De courantier van de Wibautstraat

Gerard Mulder: Wim van Norden. Portret van een courantier. Meulenhoff, 135 blz. ƒ 26,90

Ergens in zijn biografische schets van de vroegere Parooldirecteur Wim van Norden, laat Gerard Mulder op de voor loonslaven enige feestdag in de maand een administrateur van Het Parool de Amsterdamse Wibautstraat oversteken, op weg naar het gebouw van de Volkskrant aan de overzijde. Het tafereel speelt zich af in de dagen van het loonzakje, omstreeks 1970. Mulder beschrijft het in de woorden van een Volkskrant-redacteur op wie het een onuitwisbare indruk maakte doordat de Parool-administrateur 'de loonzakjes voor de Volkskrant torsend in een doos onder de arm' naar de overkant bracht. Wie het nu in zijn hoofd haalt de Wibautstraat te voet over te steken heeft maar een kans van één op tien om heelhuids de overkant te halen. Maar in 1970 kon een salarisloper in Amsterdam op klaarlichte dag nog doodgemoedereerd met een doos onder de arm een hoofdverkeersweg oversteken - zonder gevaar voor beroving!

Op grond van die ene geïsoleerde regel zou je kunnen denken: Arcadië aan de Amstel. Land van vrede en onschuld. Maar wie de geschiedenis van de Perscombinatie kent, weet wel beter. Gerard Mulder beschrijft geen idylle, maar een stammenstrijd in de vaderlandse krantenwereld die het best getypeerd kan worden als Belfast aan de Amstel. De Wibautstraat heeft wel wat weg van Falls Road, de demarcatielijn die de protestanten van de katholieken in de Noordierse hoofdstad scheidt.

Die metafoor typeert niet meer dan de wordingsgeschiedenis. De Perscombinatie is intussen een volledig geïntegreerde onderneming, waarin de bloedgroepen van het eerste uur (c.q. de katholieke vakbondscultuur van de Volkskrant en de vrijzinnige mentaliteit van Het Parool) elkaar niet meer naar het leven staan. Maar vijfentwintig jaar geleden gaven de redacteuren van beide kranten over en weer nog ongeremd toe aan hun sektarische vijandschap. De Volkskrant-redacteuren verwelkomden de man met de loonzakjes niet met gejuich, maar tandenknarsend, omdat hij 'van de overzijde' kwam: van Het Parool, waar de gemeenschappelijke loonadministratie zetelde. 'Welk een vernedering voor het ochtendblad: afhankelijk te zijn van Het Parool!' (Mulder). En na terugkomst uit café Hesp (waar ook de broodschrijvers van de Volkskrant hun inspiratie opdeden) brulde Parool-redactiechef Bob Steinmetz wel eens voor het gebouw van de Volkskrant: 'En voor die papen moeten wij het geld verdienen!'

In de eerste jaren van de Perscombinatie koesterden ze bij de Volkskrant de soms paranoïde vormen aannemende argwaan dat de fusie een valstrik was, die Parool-directeur drs Wim van Norden had uitgezet om de Volkskrant over te nemen. Bij Het Parool (in de jaren zestig nog steenrijk) vreesden ze op hun beurt het gelag te moeten betalen voor de redding van die armlastige 'papenkrant'. Bij Het Parool was Van Norden op dat moment de enige die geloofde in de potentie van de verliesgevende (toen nog) katholieke ochtendkrant. Hoewel hij in wezen niet veel voor het antipapisme van Steinmetz c.s. onderdeed (maar daar zijn beleid niet door liet bepalen) begreep hij, volgens Mulder, de Volkskrant als journalistiek product heel goed en baseerde hij zijn groeiverwachting op een sociologische visie die goeddeels zou uitkomen. In het midden van de jaren zestig voorzag hij al dat de Volkskrant op termijn zou gaan profiteren van de democratisering van het onderwijs en door haar sterke vereenzelviging met de progressieve politiek onder studenten sterk aan populariteit zou winnen.

Mulder noemt Van Norden op grond van betoonde visie en vasthoudendheid een groot courantier, een van de grootste van de twintigste eeuw. Dat is niet onterecht. Van Norden heeft een onderneming gecreëerd die is uitgegroeid tot de grootste uitgeverij van dagbladen in Nederland en sinds de oorlog (waarin hij tot de hoofdfiguren van het illegale Parool behoorde) is hij met grote overtuigingskracht opgekomen voor de pluriformiteit van de pers in Nederland. Aan zijn ijveren op dat front hebben de Nederlandse kranten niet alleen het Bedrijfsfonds voor de Pers, maar ook het compensatiefonds van de Ster te danken, twee steunmiddelen die hij als voorzitter van de vereniging Nederlandse Dagblad Pers in de wacht sleepte.

Gerard Mulder doet geen moeite zijn bewondering voor Van Nordens intellectuele kwaliteiten te verbergen, maar dat heeft hem niet verleid tot partijdigheid. In mooi en lenig proza schetst hij Van Norden met schoonheidsvlekken en al: in al zijn eigenzinnigheid, zijn intellectualisme, zijn emotionele geslotenheid, zijn geringe communicatieve vaardigheid en zijn ongeduld met de minder kwieken van geest. Maar Mulder neemt hem ook in bescherming tegen onverdiende kritiek. De sobere, uit socialistische geheelonthouderstraditie afkomstige Van Norden heeft zijn leven lang moeten horen dat hij tot in pietluttigheden op de penning was. Mulder stelt daar tegenover: niet minder voor zichzelf. Van Norden zag als directeur voor zichzelf af van winstdeling en kerstgratificatie. Mulder documenteert dat ook en voegt er nog iets aan toe: in 1970, toen Van Norden 25 jaar bij Het Parool was, weigerde hij de gebruikelijke jubileumuitkering, zich op het standpunt stellend dat hij niet kon besluiten zichzelf een extra maand salaris te geven. In zijn soberheid was hij ook consequent tegenover het Stichtingbestuur van de krant: hij verzette zich met succes tegen voorstellen om de oprichters van krant en stichting te bedenken met een oprichtersaandeel. En ook in zijn bijbanen maakte hij op dat principe geen uitzondering. Het honorarium dat hij verdiende met het bestuursvoorzitterschap van het Academisch Medisch Centrum - de bestbetaalde bijbaan uit zijn loopbaan, groot een ton per jaar - stortte hij terug in de kas van de Perscombinatie.

De reconstructie die Mulder geeft van de machtsstrijd in de top van dePerscombinatie na de (kortstondige) toetreding van de Arbeiderspers (uitgeefster van Het Vrije Volk) is kort maar grondig. Het is een van de kleurrijkste hoofdstukken uit het boek over een van de minst geslaagde episodes uit het leven van Van Norden, die hem bijna de kop kost. De raad van commissarissen heeft zijn oren al laten hangen naar een organisatiebureau, dat onder leiding van een professorale 'kletsmajoor' het personeel met omstreden gesprekstechnieken tegen Van Norden heeft uitgespeeld. Maar Van Norden wordt gered door een Parool-redacteur (S. Korteweg), die in de ondernemingsraad de vloer aanveegt met het voor Van Norden negatieve rapport van het organisatiebureau. Van Norden blijft gehandhaafd en Korteweg wordt beloond met een post in de directie!

Van Norden heeft echter nog lang niet afgedaan. In naam verdwijnt hij enkele jaren later wel naar de achtergrond, maar in feite trekt hij in het machtige, over vermogen en eigendomsaandelen beschikkende stichtingsbestuur van Het Parool nog even stevig aan de touwtjes als in zijn vroegere positie. In 1984 komt hij met een nieuwe eigendomsconstructie voor de Perscombinatie voor de dag, die vriend en vijand, maar vooral de redactie van Het Parool, verrast en voorgoed de tegenstellingen wegneemt die de samenwerking tussen de besturen van de Volkskrant, Het Parool en het later erbijgekomen Trouw jarenlang hebben overschaduwd. De Stichting Het Parool koopt bijna alle aandelen Perscombinatie op en geeft vervolgens de zeggenschap erover uit handen. Het beheer hierover wordt gevoerd door een administratiekantoor, waarover de drie bloedgroepen van de Perscombinatie op paritaire basis het bestuur voeren. Voor de Volkskrant, die er altijd de smoor over in gehad heeft dat Het Parool een overwegend meerderheidsbelang in de onderneming had, is deze grootmoedigheid bijna niet te vatten. Ze geeft op slag haar argwaan prijs en de inmiddels gepensioneerde hoofdredacteur Jan van der Pluijm schrijft Van Norden op jubeltoon: 'Dit is een fantastische ontwikkeling. Het is een gebaar van de Paroolgroep van een grootheid zoals we die vanuit de historie kennen'. Van der Pluijm, schrijft Mulder, onderkende dat Van Norden het belang van de onderneming zwaarder liet wegen dan de historische zeggenschap van de Stichting Het Parool. De redactie van Het Parool dacht daar minder opgetogen over. Zij besefte maar al te goed dat de krant in de nieuwe machtsverhoudingen nooit meer aan het langste eind zou trekken.