Vaderlandse geschiedenis

De kennis van de Nederlandse geschiedenis onder leden van de Tweede Kamer laat te wensen over. Dit bleek afgelopen kerstreces uit een enquête van het Historisch Nieuwsblad. Vandaag gaat de Kamer met zomerreces. Welk land vertegenwoordigt de Staten-Generaal? Leeswijzer voor stille zomermaanden.

De Nederlandse grens met Duitsland tot aan de Maas ligt in grote lijnen vaast sinds de tijd van Karel V. De zuidgrens is grotendeels het gevolg van de veroveringen in de Tachtigjarige Oorlog. Nadien heeft de grens veel kleinere wijzigingen ondergaan, vooral in Limburg

Bijschriften grenskaart

*.Grenswijzigingen 1949 en 1960. In 1949, toen de roep om annexatie luide gehoord werd, kreeg Nederland op gezag van de geallieerden een aantal Duitse gebieden toegewezen. De belangrijkste daarvan waren het gebiedje rond Elten en de hap uit Limburg bij Tudderen. In 1960 werden die weer teruggegeven bij het definitieve grensverdrag met Duitsland. De grens werd toen op veel punten genormaliseerd. Beide landen kregen toen hier en daar een stukje straat of weiland erbij. Het belangrijkste dat Nederland aan deze hele exercitie overhield, was de Duivelsberg ten oosten van Nijmegen.

1. De Eems-Dollard grens. Internationaal-recht deskundigen smullen nog steeds van deze kwestie. Duitsland maakt aanspraak op het gehele water tot aan de Groningse oever; Nederland is van mening dat de grens midden door de diepste vaargeul moet lopen. De Duitse aanspraken berusten op een keizerlijke bul uit 1464, waarin Ulrick Cirkzena beleend werd met Oost-Friesland. Ook de Eemsmonding zou daarbij aan de graaf van Oost-Friesland zijn geschonken. Van de bul zijn echter talrijke vervalsingen in omloop en internationale deskundigen menen dat in de oorspronkelijke versie de zinsnede 'auch dem Wasser der Embse' geheel ontbrak. In 1960 hebben Nederland en Duitsland een 'tijdelijke' regeling getroffen, waarin ze bepaalden dat het betwiste gebied gezamelijk bestuurd zou worden.

2. Lingen. Door Karel V in 1646 veroverd en in leen gegeven aan de graaf van Buren. Door het huwelijk van Willem de Zwijger met de grafelijke erfdochter kwam het in handen van het huis van Oranje en werd het door troepen van de Republiek bezet. Maar na de kinderloze dood van Willem III in 1702 werd het door Pruisen opgeëist en bezet. Toen de erfenis in 1732 in der minne werd geschikt kwam Lingen definitief aan de koning van Pruisen

3. Borculo en Lichtenvoorde. Vanaf de kinderloze dood van de laatste heer in 1553 betwist door Münster en de Nederlandse gravin van Limburg-Stirum. De rechten-faculteit van Straatsburg oordeelde in 1570 dat de gravin, als vrouw, haar aanspraken moest laten varen. Haar zoon bracht de zaak echter opnieuw voor, ditmaal bij het Hof van Gelre. Dat stelde de graaf in het gelijk en beval Münster het gebied aan hem over te geven. In 1616 bezetten de Staten van Gelderland het gebied om dat vonnis kracht bij te zetten.

4. De Liemers. In dat gebied lagen veel bezittingen van het hertogdom Kleef. In de achtiende eeuw kwamen die in het bezit van de Pruisische koning. Toen in 1816 de grens tussen Pruisen en de Nederlanden opnieuw werd vastgesteld gingen die bezittingen naar Nederland.

5a. De gebieden rond Venlo, Stevensweert en Montfoort. Deze delen van het oude Overkwartier van Gelre kwamen in 1715 in bezit van de Republiek, toen dat gebied na afloop van de Spaanse Successieoorlog werd verdeeld met Oostenrijk.

Het grootste deel van het Oppergelre was toen echter al ingepikt door Pruisen, dat ook zijn deel van de Spaanse erfenis opeiste.

5b. 'Pruisisch Gelder' werd in 1816 grotendeels bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden gevoegd, opdat het ook aan de oostzijde goed beschermd zou zijn. Het criterium bij de nieuwe verdeling was dat de afstand van de oostgrens tot de Maas nergens minder dan dan 800 Rijnlandse roeden (3014 m) zou bedragen.

6. De Redemptiedorpen, zo genoemd omdat ze jaarlijks voor een vaste som hun betaling afkochten, redimeerden. In 1648 door de Republiek geclaimd omdat ze tot Maastricht zouden behoren. In 1839 naar België.

6a Staats-Daelhem en Falais. maakten deel uit van de Landen van Overmaze, waarover bij de Vrede van Münster werd afgesproken dat ze eerlijk verdeeld zouden worden tussen Spanje en de Republiek. In 1661 kwam de definitieve verdeling tot stand. De Staten Generaal kregen toen dit deel van Daelhem, alsmede Falais in handen. In 1785 werden die gebiedjes met Oostenrijk geruild voor enkele noordelijkere delen van de Landen van Overmaze die beter aansloten bij Maastricht.

7. Baarle-Hertog. Bij de definitieve afbakening van de grens tussen België en Nederland in 1843 bleef een onduidelijk gat bestaan tussen grenspaal 214 en 215. In 1972 is dat gat gedicht maar Baarle-Hertog bleef een Belgische enclave. In 1995 werd de gemeentegrens met het Nederlandse Baarle-Nassau officieel tot Rijksgrens. Bij die gelegenheid werd de grens zeer precies vastgelegd. Baarle-Hertog bestaat nu uit twintig losse stukjes, daarbinnen liggen weer zeven stukjes Nederland. Veel mensen hoeven er de deur niet uit om de grens over te gaan.

8. De zuidgrens van het huidige Zeeuws-Vlaanderen en Noord-Brabant is sinds 1648 niet al te veel meer gewijzigd, hoewel de monding van de Schelde tot in deze eeuw aanleiding is geweest voor disputen. De tolgrens van de Republiek der Verenigde Nederlanden lag echter noordelijker; de veroverde delen van Vlaanderen, Brabant en Limburg werden als een soort buitenland beschouwd. Deze 'Generaliteitslanden' waren voor de Staten-Generaal alleen van belang als bufferzone en voor de belastigopbrengsten.