Elke dag zwaardvis

De dwerg en Secundo gingen op de brommer. De Zeerover ging op de fiets, en alle anderen gingen lopend. We zouden elkaar ontmoeten in een koffiehuis waar ze voortreffelijke milkshakes hadden. Niet ver van het postkantoor.

We waren euforisch. De hele nacht hadden we gedanst en chocoladetaart gegeten, en we hadden elkaar verteld wat we zouden doen als dit achter de rug was. Alleen Manuel jammerde: 'Ik heb nog nooit een overval gepleegd.' Connie zei dat dat voor ons allemaal gold en dat we zouden zien hoe makkelijk het was. Dat had Secundo ons beloofd. Zonder er bij na te denken, zouden we weten wat we moesten doen. Alles zou vanzelf gaan.

Het was een warme dag. Valentina zweette. Het liep in straaltjes langs haar wangen. Ze had een slechte huid. Nu in het zonlicht zag je pas goed hoe we eruit zagen. Slecht eten, een slechte huid, slechte schoenen, slechte gasten, een slecht paspoort, slechte fooien. Alles was slecht dat jaar. Misschien was de plek slecht, misschien waren wij slecht. Of slecht geweest. Maar we waren euforisch, op Manuel na. Iemand heeft eens gezegd dat er behalve de dood, schoonheid en extase niets is. Een merkwaardig rijtje. Ik weet niet of het waar is, of dat het volledige onzin is. De dood hoef je in ieder geval niet te zoeken. Die vind je in iedere plantenbak. Maar waar vind je die extase en die schoonheid?

Ik herinner me dat ik jaren geleden alweer een anonieme kaart kreeg waarop de volgende tekst stond: 'zachte voedende honingextracten'. Meer niet.

Ik schreef toen aan iedereen in mijn omgeving van wie ik dacht dat ze me die kaart hadden kunnen sturen, eveneens een anonieme kaart met de volgende tekst: 'In godsnaam, waar vind ik die zachte voedende honingextracten?' Niemand heeft mij ooit geantwoord, en tot op de dag van vandaag weet ik niet wie mij die kaart met honingextracten stuurde.

Nu weet ik niet wat voedende honingextracten zijn, ik weet niet eens precies wat ik me moet voorstellen bij een honingextract. Toch stel ik me voor dat wat voor die honingextracten geldt, ook voor schoonheid en extase geldt. Af en toe krijg je anonieme post die je aan het bestaan van die twee herinnert, maar als je dan met je vuist op tafel slaat en roept: 'In godsnaam, waar vind ik die extase?' Dan blijft het stil.

Dat de weg naar extase via het geslachtsdeel loopt, lijkt me plausibel. Maar van alles loopt via het geslachtsdeel, extase, schoonheid, dood, hoop op redding. Het lijkt wel een aanbod van de supermarkt, vier halen, een betalen.

Over mijn eigen geslachtsdeel kan ik kort zijn. Ik had het al maanden voor niets anders gebruikt dan om te plassen. Mijn terechte preoccupatie met geslachtsdelen, in alle soorten en maten, had ik laten varen. Niet omdat ik wijzer was geworden, maar omdat ik mij in het leger had geschaard van de berustenden. Niet berustend genoeg om weg te kwijnen, maar toch berustend. Zij die mij verweten dat ik was opgehouden met dromen, dat ik in rozijnen had gehandeld, dat ik ober was geworden, dat ik was verhuisd, maar toch uiteindelijk opgehouden was met dromen, misschien hadden zij gelijk. Ik berustte.

Overigens heb ik nooit gedacht dat het geslachtsdeel leeg en hol was, zoals wel eens wordt beweerd. Ik heb altijd vermoed dat als er redding bestaat op deze wereld, dat die redding via het geslachtsdeel loopt. Ik heb redding nooit met leegheid en holheid geassocieerd, maar met redding en redding kan niet leeg en hol zijn, anders zou het geen redding zijn. En hoewel ik dan wel berustte, had ik nog steeds het idee dat redding, als er zoiets bestond, via het geslachtsdeel moest lopen. Niet via God, al helemaal niet via Hem, niet via de ogen, niet via de mond, niet via de oren, niet via de neus, en ook niet via het denken. Denken kan veel, maar het geslachtsdeel kan meer. Dat moet voor velen een onaangenamde conclusie zijn, maar het lijkt me de enige juiste conclusie.

Eigenlijk zag ik het leven als een operatie, een geheime operatie. Iemand moest gered worden, maar waarom en hoe die redding er precies uitzag, dat was onduidelijk. Alleen dat er haast was, dat was zeker. Dat de geheime operatie waarschijnlijk niet zou lukken, ook dat was duidelijk, maar maakte misschien ook wel deel uit van de charme van de operatie. Toch wist ik zeker, en dat idee heeft me nog steeds niet verlaten, dat ik een geheim agent ben en dat alle andere mensen dat ook zijn, al is in de meeste gevallen onduidelijk voor wie wij werken.

Toen ik de geheime instructies die ik meestal per post ontving, ontcijferd had begreep ik dat alle redding via het geslachtsdeel loopt. Aangezien niemand mij geheime instructies stuurde, deed ik dat zelf. Soms stuurde ik mijzelf wel twee brieven per dag. Ik was er op gespitst of de postbode mijn geheime instructies las. Maar dat gebeurde nooit.

Ik had mij in dienst gesteld van mijn eigen geslachtsdeel en ging zelfs zo ver dat ik mij in dienst wilde stellen van alle geslachtsdelen. Het werd een fiasco. Het geslachtsdeel zat niet op mijn diensten te wachten.

Vermomd als rozijnenhandelaar, als ober en ik had nog wel wat vermommingen, heb ik mijn diensten toch nog gesleten. En de illusie gewekt van nuttigheid. Toch kon ik niet nalaten de mensen om mij heen te blijven bestuderen, in de hoop zo een andere geheim agent te ontmoeten die net als ik de codes van de schriftelijke instructies gebroken had en tot dezelfde conclusie was gekomen.

Hoe dichter we bij het koffiehuis kwamen, hoe stiller we allemaal werden.

Het kwam in mij op dat ik de geheime operatie die leven wordt genoemd, nog niet mocht afbreken, en mijn onderzoekingen moest voortzetten. Ik had wel eens gelezen dat er ook op overvallers geschoten werd die ongewapend waren. En hoewel dood, schoonheid en extase in één rijtje worden genoemd, zag ik opeens meer op tegen de dood, dan tegen schoonheid en extase.

Wat ongetwijfeld laf was, maar helaas wel waar.

En als ik zo om mij heen keek, was ik niet de enige die er zo over dacht.