Een ontmoeting met filmster Isabella Rossellini; Mère fatale

Filmster Isabella Rossellini speelt een orthodox-joodse vrouw in het regiedebuut van Jeroen Krabbé. “De belangrijkste reden dat ik aan 'Left Luggage' meedoe, is Jer-roen,” zegt ze. Ze zit in een vormeloos trainingspak in een caravan in Antwerpen. En ze is prachtig.

'Left Luggage' gaat voorjaar 1998 in première. 'The Funeral' is vanaf volgende week te zien in 9 bioscopen; 'Big Night' draait in Amersfoort, Amsterdam, Hilversum en Maastricht. De films van David Lynch zijn te huur bij de videotheek. Deze maand verschenen bij uitgeverij Random House de mémoires van Isabella Rossellini, onder de titel 'Some of Me' (184 blz., ƒ 65,60). 'Twee koffers vol' van Carl Friedman is uitgegeven bij Van Oorschot (168 blz, ƒ 27,50).

De verveloze hal van het Antwerpse appartementsgebouw staat vol met lampen en opname-apparatuur. Op de resterende vierkante decimeters lopen de leden van de filmploeg elkaar in de weg. Onder het vaderlijk oog van de regisseur houden sommigen zich bezig met het uitlichten van de vooroorlogse, van imposant traliewerk voorziene lift, die een belangrijke rol in het draaiboek speelt. We zijn nog ongeveer een uur verwijderd van take one, en de stemming is landerig.

Dit is de set van Left Luggage, de film die Jeroen Krabbé maakt naar Carl Friedmans novelle Twee koffers vol (1993), over een joodse studente in het Antwerpen van de vroege jaren zeventig. Het ambitieuze project, met een budget van naar schatting zeven miljoen gulden, is Krabbés speelfilmregiedebuut. Nog opmerkelijker - en nog bevorderlijker voor de voorpubliciteit - is het meespelen van een Echte Amerikaanse Filmster: Isabella Rossellini, het voormalige fotomodel dat beroemd werd door twee films van David Lynch (Blue Velvet, 1986 en Wild at Heart, 1990) en daarna onder meer schitterde in Peter Weirs Fearless, Stanley Tucci's Big Night en Abel Ferrara's The Funeral.

Anders dan haar jonge tegenspeelster Laura Fraser ('de nieuwe Audrey Hepburn' volgens de regisseur) is Rossellini nog niet op de set gearriveerd. Dat is geen kwestie van sterallures, haast Krabbé zich te zeggen. “Isabella is stand-by in een trailer om de hoek; ze wacht op ons teken om naar de make-up te gaan.” Waarna de regisseur - die ter gelegenheid van zijn eigen rol als orthodox-joodse pater familias een baard heeft laten staan - omstandig de beminnelijkheid en professionaliteit van zijn actrice roemt. “Ik ken Isabella van Robert Redfords Sundance Institute, waar we als acteurs meewerkten aan een workshop voor jonge regisseurs; vier jaar geleden speelden we samen in Immortal Beloved, de Beethovenfilm van Bernard Rose. Toen ik de plannen voor Left Luggage ontwikkelde, was ze de eerste die ik vroeg. Terecht, blijkt nu, want hoewel haar rol bescheiden is, inspireert ze iedereen op de set. We zullen haar missen als ze morgen weggaat. Isabella is een droom.”

Een kwartier later, wanneer Rossellini in afwachting van haar grimeerbeurt alvast een paar vragen in haar caravan beantwoordt, blijkt dat de warme gevoelens wederzijds zijn. “De belangrijkste reden dat ik aan Left Luggage meedoe, is Jer-roen,” zegt de actrice met een even zwaar als charmant Italiaans accent. “Hij liet me het boek van Carl Friedman lezen, en hoewel ik het erg goed vond, zag ik mezelf totaal niet in de rol van de orthodox-joodse mevrouw Kalman. Ik zei nee, maar in de drie jaar die het duurde om de financiering van de film rond te krijgen, heeft Jeroen me langzaam weten over te halen. Ik kon de verleiding niet weerstaan om nog een keer met hem werken.”

Lancôme

De in 1952 geboren Isabella Rossellini - dochter van Ingrid Bergman uit haar controversiële (want tweede) huwelijk met de Italiaanse regisseur Roberto Rossellini - is een actrice met een late roeping. Haar Amerikaanse filmcarrière begon op een moment dat die van veel vrouwelijke sterren ten einde loopt. Toen David Lynch haar vroeg voor Blue Velvet, was ze 33 en bekend als het gezicht van het cosmeticamerk Lancôme. Haar opwindende rol als de mishandelde, masochistische zangeres Dorothy Vallens, ver verwijderd van haar imago als serene schoonheid, maakte Rossellini tot een cultster met commerciële aantrekkingskracht. Sindsdien speelde ze afwisselend in auteursfilms en Hollywoodprodukten, soms als echtgenote of moeder (Fearless, The Funeral), maar meestal als femme fatale. In Wild at Heart is ze de louche verleidster Perdita Durango, en in Big Night speelt ze de trouweloze maîtresse tegen wier sex appeal zelfs de voluptueuze Minnie Driver het moet afleggen.

In het armoedige caravannetje, geparkeerd in de stromende regen van een Antwerpse lentedag, is de filmster Isabella Rossellini bijna onherkenbaar. Haar zwarte haar is kortgeknipt, en ze is gekleed in een hobbezakkig trainingspak met niet bijpassende gymschoenen. Alleen haar gezicht, een donkere uitvoering van dat van Ingrid Bergman, is prachtig. Zelfs de wallen onder haar ogen - nooit gefacelift en volgens velen de belangrijkste reden dat Lancôme haar na 14 jaar in 1994 als model afdankte - zijn op een mooie manier intrigerend. Met haar rattekopje en haar tijdloze gezicht doet Rossellini denken aan het ideaalbeeld van Jeanne d'Arc, al zal die associatie ook komen doordat de stills van haar moeder als Maagd van Orléans (in Joan of Arc, 1948) op het netvlies staan.

Nadat Rossellini heeft uitgelegd dat haar korte haar handig is bij het dragen van een 'sjeitel', de verplichte hoofdbedekking voor orthodox-joodse vrouwen, vertelt ze waarom ze aanvankelijk weinig voelde voor een rol in Left Luggage. “Het was niet dat ik als rooms-katholiek geen joodse moeder zou kunnen spelen. Maar voor een chassidische jood, het produkt van een gesloten cultuur met zeer strenge gedragsregels, achtte ik mezelf ongeschikt. Natuurlijk is het de taak van een acteur om zich perfect in te leven, maar ik was bang dat mijn lichaamstaal me zou verraden, en dat ik de orthodox-joodse gemeenschap zou kwetsen. Jeroen heeft me niet alleen verzekerd dat ik het kon, maar ook voorzien van studiemateriaal: antropologische essays en het boek The Romance Reader van Pearl Abraham, dat een chassidische jeugd in New York beschrijft. Voor de kleine details kan ik op de set raad vragen aan een expert; hij corrigeert me als ik me verkeerd beweeg of fouten maak in mijn jiddische teksten. Alles luistert nauw: wijzen met je vinger is taboe, maar ook sommige manieren van kijken. Het lastigst zijn de gezongen Hebreeuwse gebeden: je bidt heel persoonlijk in je eigen ritme, en toch is er een uniforme chassidische manier.”

Kindermeisje

Twee koffers vol van Carl Friedman (wier debuut Tralievader eerder voor televisie verfilmd werd door Danniel Danniel) is het verhaal van de niet-religieuze filosofiestudente Chaja, de dochter van twee arme Holocaust-overlevenden die als kindermeisje gaat werken bij een chassidische familie. “Het is een coming of age story die voor de verandering niet seksueel maar cultureel-intellectueel gekleurd is,” zegt Rossellini. “Chaja is volledig geassimileerd in het Antwerpse leven, maar door haar werk bij de familie Kalman wordt ze zich bewust van haar joodse identiteit en probeert ze antwoord te krijgen op de vraag wat het betekent om joods te zijn.

“Daarnaast gaat Left Luggage over de nog steeds doorwerkende effecten van de jodenvervolging, en over de joodse burgers van Antwerpen, die na de Tweede Wereldoorlog op elkaar waren aangewezen, en twintig jaar later begonnen te beseffen hoezeer ze van elkaar verschilden. Af en toe heeft het boek iets van een filosofische verhandeling. Geen wonder dat de scenarist nogal wat aan het script heeft toegevoegd. In een film moet reflectie nu eenmaal vertaald worden in actie.

“Net als Chaja maakt mijn personage, mevrouw Kalman, een verandering door. In het begin van de film is ze een stugge, harde vrouw, die gedwongen is om een allesbehalve rechtleers joods meisje als babysit voor haar vijf kinderen aan te stellen. Maar Chaja verovert haar hart, vooral door de manier waarop ze omgaat met het buitenbeentje van de familie, de kleine Simcha. Uiteindelijk ontdooit ze en zal ze Chaja zelfs als vriendin en lid van de familie verwelkomen, tegen de wil van haar strenge echtgenoot in.”

Als Rossellini vertelt hoe moeilijk het was om de psychologische ontwikkeling van mevrouw Kalman voor het voetlicht te brengen (“temeer daar de verschillende scènes niet chronologisch worden opgenomen”), wordt ze door haar Italiaanse assistente naar het kleedlokaal geroepen. Rossellini verontschuldigt zich, en belooft het interview straks af te maken. “Lang zal het niet duren, het is een eenvoudige scène.”

Routiniers

Anderhalf uur later, na een stuk of tien takes die volgens Jeroen Krabbé moeten resulteren in “driekwart seconde film”, zijn we weer terug in het zithoekje van de caravan. Allereerst een onvermijdelijke vraag: hoe verschilt de debuterende Krabbé als regisseur van routiniers als Weir en Lynch?

Rossellini: “Ik begrijp dat Jeroen in Nederland wordt beschouwd als een beginner, maar dat is behoorlijk kortzichtig. Anders dan bijvoorbeeld Stanley Tucci, die in Big Night voor het eerst regisseerde, heeft Jeroen ruime ervaring met regiewerk voor theater en zelfs televisie, terwijl hij als schilder geschoold is in het visualiseren van scènes. Daarbij heeft Jeroen zijn halve leven voor de camera gestaan, wat hem een voorsprong geeft op niet acterende regiseurs. Het is heerlijk om als acteur onder een regisseur te werken die precies weet wat je doormaakt, die je ijdelheden en je irritaties aanvoelt.”

Rossellini onderstreept dat het voor haar bij deze film ook belangrijk was dat Krabbé, net als de scenarist (Edwin de Vries) en vele andere betrokkenen bij Left Luggage, een joodse achtergrond had, zodat ze zich gesteund voelde bij het inleven. Ik vraag haar of ze zich tijdens het filmen identificeerde met haar personage, of er veel Rossellini in Kalman zit.

“Natuurlijk zou ik kunnen zeggen dat ik net als mevrouw Kalman vaak op mijn vooroordelen heb moeten terugkomen. Maar dat is filmsterrenpraat. Ik weet dat er veel acteurs zijn die het liefst rollen spelen die dicht bij hun eigen persoonlijkheid liggen, die zichzelf zoeken in een bepaalde rol. Zo ben ik niet. Ik wil anderen dan mezelf spelen. Hoe vreemder en verder weg hoe beter.”

Als ik opmerk dat ze dan weinig gelukkig zal zijn met het feit dat ze als halve Italiaanse meestal in stereotiepe 'rollen met een accent' gecast wordt, antwoordt Rossellini dat ze zich juist op exotische nationaliteiten toelegt om te ontkomen aan stereotypering. “Italiaans is mijn eerste taal; mijn accent kan ik niet verdoezelen, al zou ik het willen. Taal legt je wortels bloot. Hoe hard ik ook studeer, ik zal geen Amerikaan ooit kunnen laten geloven dat ik uit Kansas of New York kom; en als Engelse ben ik alleen geloofwaardig als erbij verteld wordt dat ik ben opgegroeid in Canada of Kenia, als ambassadeursdochter of zo. En dus heb ik me gespecialiseerd in buitenlandse accenten, anders zou ik altijd een Italiaanse of een Italo-Amerikaanse moeten spelen.”

Rossellini geeft toe dat er omgekeerd wel veel Engelse en Amerikaanse acteurs zijn die wegkomen met een aangeleerd Italiaans accent. De Brit Ian Holm, als Italiaanse uitbater van een goedkope pizzeria een van haar tegenspelers in Big Night, is een goed voorbeeld. “Ian was verbluffend, in meer dan één opzicht. Toen ik het script las had ik een duidelijk beeld voor ogen van zijn personage: Pascal moest een dikke, vulgaire Italo-Amerikaan zijn - een mafiatype van dertien in een dozijn. Ian werd op het laatste moment gecast, en ik moet toegeven dat ik aanvankelijk sceptisch was over dat kleine mannetje wiens big babe ik moest spelen. Maar hij was vanaf zijn eerste dialoog overtuigend als de boerenslimme proleet, en ik was weer een vooroordeel armer.”

Opnieuw stapt de assistente van Rossellini de caravan binnen. Dit keer om de lunch te brengen - een vreugdeloos plastic bakje met “iets dat op curry lijkt”. Rossellini maakt nog geen aanstalten om te gaan eten, en neemt de tijd om een laatste vraag te beantwoorden. Heeft ze, na rollen in achtereenvolgens Big Night, The Funeral en Left Luggage, haar hart definitief verpand aan de niet-commerciële cinema?

Onafhankelijk

“Ik hou van independent movies. Misschien is het een erfenis van mijn vader, die groot is geworden als onafhankelijk filmer. Ik zou het liefst altijd films maken met auteurs die hun eigen scenario's schrijven. De rollen zijn per definitie interessanter. Commerciële Hollywoodfilms zijn negen van de tien keer clichéproducten; er staat veel geld op het spel, dus er moet gevarieerd worden op eerdere successen. Zelfs de veelzijdigste acteur ontkomt er dan niet aan om dingen te doen die al eerder zijn gedaan.

“Als je te veel in kleine films speelt, schaad je je carrière. Vraag het maar aan mijn manager. Maar er is ook nog een ander bezwaar aan verbonden. Wie alleen maar in independent movies speelt, verliest zijn waarde voor beginnende, arme filmmakers. Indies hebben acteurs van een zekere faam nodig om geldschieters te werven voor hun producties. Geen grote sterren, want die kunnen ze niet betalen, maar bekende acteurs die ze kunnen opnemen in een casting cocktail. Neem Left Luggage: als alleen mijn naam eraan verbonden was, zou de film nooit van de grond zijn gekomen; maar in combinatie met die van Jeroen en Maximilian Schell werkt het wel. En dus blijf ik in commerciële films spelen zolang ik gevraagd word. Al was het alleen maar om mijn naam tintelend genoeg te houden voor een cocktail.”