VADERLANDS TOERISME

Waar zijn de belangrijke jaartallen terug te vinden in het Nederlandse landschap? Wat zijn onze lieux de mémoire? Tips, verzameld door Gijs Kruijtzer, voor enkele wandelingen door het vaderlandse geheugen.

Door de afkeer van het tentoonspreiden van Nederlands nationalisme zijn gedenktekens van grote gebeurtenissen vaak klein. Nederland is meer een land van petites-madeleines, dingen die plotseling het verleden naar boven brengen. Zo'n object doet een beroep op het vaderlandse geheugen, dat dan wel aanwezig moet zijn. Het opschrift 'God redde Nederland. 1813' op het obeliskje aan de Scheveningse boulevard zal bij de gemiddelde badgast weinig losmaken. Bij de oprichting van het monument in 1863 sprak het nog vanzelf dat de passant zou denken: 'Scheveningen 1813: dat was de landing van Willem, de eerste koning van Nederland in spe'. Een eindje landinwaarts, op het Plein 1813, is echter nog een monument opgericht ter gelegenheid van vijftig jaar '1813'. Hier bieden de opschriften wat meer houvast. 'Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau, 30 November 1813 na een scheiding van 19 jaren aan het vaderland wedergegeven, aanvaardde 2 December 1813 voor zich en zijne nakomelingen de souvereiniteit der vereenigde Nederlanden' etc., en aan de andere kant 'Het vaderland wederom geplaatst in den rang der volkeren van Europa ...'. Pierre Nora, die de Franse lieux de mémoire in kaart brengt, zou dit misschien wel een haut lieu de mémoire noemen. Het gedenkteken is groots en on-Hollands - de beelden moesten in België vervaardigd worden. Er zijn in Nederland eigenlijk maar twee andere grootschalige herdenkingsmonumenten van vóór de Tweede Wereldoorlog. Niet geheel toevallig is een daarvan in de Franse tijd opgericht. Het is de piramide van Austerlitz, gelegen aan de Zeisterweg ten noordoosten van het gelijknamige plaatsje. De zandheuvel werd in 1804 door Franse en Bataafse troepen opgeworpen ter herinnering aan de overwinning van Napoleon bij Austerlitz. De houten obelisk die er bovenop stond was al snel verrot. In 1894 werd de heuvel hersteld en kwam er een stenen obelisk op te staan die uitzicht biedt over de bosrijke omgeving en de Leusderheide. Het andere grote monument is het praalgraf van Willem de Zwijger in Delft uit het begin van de zeventiende eeuw. Overigens telde Nederland in de vorige eeuw nog een vierde object in de categorie grote monumenten: het monument ter herinnering aan de tiendaagse veldtocht op de Dam, maar dat was 'naatje' en werd nog voor het einde van de eeuw gesloopt.

GROTE RIJKEN

Romeinen Een leuke verrassing voor de terugkerende badgast is het stukje Romeinse weg dat langs de route van Katwijk naar Leiden is gereconstrueerd. Ook is daar een deel van het tracé zichtbaar gemaakt met behulp van betonnen cypressen. Het herinnert eraan dat ook in deze streken alle wegen naar Rome leidden. Op het moment wordt driftig gegraven langs het gehele Nederlandse deel van de limes, de Rijngrens van het Romeinse Rijk, omdat voor veel locaties bouwplannen bestaan. Om een breed publiek bij de opgravingen te betrekken, wordt gebruikgemaakt van reconstructies. In Zwammerdam, Valkenburg (ZH) en Utrecht zijn de contouren van Romeinse wegen en forten in het plaveisel aangegeven.

In het kader van het Romeinenjaar wordt in de provincie Utrecht o.a. het volgende georganiseerd: Romeinen-stadswandeling, prijs 2 gulden. Inl. VVV Utrecht 0900-4141414. Tentoonstelling Romeinse vondsten in de Pieterskerk, Pieterskerkhof 5, Utrecht (alleen voorwerpen die op de plek zelf zijn opgegraven). Dag. 11-15u, na 13 september alleen 1ste en 3de zaterdag van de maand, toegang gratis. Aan de Singel in Odijk wordt een Romeins Castellum nagebouwd dat in september te bezichtigen zal zijn. Informatie (030) 6 59 48 48.

Napoleon Ook in andere delen van het land worden we eraan herinnerd dat ons landje ooit deel uitmaakte van de infrastructuur van Grote Rijken. Rijdend door Limburg kruist men wellicht een lange schaduwrijke laan, niet bepaald een snelweg maar wel erg lang en recht. De weg was onderdeel van de route impériale no. 3 waarmee Napoleon Hamburg met het centrum van zijn rijk, Parijs, wilde verbinden. De bomen zijn later in de negentiende eeuw geplant. De Napoleonsweg komt nu bij Ittervoort ons land binnen en verlaat het ten noorden van Venlo. Alleen aan dat laatste stuk is sinds de vorige eeuw veel veranderd.

Karel de Grote nam de lage landen ook op in zijn infrastructuur. Overal in zijn rijk had hij zijn paltsplaatsen, waar hij met zijn gevolg op kosten van de plaatselijke bevolking enige tijd kon verblijven en de bestuurszaken regelde. Bij Nijmegen is de ruïne van een van zijn paltsplaatsen, de Valkhof, nog te bezichtigen langs de rivier. Er is niet veel over uit zijn tijd. De ouderdom van het zestienhoekige bouwwerkje dat algemeen bekend staat als de Karolingische kapel is omstreden. De onderste verdieping van de achthoekige kern en de tufstenen voorhal stammen mogelijk nog uit de tijd van Karel. De Romaanse en gothische elementen zijn toegevoegd na de verschillende verwoestingen onder Viking- en ander geweld. De kapel is daardoor somberder dan die in Aken. In het park bevindt zich verder de ruïne van een kapel die het enige overblijfsel vormt van de in 1796 gesloopte burcht van Barbarossa. Tezamen creëren de kapellen - of wat daarvan over is - een romantische sfeer in het park. Daar zou weinig van overgebleven zijn als staatssecretaris Nuis (cultuur) niet onlangs een stokje had gestoken voor de plannen tot 'herbouw' van de burcht in de vorm van een soort Disneyland-hotel. Helaas is de Karolingische kapel niet toegankelijk voor publiek. Door de gunstige belichting kan men wel vanuit het portaal een goede indruk van het interieur krijgen.

BEWOGEN REIZEN

Goejanverwellesluis Bewegingen van beroemde personen zijn vaak onderwerp van gedenkplaatsen. De obelisk in Scheveningen is daar een voorbeeld van. Die markeert een punt op de route van Willem I, onderweg van Engeland naar Den Haag. In de gemeente Vlist in Zuid-Holland vond zesentwintig jaar eerder de tocht naar Den Haag van zijn moeder, Wilhelmina van Pruisen, een voortijdig einde. Naast de Goejanverwellesluis in Hekendorp staat nog de boerderij waarin de prinses gedwongen enige uren doorbracht, voordat zij onverrichterzake terugkeerde naar het oosten des lands. Het huis is te herkennen aan de plaquette die in 1987 op de gevel werd aangebracht.

Te bereiken met het voetveer vanaf de weg tussen Haastrecht en Oudewater.

Hugo de Groot Een andere memorabele verplaatsing is die van Hugo de Groot. De boekenkist waarin hij uit Slot Loevestein wist te ontkomen, heeft sinds zijn ontsnapping in 1621 een wonderbaarlijke vermenigvuldiging ondergaan. Op liefst negen plaatsen in binnen- en buitenland wordt 'De boekenkist van Hugo de Groot' bewaard. De geloofwaardigste kandidaten bevinden zich in Delft en Amsterdam. De kist in het Rijksmuseum te Amsterdam stamt uit de erfenis van de familie Daetselaer, bij wie Hugo de Groot zich verkleedde voor de vlucht naar Antwerpen. De kist van het Delftse museum Het Prinsenhof is afkomstig uit bezit van de afstammelingen van Hugo's broer Willem. In de discussie over de echtheid van kisten is wel aangevoerd dat de Delftse kist wat krap zou zijn voor de redelijk lange Hugo. Er is in de vorige eeuw ook eindeloos gehakketakt over de vraag of de Statenbijbel danwel een andere bijbel Hugo tot hoofdsteun had gediend in de kist.

De kist van Het Prinsenhof in Delft is momenteel in restauratie. De kist in het Rijksmuseum bevindt zich op de geschiedenisafdeling tussen zaal 101 en 102. Stadhouderskade 42, Amsterdam. Dag. 10-17u. Toegang 12,50 gulden; kind 5 gulden; 65+ 7,50 gulden. Slot Loevestein in Poederoijen, Gelderland heeft ook een kist. Ma t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u. November t/m maart alleen za, zo 13-17u. Toegang 7,50 gulden; kind 5 gulden (tot 4 jaar gratis); 65-plussers 6 gulden.

MOORDEN

Willem de Zwijger In Het Prinsenhof van Delft zijn ook de sporen van de moord op de Vader des Vaderlands te zien. Bij de uitgepeurde en vele malen gerestaureerde gaten die de kogels van Balthasar Gerards sloegen is een gedenkplaat aangebracht met de volgende tekst: 'Hieronder staen de Teykenen der koogelen daer meede Prins Willem van Orange Is Doorschoten op 10 July Aß8 1584'. De hele periode komt de geschiedenisvaste beschouwer nu weer tot leven; de eeuw van de godsdienstoorlogen. Want Balthasar was niet alleen uit op de prijs die op het hoofd van Willem was gezet, hij was ook een echte katholieke fundamentalist. Deze beschouwer zal zich ook de aan de prins toegeschreven laatste woorden herinneren: 'Mijn God, heb medelijden met mij en Uw arm volk'. Een echte petite-madeleine dus.

Minder petit is het grafmonument van Willem de Zwijger dat even verderop in de Nieuwe Kerk is opgericht. Hendrik de Keyser werkte van 1609 tot 1621 aan dit gebeeldhouwde monument. Stedelijk Museum het Prinsenhof, St. Agathaplein 1, Delft. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Toegang 5 gulden; tot 12 jaar gratis; 12-16 jr en 65+ 2,50 gulden. Inl. (015) 2 60 23 58. De Nieuwe Kerk is de komende jaren voor het publiek gesloten wegens restauratie.

Gebroeders De Witt Bijna een eeuw later werden in Den Haag de gebroeders De Witt gelyncht door aanhangers van Willems achterkleinzoon. Op de plaats waar dat gebeurde - het groene zoodje tegenover de Gevangenpoort - staat nu een standbeeld van Johan de Witt. De cel waarin zijn broer Cornelis, ten onrechte beschuldigd van een aanslag op de prins van Oranje, twee weken had vastgezeten en waaruit zijn broer hem die fatale 20ste augustus kwam ophalen, is nog te bezichtigen in de Gevangenpoort.

Museum Gevangenpoort, Buitenhof 33, Den Haag. Di t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u. Laatste rondleiding 16u. Toegang 6 gulden; kind, 65+ 4 gulden. Informatie: (070) 3 46 08 61.

Aleide van Poelgeest Vlak naast het standbeeld van De Witt - hij lijkt ernaar te wijzen - bevindt zich een steen in het plaveisel die herinnert aan de moord op Aleide van Poelgeest. Bijna drie eeuwen eerder, in 1392, werd de moord op deze onheilsplek gepleegd. De steen lag hier allang voordat het standbeeld voor De Witt werd opgericht maar is in 1992 vervangen door een nieuwe met het opschrift 'Aleid van Poelgeest 22 september 1392-1992'. Haar gewelddadige dood, net buiten de Gevangenpoort (toen nog de voorpoort van het slot van de Hollandse graven) vormt een van de minder verkwikkelijke episoden uit de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Zij was er in geslaagd de oude graaf te winnen voor de Kabeljauwse partij. Na haar dood laaiden de twisten weer op.

De Plaats, Den Haag.

OORLOGEN EN HELDEN

Jan van Schaffelaar Diezelfde Hoekse en Kabeljauwse twisten gaven aanleiding tot de heldendaad van Jan van Schaffelaer in Barneveld. Ingehuurd door bisschop David van Bourgondië had hij zich op 16 september 1482 in de kerktoren van het dorp verschanst met achttien andere soldaten. Bij de onderhandelingen beloofden de Hoekse belegeraars het leven van de metgezellen te sparen als zij Jan van Schaffelaer van de toren zouden gooien. Zij wilden daar niet van weten maar Jan besloot zelf te springen onder de woorden 'Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic wil u geenen last brenghen'. Bij de toren is begin deze eeuw een standbeeld geplaatst, voornamelijk om meer toeristen te trekken.

Torenplein 1, Barneveld. Tijdens de Oud-Veluwse marktdagen op 10, 17, 24 en 31 juli en op 7 en 14 augustus is de toren geopend voor publiek. Informatie (0342) 42 05 55.

Rode Klif Aan de IJsselmeerdijk ten zuiden van Stavoren ligt een grote steen met de inscriptie 'Leaver dea as slaef'. De steen werd begin jaren vijftig opgegraven en tot monument voor de Friese vrijheid gemaakt. Toen de Hollandse graaf Willem IV in 1345 met een kleine armada overstak om zijn aanspraken op Friesland kracht bij te zetten, werd hij volgens de overlevering precies op die plek door een bijlslag om het leven gebracht, waarna zijn lijk tien dagen op de steen lag te rotten. De Friezen herdenken dit feit jaarlijks op de zaterdag na 26 september. De afgelopen jaren is het feest verstoord door aanhangers van extreem-rechts die er een soort IJzerbedevaart van willen maken.

Herdenking dit jaar op 27 september met ochtend- en middagprogramma en waarschijnlijk ook muzikaal avondprogramma. Monument op de Rode Klif te bereiken vanuit Stavoren over de IJsselmeerdijk of uit Warns via de Verkeerde Weg. Informatie Stifting Slach by Warns, Broekhuusterwei 25, 8495 HJ Aldeboarn.

Hutspot In Leiden wordt jaarlijks een episode uit de Tachtigjarige Oorlog herdacht: Leidens ontzet. De bewoners hebben door de eeuwen heen alles wat herinnert aan die gebeurtenis gekoesterd. Het bekendst is de 'hutspot'. Een zestiende-eeuwse pot van het type grape. Volgens de inscriptie vond Gijsbert Schaeck op 3 oktober 1574 de pot bij de Lammenschans en waarschuwde toen de geuzen dat de Spanjaarden gevlogen waren. Er staat niets in de pot gegraveerd over hutspot die nog warm was. De pot is te zien op de historische afdeling van het Leidse museum De Lakenhal. In dezelfde vitrine liggen nog enkele andere 3-oktoberrelikwieën. Daaronder zijn twee turven, gevonden op de Lammenschans en later van zilver en koperbeslag met inscriptie voorzien. Ook ligt er een pak speelkaarten, gevonden in de schans van Francisco de Valdez, met het gouden doosje waarin ze eeuwenlang door de familie Berkhey zijn bewaard.

Stedelijk museum De Lakenhal, Oude Singel 32, Leiden. Di t/m vr 10-17u, za en zo 12-17u. Toegang 5 gulden; kind, 65-plussers 2,50 gulden (tot 6 jr gratis). Informatie (071) 5 16 53 60.

BEDEVAARTSOORDEN

Bonifatius Van de Nederlandse bedevaartsplaatsen is Dokkum misschien de minst katholieke. De precieze plek van de moord op Bonifatius is na al die eeuwen moeilijk vast te stellen. In ieder geval is niet lang na zijn dood al een terp opgeworpen voor een kerk te zijner nagedachtenis en wel op de plaats van een bron. Vandaar ook dat men in Dokkum over de Bonifatiusbronnen struikelt. De meest waarschijnlijke kandidaat is de put die in 1984 op het marktplein werd opgegraven (nu weer onder het plaveisel) op de plek waar vanouds een klooster stond. De bedevaart heeft echter plaats bij een vijver iets ten zuidoosten van het stadscentrum. Rondom die bron is in 1923 een heel processieterrein ingericht, compleet met kruiswegstatie. In de Sint Maartenskerk, bekend als Bonifatiuskerk, die de beroemde bouwmeester Cuypers eind vorige eeuw in het stadscentrum bouwde, is een stukje schedeldak van Bonifatius tentoongesteld. Dit relikwie was ooit een geschenk van de Dom van Fulda in Duitsland waar zich de rest van zijn stoffelijk overschot bevindt.

De H. Martinus en H.H.Bonifatius en Gezellen, Koningstraat 26, Dokkum en de Bedevaartskapel aan de Bronlaan zijn toegankelijk juni t/m september dag 14-17u. Rondleidingen: (0519) 29 20 07/ (0511) 42 41 61.

Martelaren van Gorcum De plek waar de apartheid van de katholieken binnen Nederland het meest wordt onderstreept, is Brielle. Kort na de beroemde inname van het stadje, op 1 april 1572, werden in de turfschuur van het Regulierenklooster negentien katholieke geestelijken uit Gorinchem opgehangen door de geuzen. Dit is voor het protestantse deel der natie altijd een non-event geweest, voor katholieken leefde de herinnering echter des temeer. Vanaf de heiligverklaring van de martelaren van Gorcum in 1867 heeft jaarlijks omstreeks 9 juni een bedevaart plaats naar het 'Martelveld' aan de Rik bij Brielle. Het veld is toegankelijk via de naastgelegen kapel. Op de plaats waar in 1877 de stoffelijke overschotten van de martelaren van Gorcum werden aangetroffen is een klein monument opgericht.

Bedevaartskapel H.H. Martelaren van Gorcum, hoek Rik/Kloosterweg, Brielle. Juli-Augustus dag 14-16u. Informatie (0181) 41 75 37 of (0181) 41 37 20.

Amsterdam Deelname aan de Brielse bedevaart paste bij uitstek in het tijdperk van de verzuiling. Veel minder polariserend was de omgang rondom de 'Heilige Stede' in Amsterdam die eind vorige eeuw na drie eeuwen weer werd ingevoerd. Nieuw onrecht wachtte de katholieken echter. Alle relikwieën die herinnerden aan het wonder van de onverbrande hostie uit 1345 waren bij de beeldenstorm al verdwenen, maar de middeleeuwse kapel die de plaats van het mirakel markeerde, stond er nog. De katholieken ondernamen pogingen de bouwvallige kapel, die in protestantse handen was, aan te kopen. Van de kift heeft het kerkbestuur dit gotische juweeltje echter in 1908 laten slopen. Aan het Rokin is enige jaren geleden door het stadsbestuur een van de pilaren die van de kapel resten, weer opgericht.

Hoek Rokin/Kapelsteeg, Amsterdam. Museum Amstelkring, gevestigd in de schuilkerk Ons' Lieve Heer op Solder, Oudezijds Voorburgwal 40, Amsterdam, heeft een vaste opstelling met een aantal voorwerpen die betrekking hebben op de mirakelverering. Ma t/m za 10-17u, zo 13-17u. Toegang 7,50 gulden; kinderen en 65-plussers 5 gulden.

Meer toerische geschiedenistips zijn te vinden op de website van NRC Handelsblad: www.nrc.nl