Blueprint

Blueprint, met Fiona Banner, Uta Barth, Pierre Bismuth, Joseph Grigely, Claude Heath, David Shrigley, Hiroshi Sugimoto en Erik Weeda. De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u. T/m 17 augustus.

Op het eerste gezicht lijkt het een gewoon tuinstel, sterker nog: het is een gewoon tuinstel, maar dan gebruikt op zijn Amerikaans. Dus staat het vol met blikjes Budweiser-bier, er liggen plastic bordjes met druiven- en kersenpitten, een roze zonnehoed hangt over een van de stoelen en er staan felgekleurde plastic tuinfakkels. Conversations at Sutton Pond van Joseph Grigely zou de zoveelste 'slices of life'-installatie kunnen zijn als er tussen de etensresten niet wat potloden en briefjes zouden liggen: 'Now we're talking about NJ's Haagen Daaz' staat er op eentje. Pas als je de soortgelijke velletjes op de muur gaat lezen begrijp je wat er aan de hand is: Grigeley is doof en zijn kunst gaat over zijn doofheid. Het gevaar dat zijn werk daardoor nogal therapeutisch wordt ligt op de loer, maar daar weet hij het makkelijk bovenuit te tillen. In korte anecdotes, getoond in zwarte lijstjes schrijft hij over problemen als liplezen in het buitenland, of het feit dat mensen gewoon doorpraten als hij ze niet kan zien. Daardoor gaat het al snel over taal, over communicatie, geluid - en vooral over de afwezigheid daarvan.De tentoonstelling Blueprint in De Appel in Amsterdam gaat officieel over 'verbeelding' maar wie er even rondloopt merkt al snel dat 'afwezigheid' of 'verwijdering' veel belangrijker zijn. Dat zie je aan de bewust vage foto's van Uta Barth, die ironisch genoeg vooral doen denken aan sommige vaag-realistische schilderijen van Gerhard Richter, of de geluidswerken van Erik Weeda. Weeda maakt geluidsopnamen van 'straatscènes': je hoort iemand bidden, of je hoort eerst wat vogels fluiten en vervolgens een brommer starten.Je denkt de beelden er onmiddellijk bij, maar Weeda leunt daarbij wel erg gemakkelijk op ouderwetse hoorspel-technieken.

Fascinerender is het werk van David Shrigley: hij toont zelfgekrabbelde teksten, kleine beelden (een forse, plastic walnoot) maar ook foto's van briefjes, meestal aan bomen of lantarenpalen, waarmee bedroefde eigenaars normaal hun zoekgeraakte katten opsporen. Shrigley fotografeert een briefje over een zoekgeraakte duif, of de mededeling dat de lezer van het briefje bespied wordt en gefotografeerd - hoe simpel dat ook lijkt, het ziet er unheimisch uit, vooral door het kleine kleien maskertje boven het schrijfsel dat allerlei voodoo-rituelen suggereert.

De intrigerendste verbeelding van de leegte op Blueprint vind ik de foto's van de Japanse-Amerikaan Hiroshi Sugimoto. Hij fotografeerde in zwart-wit in Amerika een reeks lege filmdoeken, zowel van drive-in bioscopen als gewone. Een prachtig gezicht is het, die reeks van enorme witte vlakken, die iets krijgen van rechthoekige ufo's. Het kleine beetje omgeving dat je nog ziet - bomen, bioscoopstoelen - wordt er automatisch omlijsting door, decor, dat wegvalt tegen de overweldigende witheid. Bij Sugimoto schreeuwt de leegte even luid om aandacht.