Bezige Bij naar de Weekbladpers

AMSTERDAM, 27 JUNI. Uitgeverij De Bezige Bij, de laatste grote zelfstandige literaire uitgeverij in Nederland, wordt overgenomen door de Weekbladpers. 'De Bij' geeft daarmee haar zelfstandigheid op en komt terecht in hetzelfde bedrijf als de uitgeverijen Querido, De Arbeiderspers en Nijgh & Van Ditmar. Dat heeft Albert Voster, directeur van De Bezige Bij, vanochtend bekendgemaakt.

De overeenkomst tussen de Weekbladpers, dat ook tijdschriften als Vrij Nederland, Opzij en Voetbal International uitgeeft, en De Bezige Bij werd vorige week vrijdag getekend, na ruim drie maanden onderhandelen. Er verdwijnen geen arbeidsplaatsen.

De leden van de uitgeverij, die tot nu toe functioneerde als een zelfstandige schrijverscoöperatie, zijn gisteravond ingelicht over de plannen. Volgens schrijver Leon de Winter is daarbij 'begripvol' gereageerd. “Het was duidelijk dat De Bij zich in haar eentje niet meer staande kon houden. We hebben veel gehoord over inkoopmarges en bedrijfsstrategieën en daaruit bleek wel dat deze overname onvermijdelijk was. Er vielen de hele avond veel scheepstermen: 'woelige baren', 'de bakens verzetten' enzo, en dat gaf de sfeer wel weer: die was vastberaden en begripvol.”

Schrijver Jan Wolkers, niet op de vergadering aanwezig: “Ik ben op de hoogte gesteld, maar zoals u misschien weet ben ik niet zo gesteld op zulke bijeenkomsten. De directeur weet hoe ik er over denk: al die fusies, die maar tot grotere lichamen leiden, dat kan nooit goed zijn. Je moet ook geen twee koeien in één veewagen zetten, dat geeft maar ruzie. Aan de andere kant: er zijn heel wat onvriendelijker bedrijven denkbaar waardoor we hadden kunnen worden overgenomen, dus in die zin is er weinig reden tot bezorgdheid.”

De overname was volgens Voster noodzakelijk, omdat 'De Bij' als relatief kleine, zelfstandige uitgeverij 'niet in staat was de investeringen te doen die nodig zijn om zich de komende jaren op de boekenmarkt te handhaven'. “De concurrentiestrijd tussen uitgeverijen zal de komende jaren steeds heviger worden”, aldus Voster. “Wil je daarin meedoen dan moet je miljoenen investeren: in marketing, in distributie en informatievoorziening, zoals Internet.”

Pagina 10: Overname stelt toekomst zeker

De overname door de Weekbladpers stelt de toekomst van De Bezige Bij zeker, meent directeur Voster: “We stonden voor een keuze. In de toekomst verder gaan als kleine uitgeverij, met twee of drie man in dienst, of blijven meedoen met de groten, maar dan moest er iets veranderen. Toch heb ik dat eerste nooit serieus overwogen”.

Op de markt voor literaire boeken heeft De Bezige Bij op dit moment een marktaandeel van zo'n 10 procent. De Meulenhoff-groep, bestaande uit uitgeverij Meulenhoff, Prometheus en Bert Bakker, heeft een aandeel van zo'n 25 procent, de huidige Weekbladpers-uitgeverijen Querido en de Arbeiderspers zo'n 20 en de Kluwer-uitgeverijen Contact, Atlas en Veen zo'n 15 procent.

Volgens Voster heeft de overname niets te maken met de moeilijke positie waarin De Bezige Bij de afgelopen jaren verkeerde. De uitgeverij, die in 1944 werd opgericht door Geert Lubberhuizen en in de jaren '60 en '70 gold als de belangrijkste literaire uitgeverij van Nederland, was de afgelopen jaren in financiële en organisatorische problemen gekomen. In de jaren 1994 tot en met 1996 leed de uitgeverij in totaal anderhalf miljoen gulden verlies. Het bedrijf teerde in de jaren '80 vooral op de verkoop van oudere succesauteurs als Mulisch, Claus, Campert, Van Kooten en Toonder. Jonge schrijvers kwamen daar nauwelijks bij, een fusie met uitgeverij Balans mislukte en andere nieuwe initiatieven werden nauwelijks genomen.

“Toen ik hier op 1 april '93 kwam wist ik waarin ik me begaf”, aldus Voster. “De Bezige Bij was een ingeslapen bedrijf waar alleen nog maar posities uit het verleden werden geconsolideerd. Ik ben begonnen de zaak te herstructureren, maar wist dat het zo'n vijf tot acht jaar kost voor je de zaak volledig op orde hebt. De eerste tekenen daarvan worden nu zichtbaar: we zijn bezig een goed fonds van Scandinavische auteurs op te bouwen, hebben uitstekende Engelstalige auteurs binnen gehaald en onlangs hebben we bijvoorbeeld het tijdschrift Millennium verworven, waarvan ik veel verwacht. De toekomstverwachting is uitstekend.” Voor 1997 zit De Bezige Bij volgens Voster weer 'op koers', met een winstverwachting van rond de 200.000 gulden over het boekjaar.

Binnen de Weekbladpers krijgt De Bezige Bij dezelfde status als Querido en De Arbeiderspers. In de praktijk betekent dit dat 'de Bij' zijn eigen fonds kan blijven besturen en gehuisvest zal blijven in Amsterdam. De invloed van de schrijvers-coöperatie, officieel eigenaar van de 'oude' Bezige Bij wordt echter teruggebracht. De schrijvers houden een laatste stem bij de benoeming van een nieuwe directeur en kunnen als coöperatie bezwaar aantekenen tegen uitgeefbeslissingen van de directeur. De winstdeling voor de auteurs, onderdeel van het coöperatie-verband, zal verdwijnen. Het forse eigen vermogen van de coöperatie zal volgens Voster worden gebruikt voor 'financiële ondersteuning van projecten van auteurs die coöperatie-lid zijn.''

Over de positie van uitgeverij Van Gennep, waarmee De Bezige Bij vorig jaar in een holding samenging, is nog niets bekend. “Ik heb Jaap Jansen (directeur van Van Gennep) drie maanden geleden ingelicht,” aldus Voster, “en gezegd dat aan hem de keus was of hij mee wilde of zelfstandig wilde blijven. Hij wilde daarover nadenken. Sindsdien hebben we elkaar nog regelmatig gesproken, maar ik heb van hem nog geen uitsluitsel gekregen.” Volgens Pieter de Jong, directeur van de Weekbladpers, is Van Gennep “welkom in de Weekbladpersgroep”, maar alleen als imprint van De Bezige Bij.

Voster zegt begrip te hebben voor schrijvers die teleurgesteld zijn over het opgeven van de zelfstandigheid. “Maar zelfstandigheid is nooit het doel van Geert Lubberhuizen of de uitgeverij geweest” aldus Voster. “Doel was en is om schrijvers coninuïteit te bieden en dat is met deze stap beter gewaarborgd dan ooit. We geven onze zelfstandigheid weliswaar op, maar onze onafhankelijkheid blijft gehandhaafd. En als men mij zou vragen hoe ik dit tegen Geert Lubberhuizen zou verantwoorden zeg ik: 'Geert, dit was de enige manier waarop we in deze tijd onze onafhankelijkheid konden behouden.' Ik weet zeker dat hij dat begrepen zou hebben.”