Eerlijk is nog niet sympathiek

Cynthia Voigt: Kwaaie meiden. Vertaald uit het Engels door Nan Lenders. Lemniscaat, 223 blz. ƒ 28,50

Ze deinzen er niet voor terug om zichzelf te zijn, Mikey en Margalo, de twee twaalfjarigen die de hoofpersonen zijn van Kwaaie meiden van Cynthia Voigt. Ze hebben alletwee een achternaam die begint met een E zodat beider initialen M.E. luiden. Margalo schrijft dat als 'Me', Mikey als 'ME'. Dat verschil in schrijfwijze is ook een verschil in hun manier van optreden, al is de overeenkomst, de aandacht die ze voor zichzelf hebben, frappanter. Mikey probeert duidelijk te maken wie ze is door recht op haar doel af te stormen, waarbij ze zich niet ontziet om de vervelendste jongen van de klas geregeld een dreun op zijn neus te geven. Ze doet geen enkele moeite om in de smaak te vallen en ze valt dan ook bij de meeste kinderen inderdaad niet in de smaak. Bij een paar wel, omdat ze anders is, en oprecht, en heel goed in voetballen - beter dan die vervelende klier van een jongen.

Margalo is meer iemand die omzichtig te werk gaat. Ze verspreidt geruchten, heel achteloos, en geniet dan als ze een eigen leven gaan leiden. Ze ziet er heel gewoon en onschuldig uit, maar ze is onverschrokken en een stuk minder meegaand en braaf dan ze lijkt. Ze bevallen elkaar wel, Margalo en Mikey.

Het derde belangrijke personage is hun onderwijzeres, juf Chemsky. De strengste juf uit de wijde omtrek. Maar geen onredelijke juf. Eigenlijk wordt ze steeds geschikter naarmate het boek vordert, niet omdat ze haar strengheid of afgemetenheid laat varen, maar omdat steeds duidelijker wordt dat ze rechtvaardig is, en een goede onderwijzeres.

Kwaaie meiden gaat over hoe Margalo en Mikey echt vriendinnen worden, niet zomaar klasgenootjes die met elkaar praten, maar echte vriendinnen. Het boek speelt zich helemaal af in de klas. Nooit zien we één van beide meisjes buiten school. Die klas is, zoals elke klas, een eigen wereld, met liefdes, partijen en tegenstrijdige belangen. Het is ook een erg Amerikaanse klas. Ook los van de tamelijk stijve, veel te letterlijke vertaling, zou niemand kunnen denken dat dit zich in Nederland afspeelde. Dat is wel interessant om te zien, wat een andere cultuur er in een Amerikaanse schoolklas heerst - zelfs als je daar eventuele dichterlijke vrijheid en literaire overdrijving van aftrekt. De kinderen moeten veel meer in het openbaar zeggen, kunnen ook blijkbaar veel meer in het openbaar zeggen. Of misschien is het dat nog niet eens, maar is het de toon waarop ze dingen zeggen, zijn het al die huisgebakken koekjes die ze als 'tussendoortje' mee naar school hebben, zijn het de verplichte activiteiten of de keurige manier waarop verkiezingen voor een klassevertegenwoordiger worden georganiseerd, compleet met kandidaatstelling en toespraken - het is iets, in ieder geval, iets Amerikaans en niet Nederlands wat dit verhaal extra aantrekkingkracht geeft.

Cynthia Voigt is hier bekend en gewaardeerd door haar Tillerman-trilogie, die uitgegeven wordt door uitgeverij Querido. Ze geeft ook uit bij Lemniscaat, en die boeken van haar zijn om zo te zeggen 'andere' boeken. Lemniscaat is een uitgeverij die zich al in de jaren zeventig toelegde op 'probleemboeken' en hoewel dat niet het enige genre is dat daar verschijnt lijkt de keuze om iets uit te geven bij die uitgeverij sterker bepaald door maatschappelijke betrokkenheid, realisme, levensechtheid en dergelijke dan door specifiek literaire kwaliteiten. Kwaaie meiden is - integenstelling tot Voigts vorige boek bij Lemniscaat, dat over incest ging - geen probleemboek, al gaat het weer over tamelijk lastige types. Het is een opgewekt schoolboek dat realistisch wil zijn, dat dingen wil zeggen over hoe mensen en dus ook kinderen, zijn. Literair is het niet onaardig, maar is er ook weer niet geweldig veel aan te beleven. Een lekker leesboek, van een intelligente schrijfster die haar personages eerlijk wil laten zijn over zichzelf, ook als dat ze niet erg veel sympathieker maakt.

Het is jammer van die vertaling, van uitroepen als 'geloof het of niet', waar wij zeggen 'niet te geloven', of waarin iemand wil 'bewijzen hoe geweldig hij is', in plaats van dat hij wil 'laten zien hoe geweldig', waarin adjectieven net verkeerd gekozen zijn: 'de perfecte naam voor een kat' en waarin de melodie van zinnen net zo ondefinieerbaar on-nederlands is als de sfeer in de klas van juffrouw Chemsky.