Regering regeer!

Wie bij helder weer boven Nederland komt aanvliegen moet wel tot de conclusie komen een uitermate georganiseerd land te naderen. Keurige rechte kanalen en evenzo keurige rechte wegen doorkruisen loodrecht afgesneden rechthoeken landbouwgrond, die steriele nieuwbouwwijken en bedrijfsterreinen onderbreken.

Niets is aan het toeval overgelaten; het land ligt er opgeruimd bij. Nederland ziet er niet alleen georganiseerd uit, het ìs ook georganiseerd. We regelen graag en overvloedig. De hang naar regelgeving is zelfs zó sterk dat wat eenvoudigweg niet te regelen valt, tóch wordt geregeld. Dan heet het gedogen.

Juist vanwege die ordeningsgeest zijn de momenten zo pijnlijk wanneer plotseling blijkt dat Nederland helemaal niet zo georganiseerd is. De risee van het kabinet is thans zonder enige twijfel minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken. Afgelopen dinsdag verklaarde hij in de Tweede Kamer dat hij alles in het werk zal stellen om voor de verkiezingen van volgend jaar betrouwbare cijfers te kunnen leveren over de politiesterkte. Werd Dijkstal hardop uitgelachen en vervolgens met de opdracht weggestuurd om de cijfers de volgende dag bij de Tweede Kamer in te leveren? Niets van dat alles. De Kamer accepteerde het getoonde brevet van onvermogen.

Toch lijkt het zo simpel: één telefoontje naar de 26 verschillende korpsen met de vraag hoeveel mensen er nu in dienst zijn en hoeveel drie jaar geleden op de loonlijst stonden en bekend is hoeveel meer 'blauw' er de afgelopen jaren op straat is bijgekomen. Juist het feit dat het blijkbaar niet zo simpel werkt, zou de politici in Den Haag tot grote zorg moeten stemmen. Want als al niet te achterhalen valt hoeveel agenten Nederland telt, hoe zit het dan met het zicht op de activiteiten die zij geacht worden te verrichten?

De gang van zaken bij de politie is een treffende illustratie van een overheid die op papier nog steeds zeer nadrukkelijk aanwezig is, maar in de praktijk steeds vaker afwezig blijkt te zijn. Decentralisatie, privatisering, verzelfstandiging waren aan het begin van de jaren tachtig de toverwoorden. De overheid was een moloch geworden, die zichzelf meer en meer in de weg zat. Ook in Den Haag werd veelvuldig de fameuze uitspraak van de Amerikaanse president Reagan aangehaald die kort na zijn aantreden zei: “The government is not the solution to our problem, government is the problem.”

Er is ook in Nederland veel aan het bestuursapparaat gesleuteld. Departementen veranderden in kerndepartementen die werden 'aangestuurd' door bestuursraden. Wat maar enigszins de deur uitkon moest er ook uit, waardoor het fenomeen verzelfstandigd bestuursorgaan zijn intrede deed. Daarnaast werden taken vanuit Den Haag geheel afgestoten dan wel overgeheveld naar lagere overheden. Maar is met dat alles nu ook de bestuurbaarheid toegenomen? De Algemene Rekenkamer heeft inmiddels een indrukwekkende reeks rapporten met mislukkingen afgescheiden. Het netto-resultaat van de vijftien jaar geleden ingezette trend staat zeer kernachtig omschreven in het vorig jaar door organisatiebureau Berenschot uitgegeven boek 'De toekomst van het middenveld': “Er is geen sprake van een terugtredende overheid. De overheid wordt gewoon van het veld gespeeld.”

Dat is inderdaad precies wat er nu aan de hand is. Links en rechts wordt de overheid ingehaald. Geheel volgens de machiavellistische leer hebben anderen de ruimte ingenomen die de overheid heeft laten ontstaan. Soms was dat inderdaad een bewuste keuze van de overheid, maar in veel meer gevallen is het de overheid gewoonweg overkomen. De overheid heeft zichzelf getransformeerd in een vrijblijvende ontmoetingsplaats waar een ieder die zichzelf daartoe competent achtte op is toegelaten. Zoekgeraakte verantwoordelijkheden, vreemdsoortige compromissen of afspraken met 'het middenveld' (wat daaronder dan ook verstaan moge worden), gebrek aan zicht op de situatie en machteloosheid vormen de balans van deze uit de hand gelopen ontwikkeling.

Elk departement heeft tegenwoordig wel een of meer problemen die hiermee in verband kunnen worden gebracht. Minister Van Aartsen van Landbouw is gebonden aan zoveel belangenorganisaties en daarnaast zo afhankelijk van op afstand geplaatste diensten van zijn eigen ministerie dat hij er nog steeds niet in is geslaagd de varkenspestcrisis op een ordentelijke wijze te managen. Het ministerie van Sociale Zaken likt nog zijn wonden van de CTSV-affaire. Op het ministerie van Justitie blijft de concurrentiestrijd tussen de minister en het openbaar ministerie voor de buitenwereld een bron van vermaak. De affaire Tanker Cleaning Rotterdam heeft de liberale (!) minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat zich hardop doen afvragen of dit soort belangrijke taken niet beter door de overheid kan worden uitgevoerd.

Het politieke primaat is vervangen door een schimmig woud van ad hoc regelingen met betrokkenen. Deze uit de hand gelopen spreiding van verantwoordelijkheden heeft niets te maken met het tegenwoordig zo geroemde succesvolle poldermodel, maar alles met een zompig moeras. Het poldermodel is gebaseerd op afspraken tussen partijen waar het gemeenschappelijk belang het leidend beginsel is. Er heeft een uitruil plaats in de hoop dat (op de wat langere termijn) iedereen er beter van wordt. In het sociaal-economisch krachtenveld is dit zeer goed toepasbaar.

Voor de overheid gelden andere afwegingen. Het komt er kortweg op neer dat een bepaalde activiteit tot overheidstaak moet worden bestempeld met alle bijbehorende verantwoordelijkheden, of niet. Dat zal leiden tot een kleinere, maar wel sterke overheid. Het is veruit te prefereren boven de huidige schimmige overheid: van buiten op orde, maar van binnen een chaos.