Pensioenfondsen rekenen blindelings op harde euro

Euro Draaiboek, handleiding voor de implementatie van de euro bij pensioenfondsen. Te bestellen bij het OPF-secretariaat, Bezuidenhoudseweg 12, Den Haag (070 349 0190).

DEN HAAG, 26 JUNI. De Nederlandse pensioenfondsen gaan uit van een harde euro. De vervanging van de gulden door de euro zal niet leiden tot hogere inflatie. “Ik heb er alle vertrouwen in dat de landen (die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie) het inflatiespook buiten de deur willen en zullen houden”, aldus ir J.T. van Niekerk, voorzitter van de euro-projectgroep van de pensioenfondsen.

Van Niekerk zei dit dinsdag bij de presentatie van het Euro-draaiboek, een gezamenlijke uitgave van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) en de Vereniging Bedrijfspensioenfondsen (VB) ter voorbereiding op de omschakeling van de gulden op de euro. Hij weersprak hiermee een publiekspeiling die vorige week was gedaan op een bijeenkomst van de verzekeraar Interpolis. Daarbij werd de aanwezige pensioendeskundigen de vraag voorgelegd wat ze zouden doen als na invoering van de euro de inflatie zou oplopen en het antwoord was dat de pensioenpremies dan uiteraard omhoog dienden te gaan.

“Wij gaan er van uit dat niet afgedongen wordt op de voorwaarden voor de EMU, namelijk de convergentiecriteria, de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank en het stabiliteitspact”, zei Van Niekerk. “Immers, dan alleen is de euro een even sterke munt als de gulden.”

De pensioenfondsbeheerders werden op dit punt gerustgesteld door minister Zalm (Financiën). Zalm beklemtoonde dat vorige week op de top in Amsterdam het stabiliteitspact voor begrotingsdiscipline na invoering van de euro “ongeschonden is aangenomen” en dat de onafhankelijkheid van de ECB “groter is” dan die van De Nederlandsche Bank. Verder verzekerde Zalm dat Nederland begin volgend jaar zal vasthouden aan “een strikte naleving” van de criteria bij de beoordeling welke landen worden toegelaten tot de EMU.

“Het gaat om duurzame convergentie en niet om incidentele maatregelen in 1997, zodat landen in 1998 weer uit het lood zijn geslagen. Het kan niet zo zijn dat de deelnemers meer dood dan levend aan de start van de EMU verschijnen”, aldus Zalm.

Volgens Zalm biedt de euro aan pensioenfondsen de mogelijkheid hun beleggingsportefeuilles in Europa meer te spreiden, zonder nog valutarisico's te lopen. Omgekeerd zullen Europese beleggers aangetrokken worden tot de Nederlandse beurs omdat ze evenmin wisselkoersrisico's zullen lopen. Dat kan leiden tot hogere beurskoersen en een stijging van de waarde van de beleggingsportefeuilles van de pensioenfondsen.

De kosten van de invoering van de euro werden door de pensioenfondsen geschat op 50 à 100 miljoen gulden voor de hele bedrijfstak. Dat is aanzienlijk minder dan de kosten die bijvoorbeeld de detailhandel voor de omschakeling moet maken. Onlangs pleitte Albert Heijn voor compensatie door de overheid in de vorm van een korting op de btw-afdracht. Zalm toonde begrip voor de sleutelpositie die het winkelbedrijf inneemt bij de invoering van de euro, maar hij maakte ook duidelijk absoluut geen overheidssubsidie voor de overgang beschikbaar te zullen stellen.

Wel zei hij dat de geplande periode waarin zowel de gulden als de euro als betaalmiddel zullen circuleren, in de eerste helft van 2002, wat hem betreft korter kan zijn. “Ik hoop dat we in enkele weken de guldens uit het betalingsverkeer kunnen halen, zodat het ongemak voor het publiek en het bedrijfsleven minimaal is”.

Het Euro-draaiboek behandelt de praktische gevolgen van de invoering van de euro wat betreft pensioenen, beleggingen, voorlichting en organisatorische processen. De initiatiefnemers OPF en BV hebben samen zo'n vier miljoen deelnemers en ruim 500 miljard gulden belegd vermogen. Ze vertegenwoordigen nagenoeg de hele particuliere Nederlandse pensioenwereld.