacht.

De ondervraagden zien de ontwikkelingen liever gereguleerd door internationale organisaties als de Verenigde Naties of de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Bovendien vindt 75 procent van hen dat genetisch gemodificeerde voeding een aangepast etiket vereist, 53 procent van de ondervraagden zegt dat de huidige regelgeving onvoldoende bescherming biedt tegen risico's en 39 procent is van mening dat religieuze organisaties betrokken moeten zijn bij het opstellen van regels.