Minister belooft aparte wet voor ordeverstoringen

DEN HAAG, 26 JUNI. De Tweede Kamer wil dat er een aparte wet komt waarmee politie en justitie dreigende grootschalige ordeverstoringen kunnen voorkomen. Dat bleek vanochtend tijdens het debat met de ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) over het gebruik van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht tegen grote groepen arrestanten tijdens de Eurotop in Amsterdam.

Wetsartikel 140 stelt “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” strafbaar. Een meerderheid van de Kamer vindt de inzet van dat middel te zwaar. Sorgdrager zegde toe met een wetsvoorstel te zullen komen.

De Tweede Kamer vindt ook dat ten minste een aantal van de arrestanten tijdens de top voor de rechter moet worden gebracht zodat die een oordeel kan vellen over de rechtmatigheid van de inzet van het wetsartikel. Veel fracties twijfelen daar aan. Andere, zoals SP en GroenLinks, vinden het optreden “buiten alle proporties”. Volgens het Kamerlid Rabbae (GroenLinks) hebben politie en justitie het artikel alleen maar als “strategisch middel” ingezet. Marijnissen (SP) hekelde de “inspiratie en creativiteit” die OM en politie aan de dag legden.

Sorgdrager zei dat het OM “wel degelijk van plan is demonstranten voor de rechter te brengen”. Dat zal evenwel niet voor alle arrestanten gelden. Als het OM denkt voldoende bewijzen te hebben, zal deze personen artikel 140 ten laste worden gelegd, aldus Sorgdrager.

Sommige fracties vroegen zich echter af of het OM wel in staat zal zijn individuen in staat van beschuldiging te stellen. Sorgdrager bevestigde overigens dat er vlak voor het besluit artikel 140 in te zetten, overleg is geweest tussen de hoofdofficier van justitie in Amsterdam en secretaris-generaal H. Borghouts van haar departement. Een minderheid van de Kamer wil dat er een onafhankelijk onderzoek komt naar de behandeling van sommige arrestanten. Een aantal klaagde over 'mensonterende' omstandigheden in de penitentiaire inrichtingen. Sommigen zouden uren op de binnenplaats hebben gezeten en niet hebben mogen bellen. Sorgdrager wil vooralsnog geen onafhankelijk onderzoek laten instellen. Zij ontkende dat er bij de vrouwelijke arrestanten sprake is geweest van seksuele intimidatie. “Er kon gebeld worden, er kon worden gedoucht. Arrestanten konden contact opnemen met advocaten. Zij kregen allemaal te eten, er werden zelfs vegetarische maaltijden verstrekt.” Als de evaluatie van het politie-optreden daar aanleiding toe geeft is zij wel bereid een onafhankelijk onderzoek te laten instellen.

Sorgdrager verdedigde het optreden van politie en justitie in Amsterdam. Zij kon zich wel voorstellen dat de Kamer de indruk heeft dat er sprake was van een “verkapte ordemaatregel”. Toch zijn volgens Sorgdrager “mensen aangehouden op concrete verdenkingen”. Zij erkende dat artikel 140 een “connotatie” heeft die duidt op de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Strikt juridisch ziet zij geen bezwaren tegen de inzet van het artikel.