Meer dan zo'n twaalf gulden lidmaatschapsbijdrage zit er voor staatssecretaris Nuis niet in; Publieke omroepen hoeven nog niet op ledenjacht

DEN HAAG, 26 JUNI. De minimale lidmaatschapsbijdrage voor leden van een publieke omroep van tien gulden zal worden aangepast aan de prijsstijgingen van de afgelopen jaren. Vanaf 1 januari zal deze bijdrage ongeveer twaalf gulden bedragen. Een voorstel van staatssecretaris Nuis (Media) om het bedrag te verhogen tot vijfentwintig gulden kon gisteren in de Kamer niet op een meerderheid rekenen. De fracties van de PvdA, CDA, GroenLinks, SP en Senioren 2000 blokkeerden het plan.

Het lidmaatschap van een publieke omroep zal vanaf volgend jaar niet langer aan een abonnement op een programmablad zijn gekoppeld. Het kabinet wil dat de omroepen aantonen over een werkelijke achterban te beschikken; alleen dan is er in de toekomst nog een basis voor een brede publieke omroep. De 'ontkoppeling' is het enige dat is overgebleven van het betrokken gedeelte van het advies van de commissie-Ververs, waarin voorstellen werden gedaan over de manier waarop bepaald zou moeten worden in hoeverre de verschillende omroepen hun wortels in de samenleving hebben. De commissie, die door staatssecretaris Nuis (Media) werd ingesteld, moest met ideeën komen over de toekomst van de publieke omroep in de volgende eeuw. Het meest opzienbarende uit het vorig jaar zomer uitgebrachte advies was een voorstel om omroepverkiezingen te houden. De omroepen zouden campagne moeten voeren om kiezers te trekken. Het aantal stemmen zou de hoeveelheid zendtijd bepalen.

Dit 'verkiezingsvoorstel' werd meteen van alle kanten neergesabeld. Nuis broedde echter snel daarna een nieuw idee uit. De minimale lidmaatschapsbijdrage, in 1974 wettelijk vastgesteld op tien gulden, zou moeten worden verhoogd tot vijfentwintig gulden per jaar - het zogeheten omroepgeeltje. Vanaf 1 januari volgend jaar zou worden begonnen met de ontkoppeling van het abonnement op een omroep en het lidmaatschap op een programmablad. Dat zou nog niet direct consequenties hebben voor de omroepen, omdat de huidige concessie van de omroepen waarin de verdeling van de zendtijd is vastgelegd, loopt tot het jaar 2000. Wel zouden volgens Nuis de noodlijdende omroepen met de verhoging van tien naar vijfentwintig gulden alvast een bedrag van vijftig miljoen gulden per jaar binnen kunnen halen.

De NOS voelde weinig voor Nuis' voorstel. De omroepen waren bang dat leden massaal weg zouden lopen als ze met een prijsverhoging geconfronteerd zouden worden. Bovendien, zeiden ze, hadden ze het extra geld niet nodig. Hun eigen bezuinigingsplannen zouden uitwijzen dat ze in het jaar 2000 uit de rode cijfers zouden zijn, en dus is het geeltje niet nodig. Het bezuinigingsplan, dat overigens nog steeds niet helemaal is afgerond, wordt met behulp van onderzoeksbureau McKinsey opgesteld.

Inmiddels was tussen de staatssecretaris en de omroepen een uitgebreide briefwisseling ontstaan waarin de één de ander verweet de cijfers verkeerd te interpreteren. Tot op de dag van vandaag bestaat er zowel bij Nuis als bij de omroepen onduidelijkheid over de werkelijk haalbare bezuinigingen. In de Tweede Kamer werd intussen wel al over de toekomst van het publieke bestel gesproken - met het omroepgeeltje als voornaamste politieke thema.

De Kamer bleef het erover eens dat een instrument moet worden gevonden waarmee aangetoond kan worden dat de omroepen over een achterban beschikken, maar zij werd het niet eens over de verhoging van de minimale lidmaatschapsbijdrage.

De coalitiefracties VVD en D66, die wel voor de voorgestelde verhoging voelden, zagen samen met de bewindspersoon toe hoe zich een meerderheid tegen het geeltje begon af te tekenen. Zelfs een compromisvoorstel van de kleine christelijke partijen om de bijdrage te verhogen naar vijftien gulden per jaar stuitte gisteren op verzet van een Kamermeerderheid.

De publieke omroepen kunnen nuvoorlopig rustig blijven ademhalen. De ontkoppeling van lidmaatschap en abonnement op een blad wordt wel vanaf 1 januari een feit, maar het bedrag dat leden van een omroep moeten betalen blijft zeer gering. Bovendien blijft het monopolie op de programmagegevens bij de NOS liggen. Nuis kan wettelijk niet afdwingen dat de gegevens helemaal vrijkomen, omdat de auteursrechten in handen van de publieke omroepen liggen. Dit tot ongenoegen van De Telegraaf die zelf een programmagids wil uitbrengen. Het enige wat Nuis nu nog kan doen is de lidmaatschapsbijdrage via indexering verhogen naar ongeveer twaalf gulden per jaar. Dat zal hij inderdaad wel doen. Voorlopig kunnen omroepen dus voor een bedrag van twaalf gulden leden aan zich binden en daarmee aantonen dat ze daadwerkelijk over een achterban beschikken.