Een aap in aapskleren

Will Self: Great Apes. Bloomsbury, 404 blz. ƒ 62,50

My idea of funx heette de eerste roman (1993) van de Engelse schrijver Will Self. 'Dat vind ik nou lollig.' Zijn idee van een grap spoot, droop en klotste van elke pagina: ranzige seks, zinloos geweld, waardeloze drugs, slechte nachtclubs en veel onderbroekenlol. Grote opwinding natuurlijk in Engeland, tightass-capitol of the world - de verontwaarding van Engelsen gaat altijd gelijk op met hun verslaving aan de allerplatste gein. Self was op slag een media-ikoon, een status die tijdens de laatste verkiezingen, die de inmiddels 37-jarige schrijver zou verslaan voor The Observer, nog een aardige impuls kreeg toen hij in John Majors campagnevliegtuig heroïne rokend van het toilet werd gehaald. (Bestaat privacy nergens meer?)

Een flauwe grap, dat is ook het idee achter Selfs nieuwste roman: stel je eens voor dat niet mensen, maar chimpansees de evolutionaire race gewonnen hadden. In Great Apes is de wereld onderworpen aan 'Chimp Rule'. Dat verandert weinig aan het decor: het boek speelt zich grotendeels af in het groezelige Soho van de trendy clubs met hun kliekjes van conceptuele kunstenaars, parasiterende cokevamps, galeriehouders en junkies dat Self vorig jaar nog beschreef in de novelle My Sweet Psychosis en dat je zo op kunt zoeken in Wardour Street. Alleen zijn de figuranten nu geen mensen maar apen.

Simon Dykes, een van die kunstenaars, begint nog gewoon als mens. Maar op een ochtend wordt hij wakker in dat parallelle universum waar chimpansees de wereld runnen - als aap. Zijn vriendin, zijn ex-vrouw, zijn zoontjes, de psychiaters van de crisis-inrichting waar hij wordt opgenomen - met een 'psychose': tot afgrijzen en verbijstering van zijn omgeving denkt hij van de ene dag op de andere dat hij een 'mens' is - ook zij zijn allemaal apen.

Dat gegeven geeft Self de kans om flink uit te pakken. Simon is net als Alice door een spiegel gestapt, maar het contrast van de normen en waarden met de onze gaat in deze spiegelwereld wat verder dan in Wonderland. Het beschavingsproces heeft zich niet helemaal naar de letter van Elias voltrokken. Weliswaar staat heel Londen er gewoon in al zijn historische pracht en verval, wordt er thee gedronken uit Wedgewood en loopt men rond in jasjes van Paul Smith en ondergoed van Bella Freud - er wordt ook gemept, gekrabt, gepiest en gecopuleerd dat het een lust is. Seks is in deze wereld even gewoon als eten - en monogamie een kwestie van zeer slechte smaak - en zoals de stad bij ons een uitgestrekte snackbar kan lijken zo is dit Londen een grote kluwen van parende apen.

Hun positie in de hiërarchie houden de chimps met een kletsende lel hier en daar overzichtelijk voor hun omgeving: kinderen, personeel, collegas. Ook de gebruiken rond de lichaamssappen en andere fysieke afscheidingsprodukten wijken wat af van de onze. Self heeft merkbaar plezier in zijn sappig-grove vondsten, het meest waarschijnlijk in de zelfhulpgroep voor meisjes die in hun jeugd door hun ouders 'misbruikt' zijn, zoals de arme Sarah, die een traumatisch gebrek aan 'geruststellende, vaderlijke penetratie' heeft gehad in haar puberteit, met alle kwalijke gevolgen voor het zelfbeeld van dien.

Het schrijfplezier straalt ook af van personages als de ijdele antipsychiater Zack Busner die zich opwerpt als Simons behandelend geneesheer, een geestig portret van Oliver Sacks, compleet met zijn huis in het Wassenaar van de Londense linksige elite Hampstead, of Raymond Hamble, een bizarre, blowende naturalist - wat dat ook mag zijn - een sympathieke karikatuur van de reisschrijver Redmond O' Hanlon. De kunstenaarskliek met zijn verveelde gehang,gesnuif en valse maniertjes om de kantoortypes van de eigen 'shiny happy people' te scheiden, is met zoveel venijn neergezet dat er ongetwijfeld op dit moment een aantal mensen rondloopt dat zich zwaar genomen voelt. De performances van het centrale duo van de kliek worden door een buitenstaander 'toiletkunst' genoemd: 'Iedereen heeft zulke ideeën wel eens op de plee, maar je moet wel een volslagen idioot zijn om je kont af te vegen, op te staan en ze ook echt uit te voeren.'

Maar er is ook een serieuzere laag. Simons 'val door de spiegel' komt niet uit de lucht vallen, er zijn talloze verwijzingen naar een diepere betekenis. Het stadsleven, het nachtleven en de drugs gaven hem het gevoel van een personage in Fritz Langs film Metropolis: een radertje in een machine, een mier. Voor de metamorfose klaagt hij over een 'verlies van perspectief', het gevoel vervreemd te zijn van zijn lichaam en zijn bestaan, gesymboliseerd door de scheiding van zijn kinderen na de breuk met zijn vrouw. Hij werkt aan een serie schilderijen van groepen mensen blootgesteld aan extreem geweld: een vliegramp, de brand in de Londense metro, een uitbarsting van Ebola in een Ikea-filiaal - portretten van het menselijk lichaam in al zijn hedendaagse onwerkelijkheid, 'lichamen verstoord en verwrongen door de metropolis'. Zelfs als hij de liefde bedrijft voelt hij zich een toeschouwer: 'Hij kon zijn ongeloof in de daad, in het medium van het lichaam, niet langer van zich af zetten.'

Als aap krijgt hij te maken met een heel nieuw soort lichamelijkheid. Chimpansees staan meer 'in contact met hun lichaam, ze schamen zich niet voor hun behoefte aan seks, agressie, affectie en geborgenheid. Mensen zien ze als harkerige, zombie-achtige beesten. Simons metamorfose tot aap is een wanhoopsreactie op het gekunstelde leven in de menselijke stad. Door hem te bevolken met apen wordt belachelijk duidelijk hoe onnatuurlijk die wereld is. Dat de apen ondanks hun grotere lichamelijkheid toch precies dezelfde metropool gebouwd hebben staat voor.. eh... Hmmm.

Stel je voor dat niet mensen maar chimpansees de evolutionaire race hadden gewonnen, misschien is het toch gewoon zo'n idee dat we allemaal op het toilet wel eens hebben. God lof voor bijdehante idioten als Self die opstaan, de heroïne-joint uitdrukken, en er vierhonderd pagina's van deze vrolijke kolder uit slaan.