Stadsprovincie

Graag wil ik proberen de verbijstering van H. van den Berge (Brief 21 juni), en wellicht van anderen, inzake de Stadsprovincie weg te nemen. Als die Stadsprovincie er is, hoeven hij en anderen in het gebied Brabant Zuid-Oost voor geen enkele 'provinciale' zaak naar 's Hertogenbosch; dat voor velen Den Bosch een aantrekkelijke bestemming blijft in het vlak van cultuur en hetgeen daarmee samenhangt, is van andere orde.

Het gaat erom te komen tot een tweetal provincies, de Stadsprovincie in Zuid-Oost en een provincie-oude-stijl in het overige deel van het huidige Noord-Brabant, er is dan ook geen sprake van een vierde, of beter gezegd extra bestuurslaag. Het ligt in de rede dat, in vergelijking met andere provincies, bijzondere banden tussen de twee provincies worden omgezet in bijzondere verbanden, vooral in het vlak van culturele voorzieningen, voorbeeld: samen Het Brabants Orkest dragen, financieel en anderszins, maar zulke verbanden leveren geen extra laag op in het openbaar bestuur.

Zonder volledigheid na te streven: in de Stadsprovincie in kwestie gaat het om doeltreffende en doelmatige besluitvorming in strategische/structurele zaken, die een groter of kleiner aantal inliggende gemeenten raken, besluitvorming dichter bij huis dan nu, en gelegitimeerd door rechtstreekse verkiezingen van, en democratische controle door de Stadsprovinciale Staten.

Ik wil niet verhelen een verklaard voorstander te zijn van de Stadprovincie in kwestie, maar het gaat mij in het bovenstaande vooral om correctie van de feitelijke onjuistheden in de brief van H. van den Berge.