Vogelpark Schiphol

Fraaie geluiden in Vogelnieuws. Die komen zelfs van Schiphol. Het vogel-onvriendelijke terreinbeheer pakt daar onverwachts uit: zeldzame vogelsoorten vliegen er nu af en aan. Om aanvaringen in de lucht te voorkomen is een ontmoedigingsbeleid gevoerd ten aanzien van meeuwen en plevieren.

Kieviten mochten zich bijvoorbeeld graag op de luchthaven en naburige akkers vertreden. Ze bereikten soms piekaantallen van tegen de vijftienduizend en vlogen vliegtuigen danig in de weg. Als onderdeel van het aanvaringspreventiebeleid van de luchthaven is die situatie veranderd. Akkers werden ingezaaid met gras, dat tot een voor Nederland uitbundige hoogte mag groeien. Ook op het vliegveld zelf wordt het gras nu langer gehouden, met een maaihoogte van zo'n vijftien centimeter. Kieviten en meeuwen hebben een hekel aan zo'n ondergrond. Ze hebben graag vrij zicht op hun omgeving en hun ongewervelde menu. Zij ruimden het veld.

Andere soorten voelen zich tussen het lange gras wel thuis. Verlekkerd spreken vogelvrienden van de wel vijftien broedparen wulpen. Roofvogels en uilen profiteren van de inmiddels hoge muizenstand. In het kort gehouden Nederland zoeken zelfs de bedreigde velduilen hun toevlucht tot de betrekkelijke ruigte van de luchthaven, met tot drie broedparen. Het is allemaal keurig geteld: één paar kerkuilen zorgde voor minstens 21 eieren, verdeeld over drie legsels. Zwervende kerkuilen vinden in de winter ook weleens een warm plekje in een hangar. Tussen start- en landingsbanen verblijven in toptijden tot driehonderd torenvalken, blauwe reigers stappen onaangedaan langs gierende motoren en een waarnemer uit Badhoevedorp noteerde zelfs de doorkomst van roodpootvalken.

Natuurliefhebbers tellen graag hun zegeningen. Hun conclusie: deze 'spin-off' van het aanvaringspreventiebeleid moet niet worden onderschat - voor veel vogels is Schiphol een aantrekkelijke pleisterplaats. Het aantal vogelaars dat de luchthaven opzoekt, neemt dan ook hand over hand toe. Zij komen hier volop aan hun trekken, zij het in een wat andere setting dan het bos en beemd dat Jac. P. Thijsse ooit aanbeval.

Natuur-nestor Thijsse sprak ooit in Het Vogeljaar van “het overbevolkte, overbebouwde, overbewoonde Nederland, waarover men zich zoo druk en bezorgd maakt - en wel terecht.” Maar Thijsse mocht ook graag hardnekkig een roze brilletje opzetten. Hetzelfde jaar meldde hij: “De vogelwereld (-) heeft ons opnieuw geleerd, dat ons vermeend overbevolkt en intensief bewoond en bewerkt landje toch nog ruimte biedt aan de ondernemende soorten, die hun gebied trachten uit te breiden.” Dat was in 1942.

Hij heeft veel moois gemist.

Nu nog een tweede Schiphol, in de Noordzee. Naïeve geesten dachten nog dat dolgedraaide plannenmakers binnen een week zouden zijn weggelachen door mensen die trekvogels langs de kust een vrije vliegroute gunnen, en zichzelf een tijdloos uitzicht. Fout. Een realistische voorspelling: dat eiland komt er. Wanneer de overlast veroorzakende grote zee- en trekvogels zijn weggewerkt, krijgen de daarover nog wat namopperende natuurtellers oog voor de voordelen van het vliegeiland. Soms is er op een hangar een uitgeput stormvogeltje te zien. Een zeldzaam, kerosinebestendig zeewiertje blijkt zich thuis te voelen op pijlers en beschoeiingen, en in een krantenartikel wordt gesproken van 'Schiphol Twee - welkom rif in een kale zee'. Drie paar dwergsterns worden geteld. En wanneer het eerste hardhorende slechtvalk-paartje zich hier nestelt om zich op verantwoorde vlieghoogte te bedienen van trekvogeltjes die het ook niet meer weten, is het pleit beslecht. Hoe hadden we het ooit zonder dat tweede Schiphol kunnen stellen? De vogels die mochten blijven vinden het schitterend. Een voorbeeld van innovatieve econologie.

Dat is dan twintig jaar nadat zwartkijkende demonstranten van de hekken rond het bouweiland werden losgeknipt. Die oude televisiebeelden worden dan meewarig bezien. Wat was Nederland toen klein en achterlijk. Alsof er al niet zee genoeg was.

En als we nu twintig jaar terugkijken?

Jac. P. Thijsse schreef zorgelijk over vuurtoren 'De Brandaris' op Terschelling, waarop 's nachts van slag geraakte trekvogels te pletter vlogen. Twintig jaar geleden was die bezorgdheid nog invoelbaar. Nu denk je: ach, heel Nederland vliegt zich te pletter. Als je niet weet wat er vroeger was, is eigenlijk elke natuur goed genoeg.