Twijfels in VS over deelname aan Mir-project

ROTTERDAM, 26 JUNI. Het ongeval met het Russische Mir-ruimtestation heeft in de VS al bestaande twijfels over deelname aan het Mir-project versterkt. Al voor het vertrek van de Amerikaanse astronaut Michael Foale midden mei zetten de Amerikanen vraagtekens bij de veiligheid van het ruimtestation.

De Russische ruimtevaartorganisatie maakte gisteren pas twee uur melding van de botsing, en pas nadat de Amerikaanse NASA het aan de pers had meegedeeld. De NASA betaalt de Russen 400 miljoen dollar voor elke Amerikaanse astronaut die op de Mir verblijft. Na een jaar vol technische defecten en bijna-ongelukken wint de mening veld dat het tijd wordt om de Mir met pensioen te sturen. Astronauten komen nauwelijks toe aan experimenten, omdat ze voortdurend worden bezig gehouden door noodreparaties.

James Sensenbrenner, hoofd van het wetenschapschapscomité van het Huis van Afgevaardigden, betwijfelt of de Mir aan Amerikaanse veiligheidsvoorschriften voldoet. Eerder is op zijn initiatief al een wet aangenomen die de NASA verplicht dat te onderzoeken voordat er weer Amerikanen aan boord gaan. Sensenbrenner meent dat de Russen de Mir niet willen afdanken omdat Amerikaanse subsidies te aantrekkelijk zijn.

De Mir is het enige ruimtestation dat op dit moment functioneert. Verschilende landen werken samen aan hjet internationaal ruimtestation Alpha, dat de Mir moet vervangen. Het centrale compartiment van de Mir werd in 1986 gelanceerd in de veronderstelling dat het station slechts vijf jaar dienst zou doen. In de loop der jaren werden daar steeds nieuwe modules aan verbonden: de Kvant-1 (1987), de Kvant-2 (1989), de Kristall (1990) en de Spektr (1995).

Dit jaar stond in het teken van defecten en bijna-ongevallen. In februari explodeerde een zuurstoffles, waardoor brand uitbrak die het ruimtestation met verstikkende rook vulde. De bemanning wist de brand met natte handdoeken te smoren. Een fabricagefout, aldus de Russen. In maart lieten de zuurstofgenerators het afweten, waardoor de bemanning moest vertrouwen op zuurstofflessen van het soort dat een maand eerder was geëxplodeerd. Begin april begon de temperatuurcontrole op drie plaatsen te lekken, waardoor giftige stoffen vrijkwamen en de temperatuur tot 35 graden Celsius opliep. Pas begin deze maand wist de bemanning het laatste lek te dichten, maar daarna viel het systeem uit dat de atmosfeer van kooldioxyde zuivert.

De ruimteshuttle Atlantis bracht vorige maand de nieuwe bemanning en apparatuur aan boord. De bevoorrading moest eigenlijk worden geregeld door onbemande Progres-vrachtschepen, maar het automatisch aankoppelingssysteem vertoonde mankementen. Dat leidde al eerder tot een bijna-botsing.

De Amerikaanse astronaut Jerry Linenger heeft zich door dit alles tijdens zijn verblijf in de ruimte vooral als klusjesman ontpopt. Met zijn opvolger, de Amerikaan Michael Foale, dreigt het dezelfde kant op te gaan. De Russen menen dat de Mir nog veilig is tot het jaar 2000.