Arme wereldburgers

Christoph Ransmayr: Der Weg nach Surabaya. S. Fischer, 238 blz. ƒ 50,40 (geb.)

Wat een droefheid kan er uitgaan van het woord museum! Voor de personages in Christoph Ransmayrs bundel Der Weg nach Surabaya is het museum een plek waar zij proberen te redden wat er te redden valt - tegen beter weten in. Hun vertrouwde leefwereld is vernietigd of op z'n minst ernstig bedreigd en zelf zijn ze net zo onbruikbaar geworden als de schatten die zij zo behoedzaam bewaken.

Hans von Holdt bijvoorbeeld, in de schets 'Ein Leben auf Hooge', leidt de schaarse belangstellenden tegen betaling van één mark rond langs zijn collectie, die uit een misthoorn, een kompas, een zeehondenknuppel bestaat. Stuk voor stuk voorwerpen die hun tijd gehad hebben omdat de zeevaarderstraditie op het Noordzee-eilandje allang tot het verleden behoort. Alles op Hooge behoort tot het verleden en niets heeft er toekomst. De bevolking is er weggetrokken, vergrijsd of gestorven en als dat zo doorgaat, suggereert de auteur, heeft Hooge over een paar jaar geen inwoners meer, geen cultuur en ook geen museum. En dan zal het slechts een kwestie van tijd zijn tot ook de zeewering het begeeft en de laatste resten van Hooge voorgoed in de golven verdwijnen.

Een Sisyphusarbeid is het, de poging van de laatste Hoogenaren om te overleven in een omgeving die zo goed als onleefbaar is - door de woeste zee en het barre weer natuurlijk, maar ook doordat de gemeenschap uiteengevallen is in een stelletje eenzame individuen.

Ransmayr ziet het verval overal: op Hooge evengoed als in het Zuid-Afrikaanse oord Zuurberg of in het Kizbühler bergdorp Kaprun. Zijn reisverhalen zijn doortrokken van weemoed die nergens nadrukkelijk wordt. Deze Oostenrijkse schrijver is te zeer realist om te geloven dat vroeger alles beter was: alleen al de in zijn land begane nazi-gruwelen weerhouden hem van nostalgisch gezwijmel. En toch: een romantisch verlangen naar heldendom is in zijn werk onmiskenbaar.

Waren in De verschrikkingen van het ijs en de duisternis een paar door weetgierigheid gedreven ontdekkingsreizigers de eigenlijke helden, in Ransmayrs nieuwe boek gaat die eretitel naar de zogenaamde gewone mensen, naar mensen aan de rand van de geschiedenis en de vergetelheid. Oeroude mannen en vrouwen die verstokt en zonder klagen de vele ontberingen van het dagelijks leven hebben getrotseerd en daar nog steeds mee doorgaan, desnoods vanuit een ijzeren ziekenhuisledikant: deze arme wereldburgers en post-industriële verliezers transformeert Christoph Ransmayr tot monumenten van onverzettelijkheid.

De meeste prozaschetsen en reportages uit Der Weg nach Surabaya verschenen al eerder, in tijdschriften als TransAtlantik en Geo. Maar hun gemiddelde leeftijd van tien jaar of meer doet niets af aan hun zeggingskracht. De mooie zwart-witfoto's van ouden van dagen die even broos als kranig de camera in kijken maken het boek extra sfeervol.