Euro-commissaris: We moeten in de boeken kunnen kijken

Nederland schreeuwde moord en brand over misbruik door PTT Telecom van zijn monopolie. Er zijn 'wat probleempjes', maar het kon erger.

BRUSSEL, 27 JUNI. Maar in vergelijking met de “twee voeten” die bijvoorbeeld Italië “op de rem” houdt bij de liberalisering van de telecommunicatie is Nederland meegaand. “Nederland behoort bij de goede leerlingen van de klas,” zegt euro-commissaris K. van Miert (Mededinging).

Het compliment betekent geenszins dat Van Miert de liberalisering op de Nederlandse telecommarkt op zijn beloop zal laten. Verscheidene marktpartijen hebben inmiddels met hun klachten bij hem aangeklopt.

(Potentiële) aanbieders van mobiele telefonie hebben bij de Europese Commissie geprotesteerd wegens het wetsvoorstel waarmee minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) de veiling van mobiele vergunningen mogelijk wil maken. Het Amerikaanse Versatel trad eind vorig jaar al in de publiciteit met een klacht over misbruik van economische macht. Versatel beschuldigt PTT Telecom er onder meer van informatie over het belgedrag van bedrijven die naar de concurrentie (willen) overstappen te gebruiken om hen speciale aanbiedingen te doen. Verder zou PTT Telecom zich schuldig maken aan ongeoorloofde prijsdiscriminatie tussen bijvoorbeeld de consumentenmarkt en de zakelijke markt. Het onderzoek naar machtsmisbruik naar aanleiding van de klacht van Versatel loopt nog. “Dat vergt tijd”, verontschuldigt zich de Eurocommissaris.

Voorzitter R. Matthijssen van de belangenvereniging BTG van grootgebruikers sprak onlangs zijn verbazing uit over het tariefsverschil in gesprekken vanuit het midden van Nederland naar Limburg en naar Brussel (het laatste is vier keer zo duur). Hoe valt dat te rijmen, vroeg Matthijssen zich af, met de zogenoemde kostengeoriënteerde tarieven die dominante telecombedrijven in rekening moeten brengen. Van Miert hierover: “Vele dingen in de tariefstelling van dominante telecombedrijven zijn inderdaad moeilijk verklaarbaar. Maar we hebben nu eenmaal te maken met tarieven van monopolisten. Die tarieven zullen geleidelijk worden afgebouwd.”

Van Miert wijst erop dat het niet nodig is dat hij over alle kwesties die in Nederland spelen op het gebied van de telecommunicatie een oordeel velt. “Problemen moeten in de eerste plaats worden opgelost door de nationale autoriteiten”, zegt hij. “Pas als dat geen faire oplossing oplevert, kan men bij ons terecht.”

Van Miert ziet wel potentiële problemen in de subsidiëring door telecombedrijven van verliesgevende activiteiten met de winsten op de markten waar zij een dominante of monopoliepositie hebben. In Nederland bijvoorbeeld onderzoeken de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken of PTT Telecom zich aan 'kruissubsidiëring' schuldig maakt onder meer door nieuwe (gratis) diensten op de markt te brengen zoals een elektronische brievenbus en een elektronisch antwoordapparaat.

“Je kunt bedrijven moeilijk verbieden nieuwe markten te betreden”, zegt Van Miert. Hij stemt in met het verweer van PTT Telecom dat een verliesgevend bedrijfsonderdeel niet per se duidt op kruissubsidiëring. “Je kunt niet van de eerste dag af winst maken”, zegt hij. Wel moet volgens Van Miert duidelijk zijn welk kapitaal er in nieuwe activiteiten wordt gestoken. Van Miert: “Daartoe moeten we in de boeken kunnen kijken.” Hij erkent dat het lastig is betrouwbaar cijfermateriaal boven tafel te brengen. “Als er sprake is van enige twijfel is - van een schemerzone - zal men moeten aantonen dat van kruissubsidiëring geen sprake is.”

    • Michiel van Nieuwstadt